Les 9 — Sabbat, 28 november 2026
Werken voor de verlorenen
“Gij zijt getuigen, en God, hoe heilig, en rechtvaardig en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn… En getuigden, dat gij zoudt wandelen, waardig voor God, die u roept tot Zijn koninkrijk en heerlijkheid ” (1
1 Thessalonicensen 2:10, 12
“Paulus was een opvoeder. Hij predikte het evangelie met zijn stem, en in zijn verstandige arbeid predikte hij het met zijn handen.” –The Review and Herald, 6 maart 1900.
Aanvullende studie: –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 256-264.
1. De Toegewijde Onderherder
A. Hoe onthult Paulus' eenvoudige, inleidende begroeting aan de Thessalonicenzen de diepte van zijn tedere genegenheid voor de kudde? .
1Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
2Wij danken God altijd over u allen, uwer gedachtig zijnde in onze gebeden;
3Zonder ophouden gedenkende het werk uws geloofs, en den arbeid der liefde, en de verdraagzaamheid der hoop op onzen Heere Jezus Christus, voor onzen God en Vader;
4Wetende, geliefde broeders, uw verkiezing van God;
“Uit de wortel van ware nederigheid ontspringt de meest kostbare grootheid van geest, grootheid die mensen ertoe leidt zich te vormen naar het beeld van Christus. Zij, die deze grootheid bezitten, verkrijgen geduld en vertrouwen in God. Hun geloof is onoverwinnelijk. Hun ware toewijding en overgave houden het eigen ik verborgen. De woorden, die van hun lippen komen, worden gevormd tot uitingen van christelijke tederheid en liefde. Zich bewust van hun eigen zwakheid, waarderen zij de hulp die de Heer hun geeft en smeken zij om Zijn genade, opdat zij mogen doen wat recht en waar is. Door hun gedrag, hun houding en hun geest dragen zij de bewijzen van leerlingen in de school van Christus met zich mee.” –That I May Know Him, blz. 37.
B. In welk opzicht lijkt de oproep van de apostel Petrus op die van Paulus? .
2Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed;
3Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde.
“Zij, die de functie van onderherders bekleden, moeten vlijtig waken over de kudde des Heeren. Dit mag geen dictatoriale waakzaamheid zijn, maar een waakzaamheid, die bemoedigt, sterkt en verheft. Bediening betekent meer dan prediken; het betekent ernstige, persoonlijke arbeid.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 383.
2. In De Kracht Van De Geest
A. Wat kunnen wij allen leren, om de waarheid te verspreiden, van zowel de apostelen als de bekeerlingen in Thessalonica? .
5Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in den Heiligen Geest, en in vele verzekerdheid; gelijk gij weet, hoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil.
6En gij zijt onze navolgers geworden, en des Heeren, het Woord aangenomen hebbende in vele verdrukking, met blijdschap des Heiligen Geestes;
7Alzo dat gij voorbeelden geworden zijt al den gelovigen in Macedonie en Achaje.
8Want van u is het Woord des Heeren luidbaar geworden niet alleen in Macedonie en Achaje; maar ook in alle plaatsen is uw geloof, dat gij op God hebt, uitgegaan, zodat wij niet van node hebben, iets daarvan te spreken.
“Laat er meer verlangen zijn om de Heilige Geest als leermeester te ontvangen.” –Medical Ministry, blz. 307.
“Het werk van de Heilige Geest is het verduisterde verstand te verlichten, het zelfzuchtige, stenen hart te verzachten, de opstandige overtreder te onderwerpen en hem te redden van de verderfelijke invloeden van de wereld. Het gebed van Christus voor Zijn discipelen was: ‘Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is waarheid’. Het zwaard van de Geest, dat is het woord van God, doorboort het hart van de zondaar en verbrijzelt het. Wanneer de theorie van de waarheid wordt herhaald zonder dat de heilige invloed ervan op de ziel van de spreker wordt gevoeld, heeft deze geen kracht bij de toehoorders, maar wordt deze verworpen als dwaling, waarbij de spreker zichzelf verantwoordelijk maakt voor het verlies van zielen. We moeten er zeker van zijn dat onze predikanten bekeerde mannen zijn, nederig, deemoedig en bescheiden van hart.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 441.
“God heeft Zijn dienaren de boodschap van de waarheid gegeven om te verkondigen. Deze moeten de gemeenten ontvangen en op alle mogelijke manieren doorgeven, de eerste lichtstralen opvangen en verspreiden.” —Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 425.
B. Hoe was de verandering van de nieuwe gelovigen een getuigenis voor de wereld, en een tafereel dat zich vandaag moet herhalen? ;.
9Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus;
10Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij dat wij waken, hetzij dat wij slapen, te zamen met Hem leven zouden.
6En de vreemden, die zich tot den HEERE voegen, om Hem te dienen, en om den Naam des HEEREN lief te hebben, om Hem tot knechten te zijn; al wie den sabbat houdt, dat hij dien niet ontheilige, en die aan Mijn verbond vasthouden;
7Die zal Ik ook brengen tot Mijn heiligen berg, en Ik zal hen verheugen in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen aangenaam wezen op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken.
“Levenskracht moet de boodschap van Christus’ wederkomst begeleiden. We moeten niet rusten, voordat we vele zielen bekeerd zien tot de gezegende hoop van de wederkomst van de Heer. In de tijd van de apostelen bracht de boodschap, die zij verkondigden, een werkelijk werk teweeg: zielen werden van afgoden afgewend om de levende God te dienen. Het werk, dat vandaag gedaan moet worden, is net zo reëel, en de waarheid is net zo waar; alleen moeten we de boodschap met meer ernst verkondigen, naarmate de komst van de Heer dichterbij komt. De boodschap voor deze tijd is positief, eenvoudig en van het grootste belang. We moeten handelen als mannen en vrouwen,die deze geloven. Wachten, waken, werken, bidden, de wereld waarschuwen, dat is ons werk…
De hele hemel is geestdriftig, bezig met de voorbereidingen voor de dag van Gods wraak, de dag van de bevrijding van Sion. De tijd van uitstel is bijna voorbij. De pelgrims en vreemdelingen, die zo lang op zoek zijn geweest naar een beter land, zijn bijna thuis.” –Evangelism, blz. 219.
3. Bescheiden Zelfonderhoud
A. Noem enkele belangrijke factoren voor het succes in Thessalonika. .
1Want gij weet zelven, broeders, onzen ingang tot u, dat die niet ijdel is geweest;
2Maar, hoewel wij te voren geleden hadden, en ook ons smaadheid aangedaan was, gelijk gij weet, te Filippi, zo hebben wij nochtans vrijmoedigheid gebruikt in onzen God, om het Evangelie van God tot u te spreken in veel strijds.
3Want onze vermaning is niet geweest uit verleiding, noch uit onreinigheid, noch met bedrog;
4Maar, gelijk wij van God beproefd zijn geweest, dat ons het Evangelie zou toebetrouwd worden, alzo spreken wij, niet als mensen behagende, maar Gode, Die onze harten beproeft.
5Want wij hebben nooit met pluimstrijkende woorden omgegaan, gelijk gij weet, noch met enig bedeksel van gierigheid; God is Getuige!
6Noch zoekende eer uit mensen, noch van u, noch van anderen; hoewel wij u tot last konden zijn als Christus' apostelen;
7Maar wij zijn vriendelijk geweest in het midden van u, gelijk als een voedster haar kinderen koestert;
“De gelovigen van Thessalonica waren trouwe zendelingen. Hun harten brandden van ijver voor hun Verlosser, die hen ‘van de komende toorn’ had bevrijd. Door de genade van Christus had zich in hun leven een wonderbare verandering voltrokken, en het woord van de Heere, zoals het door hen werd verkondigd, ging met kracht gepaard. Harten werden voor de hun gepredikte waarheden gewonnen, en zielen werden aan het getal der gelovigen toegevoegd.
In zijn eerste brief herinnerde Paulus aan zijn wijze van werken onder de Thessalonicenzen. Hij verklaarde, dat hij niet door misleiding of list had getracht bekeerlingen te winnen.” —Van Jeruzalem tot Rome, blz. 189.
B. Welke eigenschappen van Paulus' bediening in Thessalonica zijn bijzonder hartverwarmend? .
8Alzo wij, tot u zeer genegen zijnde, hebben u gaarne willen mededelen niet alleen het Evangelie van God, maar ook onze eigen zielen, daarom dat gij ons lief geworden waart.
9Want gij gedenkt, broeders, onzen arbeid en moeite; want nacht en dag werkende, opdat wij niemand onder u zouden lastig zijn, hebben wij het Evangelie van God onder u gepredikt.
10Gij zijt getuigen, en God, hoe heilig, en rechtvaardig, en onberispelijk wij u, die gelooft, geweest zijn.
“Voordat Paulus een volgeling van Christus werd, had hij een hoge positie bekleed, en was hij voor zijn levensonderhoud niet afhankelijk van handenarbeid. Maar later, toen hij al zijn inkomsten ter bevordering van de zaak van Christus had aangewend, nam hij bij tijden de toevlucht tot zijn ambacht om in zijn levensonderhoud te voorzien. Dit was in het bijzonder het geval, wanneer hij arbeidde in plaatsen, waar zijn beweeggronden verkeerd zouden kunnen worden opgevat.
We lezen voor het eerst van Paulus’ handenarbeid te Thessalonica, waar hij zich door het werk van zijn handen in leven hield, terwijl hij daar het Woord predikte.” —Van Jeruzalem tot Rome, blz. 256.
“Paulus, de grote apostel voor de heidenen, leerde het vak van tentenmaker. Er was gewoon en beter werk in het vak van tenten maken. Paulus leerde het betere werk, maar kon ook het gewone werk doen, als de omstandigheden het noodzakelijk maakten. Met het tenten maken werd niet zoveel verdiend als met andere bezigheden en soms moest Paulus de uiterste zuinigheid betrachten om in zijn behoeften te voorzien…
Hoewel Paulus een zwakke gezondheid had, werkte hij overdag voor het werk van Christus en zwoegde dan een groot deel van de avond, en vaak de hele nacht, om in zijn eigen behoeften en die van anderen te voorzien…
Paulus was een opvoeder. Hij predikte het evangelie met zijn stem en in zijn intelligente arbeid predikte hij het met zijn handen. Hij voedde anderen op dezelfde wijze op, als hij zelf was opgevoed door een van de verstandigste van menselijke leraars. Terwijl Paulus snel en vaardig met zijn handen werkte, vertelde hij aan zijn medewerkers welke aanwijzingen God aan Mozes had gegeven betreffende de bouw van de tabernakel.” —Bijbelkommentaar, blz. 449.
4. EEN ONWankelbaar DOEL
A. Met welk doel zorgde Paulus voor de kudde? .
11Gelijk gij weet, hoe wij een iegelijk van u, als een vader zijn kinderen, vermaanden en vertroostten,
12En betuigden, dat gij zoudt wandelen, waardiglijk Gode, Die u roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid.
13Daarom danken wij ook God zonder ophouden, dat, als gij het Woord der prediking van God van ons ontvangen hebt, gij dat aangenomen hebt, niet als der mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord, dat ook werkt in u, die gelooft.
“Het kennen van de waarheid is niet zozeer afhankelijk van een goed verstand als wel van zuivere motieven, de eenvoud van een oprecht, afhankelijk geloof. Engelen komen degenen, die in ootmoed van hart om goddelijke leiding vragen, te hulp. De Heilige Geest wordt gegeven om de rijke schatten van de waarheid voor hen te ontsluiten.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 31.
B. Beschrijf de obstakels, waarmee de verkondiging van het evangelie in Paulus' tijd te maken kreeg, en hoe dit door de geschiedenis heen weerklinkt, ook in de nabije toekomst. ;;.
14Want gij, broeders, zijt navolgers geworden der Gemeenten Gods, die in Judea zijn, in Christus Jezus; dewijl ook gij hetzelfde geleden hebt van uw eigen medeburgers, gelijk als zij van de Joden;
15Welke ook gedood hebben den Heere Jezus, en hun eigen profeten; en ons hebben vervolgd, en Gode niet behagen, en alle mensen tegen zijn;
16En verhinderen ons te spreken tot de heidenen, dat zij zalig mochten worden; opdat zij te allen tijd hun zonden vervullen zouden. En de toorn is over hen gekomen tot het einde.
17Maar wij, broeders, van u beroofd geweest zijnde voor een kleine wijle tijds, naar het aangezicht, niet naar het hart, hebben ons te overvloediger benaarstigd, om uw aangezicht te zien, met grote begeerte.
18Daarom hebben wij tot u willen komen (immers ik Paulus) eenmaal en andermaal, maar de satanas heeft ons belet.
12En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden.
10Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
11Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en liegende alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil.
12Verblijdt en verheugt u; want uw loon is groot in de hemelen; want alzo hebben zij vervolgd de profeten, die voor u geweest zijn.
“Wanneer de strijd zich uitbreidt naar nieuwe gebieden en de mensen worden bepaald bij Gods overtreden wet, zal Satan in actie komen. De kracht, waarmee de boodschap wordt verkondigd, zal haar tegenstanders razend maken. De geestelijkheid zal bijna bovenmenselijke inspanningen doen om het licht buiten te houden om te vermijden, dat het op hun kudde zou schijnen. Ze zullen alle middelen, waarover ze beschikken, aangrijpen om een discussie over deze uiterst belangrijke punten te onderdrukken. De kerk zal een beroep doen op de sterke hand van de Staat. Katholieken en protestanten zullen hierbij eendrachtelijk samenwerken. Wanneer de beweging om de zondagsviering verplicht te stellen met meer stoutmoedigheid en vastberadenheid zal optreden, zal de wet worden ingeroepen tegen hen, die Gods geboden bewaren. Ze zullen worden bedreigd met geldboetes en gevangenisstraf. Men zal aan sommige mensen invloedrijke posities en aan anderen beloningen en voordelen aanbieden om hen ertoe te bewegen hun geloof op te geven. Maar ze zullen vastberaden antwoorden: 'Bewijs ons aan de hand van Gods Woord dat wij dwalen’. Dat was ook de houding van Luther in gelijkwaardige omstandigheden. Zij, die voor de rechtbank worden gedaagd, zullen de waarheid met overtuiging verdedigen, en sommigen, die hun getuigenis horen, zullen op hun beurt alle geboden Gods gaan onderhouden. Zo zal het licht opgaan voor duizenden, die de waarheid anders nooit zouden hebben gehoord.
De mensen zullen een stipte gehoorzaamheid aan het Woord van God als rebellie beschouwen. Ouders zullen door Satan worden verblind en zeer hardnekkig en streng optreden tegen hun gelovige kinderen. Werkgevers zullen hun werknemers, die de geboden houden, onderdrukken. De liefde zal verkoelen. Kinderen zullen worden onterfd en van huis worden verdreven… Wanneer de verdedigers van de waarheid weigeren de zondag te vieren, zullen sommigen in de gevangenis worden geworpen, anderen zullen worden verbannen, of als slaven worden behandeld. Voor mensen met wereldse wijsheid schijnt dat op dit ogenblik gewoon onmogelijk; maar wanneer de Geest Gods van de mensen zal worden weggenomen en ze onder de heerschappij van Satan, die Gods geboden haat, zijn gekomen, zullen er vreemde dingen gebeuren. De mens kan erg wreed zijn, wanneer hij God niet meer vreest of liefheeft.” –De Grote Strijd, blz. 561-562.
5. Een Unieke Vreugde
A. Waarom kunnen we geïnspireerd worden door de mate, waarin het verlangen van Paulus' hart dat van Christus weerspiegelde? ;.
19Want welke is onze hoop, of blijdschap, of kroon des roems? Zijt gij die ook niet voor onzen Heere Jezus Christus in Zijn toekomst?
20Want gij zijt onze heerlijkheid en blijdschap.
11Om den arbeid Zijner ziel zal Hij het zien, en verzadigd worden; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
“Wie kan de resultaten voor de wereld van Paulus' levenstaak schatten? Hoeveel van al die heilzame invloeden, die het leed verzachten, die troost brengen in smart, die het kwaad beteugelen, het leven opheffen uit het zelfzuchtige en zinnelijke, en het verheerlijken met de hoop der onsterfelijkheid, moet toegeschreven worden aan de werkzaamheden van Paulus en zijn medearbeiders, wanneer zij met het Evangelie van Gods Zoon hun onopgemerkte reis van Azië naar de kusten van Europa doen?
Wat is het waard voor elk leven, Gods instrument te zijn geweest in het ontwikkelen van zulke zegenende invloeden? Wat zal het waard zijn in de eeuwigheid de resultaten van zo’n levenswerk te aanschouwen?” –Karaktervorming, blz. 69.
“We beseffen niet, hoeveel (de lessen van de Heiland) betekenen voor de wezens die Hij geschapen heeft. Hij heeft de mensheid lief. Vraagt u zich af hoeveel? Ik verwijs u naar Golgotha.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 284.
“Overal rondom ons zijn er vele mensen, wier vooroordelen slechts weggenomen behoeven te worden, en aan wie de bewijzen voor onze tegenwoordige positie slechts moeten worden voorgelegd uit het Woord, om hen de tegenwoordige waarheid met blijdschap te doen aannemen. De boodschappers moeten uitzien naar zielen, als degenen, die rekenschap geven zullen. Hun leven moet een leven van zware arbeid en zielsangst zijn, daar toch de last van de kostbare, maar menigmaal verwonde zaak van Christus op hen rust. Zij zullen alle wereldse belangen en gemakken moeten opgeven, en het hun eerste werk maken om alles te doen wat in hun macht staat om de zaak van de tegenwoordige waarheid aan te helpen en verloren gaande zielen te redden.
Zij zullen ook een grote beloning ontvangen. In hun kronen van blijdschap zullen degenen, die door hen gered en eindelijk zalig geworden zijn, als sterren blinken tot in alle eeuwigheid. En zij zullen tot in alle eeuwigheid de voldoening smaken van gedaan te hebben wat zij konden om de waarheid in zijn reinheid en schoonheid voor te stellen, zodat zielen die lief kregen, erdoor geheiligd werden en gebruik gemaakt hebben van het onschatbare voorrecht van rijk gemaakt te worden, en, gewassen zijnde in het bloed des Lams Gods gekocht te zijn. ” –Eerste Geschriften, blz. 63-64.