Les 5 — Sabbat, 31 oktober 2026
Waardig wandelen
“Opdat gij de Heere waardig moogt wandelen, om Hem in alles te behagen, in alle goede werken vrucht dragende, en opwassende in de kennis van God; met alle kracht bekrachtigd zijnde, naar de sterkte Zijner heerlijkheid, tot alle lijdzaamheid en lankmoedigheid, met blijdschap”
Kolossensen 1:10-11
“Op deze wijze bracht Paulus zijn wens voor de gelovigen in Colosse onder woorden. Welk een hoog ideaal bevatten deze woorden voor de volgelingen van Christus! Ze tonen de wonderbare mogelijkheden van het christelijk geloof en maken duidelijk dat er geen beperkingen zijn aan de zegeningen die Gods kinderen kunnen ontvangen.” —Van Jeruzalem tot Rome, blz. 346.
Aanvullende studie: –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 71-77;; –Testimonies for the Church, vol. 8, 286-289.
1. Een Voorbeeld Voor Ons
A. Hoe drukt de apostel Paulus zijn diepe vertrouwen uit in de geestelijke toestand van de gelovigen in Kolosse? .
1Paulus, een apostel van Jezus Christus, door de wil van God, en Timotheus, de broeder,
2Den heiligen en gelovige broederen in Christus, die te Kolosse zijn: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
3Wij danken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, altijd voor u biddende;
4Alzo wij van uw geloof in Christus Jezus gehoord hebben, en van de liefde, die gij hebt tot alle heiligen.
5Om de hoop, die u weggelegd is in de hemelen, van welke gij te voren gehoord hebt, door het Woord der waarheid, namelijk des Evangelies;
6Hetwelk tot u gekomen is, gelijk ook in de gehele wereld, en het brengt vruchten voort, gelijk ook onder u, van dien dag af dat gij gehoord hebt, en de genade Gods in waarheid bekend hebt.
“De beide eerste hoofdstukken van Kolossenzen zijn mij getoond als een uiting van wat onze gemeenten in elk deel van de wereld behoren te zijn.” –Bijbelkommentaar, blz. 552.
B. Waartoe zet dit geloof de apostel aan om te doen? .
7Gelijk gij ook geleerd hebt van Epafras, onzen geliefden mededienstknecht, dewelke een getrouw dienaar van Christus is voor u;
8Die ons ook verklaard heeft uw liefde in den Geest.
9Waarom ook wij, van dien dag af dat wij het gehoord hebben, niet ophouden voor u te bidden en te begeren, dat gij moogt vervuld worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk verstand;
10Opdat gij moogt wandelen waardiglijk den Heere, tot alle behagelijkheid, in alle goede werken vrucht dragende, en wassende in de kennis van God;
11Met alle kracht bekrachtigd zijnde, naar de sterkte Zijner heerlijkheid, tot alle lijdzaamheid en lankmoedigheid, met blijdschap;
“(Zie Kolossensen 1:9-11). Hoe volledig is dit gebed! Er is geen grens aan de zegeningen, die wij kunnen ontvangen. Wij kunnen ‘vervuld worden met de kennis van Zijn wil’. De Heilige Geest zou Paulus nooit hebben geïnspireerd tot het opzenden van dit gebed voor zijn broeders, als het voor hen niet mogelijk zou zijn geweest om van God een antwoord te ontvangen in overeenstemming met dit gebed. Daar dit nu het geval is, weten wij dat Gods wil aan Zijn volk geopenbaard wordt, wanneer zij een duidelijker begrip van Zijn wil nodig hebben.” —Bijbelkommentaar, blz. 552.
2. Scheppende Kracht In Christus
A. Beschrijf de glorieuze ervaring, die de apostel schetst, en hoe wij ons geloof sterk moeten houden door daarin te blijven. .
12Dankende den Vader, Die ons bekwaam gemaakt heeft, om deel te hebben in de erve der heiligen in het licht;
13Die ons getrokken heeft uit de macht der duisternis, en overgezet heeft in het Koninkrijk van den Zoon Zijner liefde;
14In Denwelke wij de verlossing hebben door Zijn bloed, namelijk de vergeving der zonden;
“Wij behoren te staan in de vrijheid, met welke Hij ons vrijgemaakt heeft en ons te verheugen in de waarheid. God neemt het ons kwalijk, als wij naar dwaling gaan luisteren, zonder dat wij verplicht zijn te gaan; want tenzij Hij ons zendt naar die bijeenkomsten, waar dwaling door middel van wilskracht krachtig aan de mensen wordt voorgesteld, zal Hij ons er niet voor bewaren. De engelen geven hun waakzame zorg voor ons op, en wij worden overgelaten om door de vijand met vuisten geslagen, en door hem en de macht van zijn boze engelen in duisternis gedompeld en verzwakt te worden; en het licht, dat rondom ons schijnt, wordt met de duisternis besmet.
Ik zag, dat wij geen tijd hebben om te verspillen met naar fabelen te luisteren. Onze gedachten moeten niet op die manier worden afgetrokken, maar behoren bezig te zijn met de tegenwoordige waarheid, en naar wijsheid te zoeken, opdat wij een beter verstand mogen verkrijgen aangaande de stelling, die wij innemen; dat wij bereid mogen zijn tot verantwoording uit de Schriften, van de hoop die in ons is, met zachtmoedigheid.” –Eerste Geschriften, blz. 144-145.
“God ‘heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon Zijner liefde’. (Kolossensen 1:13). Het wordt ons alles in Zijn woord aangeboden. Indien we het Woord aannemen, hebben we de verlossing.” —De Wens der Eeuwen, blz. 270.
B. Hoe verduidelijkt het vergelijken van Schriftteksten met Schriftteksten het concept van Christus' voorbestaan? ; vergelijk het woord 'eerstgeborene' in ;.
15Dewelke het Beeld is des onzienlijken Gods, de Eerstgeborene aller kreaturen.
18En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.
21Ik heb David, Mijn knecht, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd;
28Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde.
11Voorts zeide Samuel tot Isai: Zijn dit al de jongelingen? En hij zeide: De kleinste is nog overig, en zie, hij weidt de schapen. Samuel nu zeide tot Isai: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn.
12Toen zond hij heen, en bracht hem in; hij nu was roodachtig, mitsgaders schoon van ogen en schoon van aanzien; en HEERE zeide: Sta op, zalf hem, want deze is het.
13Toen nam Samuel den oliehoorn, en hij zalfde hem in het midden zijner broederen. En de Geest des HEEREN werd vaardig over David van dien dag af en voortaan. Daarna stond Samuel op, en hij ging naar Rama.
“ We hebben slechts één volmaakte foto van God, en dat is Jezus Christus.” –Bijbelkommentaar, blz. 552.
C. Wat onthult Christus als God? ;;.
16Want door Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zienlijk en die onzienlijk zijn, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen;
17En Hij is voor alle dingen, en alle dingen bestaan te zamen door Hem;
1In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
2Dit was in den beginne bij God.
3Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.
2Welken Hij gesteld heeft tot een Erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft;
“ Door Christus, het Woord, schiep een persoonlijk God de mens en schonk hem verstand en macht.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 348.
“De hand, die de werelden in de ruimte schraagt, de hand die alle dingen door het hele universum Gods in hun vastgestelde loop en onvermoeide activiteit leidt, is de hand, die voor ons aan het kruis werd genageld.” –Karaktervorming, blz. 132.
3. Het Offer Koesteren
A. Wat moeten we begrijpen over de diepe betekenis van Christus' missie, toen Hij als de Zoon des mensen kwam? ;.
19Want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou;
20En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.
“Om zich ten volle de waarde der zaligheid te realiseren, moet men verstaan wat dit kost. Als gevolg van de begrensde ideeën aangaande het lijden van Christus, slaan velen het grote werk der verzoening te laag aan… In dit goddelijke plan ziet men de wonderlijkste manifestaties van de liefde Gods tegenover de gevallen mensheid.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 223.
“Maar hoewel de goddelijke heerlijkheid van Christus een tijd lang omhuld en verborgen was door de menselijkheid, die Hij op Zich had genomen, hield Hij niet op God te zijn, toen Hij mens werd. Het menselijke nam de plaats van het goddelijke niet in, evenmin als het goddelijke in de plaats van het menselijke kwam. De beide uitdrukkingen ‘menselijk’ en ‘goddelijk’ waren in Christus hecht en onverbrekelijk verbonden; toch bezaten ze een afzonderlijke persoonlijkheid. Hoewel Christus Zich vernederde door mens te worden, bleef Hij toch God. Zijn goddelijkheid kon niet verdwijnen, terwijl Hij getrouw en waarachtig was aan Zijn loyaliteit. Omvangen door smart, lijden en zedelijk verderf, veracht en verworpen door het volk aan wie de woorden Gods waren toevertrouwd, kon Jezus toch van Zichzelf spreken als de Zoon des mensen in de hemel. Hij stond klaar om Zijn goddelijke heerlijkheid weer op Zich te nemen, als Zijn werk op aarde gedaan was.” —Bijbelkommentaar, blz. 388.
“Jezus plaatste het kruis op een lijn met het licht, dat van de hemel afkomt, want daar zal het oog van de mens er op vallen. Het kruis staat op een lijn met het schijnsel van het goddelijke gelaat, en door het zien van het kruis kunnen de mensen God en Jezus Christus, die Hij gezonden heeft, zien en kennen. Door op God te zien, aanschouwen wij Hem, die Zijn ziel in de dood heeft uitgestort. In het zien op het kruis gaat de blik verder naar God en wij zien Zijn haat tegen de zonde. Maar terwijl wij in het kruis Gods haat tegen de zonde zien, aanschouwen wij tevens Zijn liefde voor de zondaars, die sterker is dan de dood.” —Bijbelkommentaar, blz. 394-395.
B. Hoe vat de apostel het werk samen, dat Christus verricht ten behoeve van hen, die zich volledig aan Hem overgeven? .
21En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend,
22In het lichaam Zijns vleses, door den dood, opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en onbeschuldiglijk voor Zich stellen;
“Christus heeft voorzieningen getroffen, dat Zijn gemeente een veranderd lichaam zou zijn, verlicht door het licht des hemels, en in het bezit van de heerlijkheid van Immanuel. Het is Zijn bedoeling, dat iedere christen omgeven zal zijn door een geestelijke atmosfeer van licht en vrede. Er zijn geen grenzen aan de bruikbaarheid van degene die, het eigen-ik verzakende, plaats maakt voor de werking van de Heilige Geest op zijn hart en een leven leeft, dat geheel aan God gewijd is.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 214-215.
4. Voortdurend geroepen
A. Op welke belangrijke voorwaarde is de verlossing van hen, die tot Christus komen volledig verzekerd? ;.
1Voorts, broeders, ik maak u bekend het Evangelie, dat ik u verkondigd heb, hetwelk gij ook aangenomen hebt, in hetwelk gij ook staat;
2Door hetwelk gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op zodanige wijze, als ik het u verkondigd heb; tenzij dan dat gij tevergeefs geloofd hebt.
23Indien gij maar blijft in het geloof, gefondeerd en vast, en niet bewogen wordt van de hope des Evangelies, dat gij gehoord hebt, hetwelk gepredikt is onder al de kreature, die onder den hemel is; van hetwelk ik Paulus een dienaar geworden ben;
“We kunnen onmogelijk een veranderlijke godsdienst hebben. Het evangelie moet verkondigd en persoonlijk ontvangen worden. Een algemene instemming is niet genoeg. Er moet een verstandig, hartverwarmend onthaal van de waarheid zijn, waarbij de ontvanger standvastig moet blijven en de ontvangen kennis volhardend aan anderen moet doorgeven. De waarheid moet in alle opzichten in praktijk gebracht worden, vasthoudend aan het woord des levens, ‘waardoor gij ook zalig wordt, indien gij het behoudt op dusdanige wijze, als ik het u verkondigd heb, tenzij dan dat gij vergeefs geloofd hebt’ (1 Korinthe 15:2).
Er is een geloofsbelijdenis, die zo verwaterd is door de natuurlijke karaktereigenschappen van de mens, dat het de reddende kracht heeft verloren, doordat het de kenmerkende eigenschap van Christusgelijk zijn kwijt is geraakt. Hoewel u kunt zeggen rijk te zijn, zult u uiteindelijk ellendig, arm, blind en naakt blijken te zijn. Wanneer er sprake is van een willekeurig geloof en een willekeurige praktijk is, die niet in overeenstemming zijn met de lessen van Christus, dan is uw geloof ijdel. Uw hart moet ofwel de schatten van het goede bevatten, ofwel de schatten van het kwade. Uit de goede schat van het hart brengt de ontvanger van de waarheid goede dingen voort. Wie beweert te geloven, maar het niet in praktijk brengt, brengt kwade dingen voort die verwonden, ontmoedigen en vernietigen.
Ik vraag u, mijn broeder, om u niet als een kind te gedragen wat betreft begrip. Gedraagt u als een kind, dat het Woord van God in praktijk brengt. Christus zegt: ‘Waarom noemt u Mij Meester en Heer, en doet u niet de dingen, die Ik zeg?’ De beginselvastheid van ons gedrag in woorden, in geduld en in zachtmoedigheid zal de Christus in ons hart openbaren. Neem uzelf serieus, mijn broeder, en ga gestaag verder, stap voor stap, om een overwinnaar te worden.” –Manuscript Releases, vol. 9, blz. 213-214.
B. Hoe beschrijft Paulus zijn roeping? ;.
24Die mij nu verblijd in mijn lijden voor u, en vervulle in mijn vlees de overblijfselen van de verdrukkingen van Christus, voor Zijn lichaam, hetwelk is de Gemeente;
25Welker dienaar ik geworden ben, naar de bedeling van God, die mij gegeven is aan u, om te vervullen het Woord Gods;
28Zonder de dingen, die van buiten zijn, overvalt mij dagelijks de zorg van al de Gemeenten.
29Wie is er zwak, dat ik niet zwak ben? Wie wordt er geergerd, dat ik niet brande?
30Indien men moet roemen, zo zal ik roemen de dingen mijner zwakheid.
“Schep moed uit de ervaring van de apostel Paulus. Hij had heel wat beproevingen. Hij was een onvermoeide werker en reisde voortdurend, soms door onherbergzame streken, soms over water, door storm en orkaan. Zijn lot was veel zwaarder dan het onze, want reizen kende toen niet de gemakken van nu. Maar Paulus liet zich door niets in zijn werk tegenhouden." —Bijbelkommentaar, blz. 522.
5. Het Mysterie In Actie
A. Hoe alleen kunnen christenen het levende evangelie, dat we moeten delen, op een voorbeeldige manier in de praktijk brengen? .
27Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;
28Denwelken wij verkondigen, vermanende een iegelijk mens, en lerende een iegelijk mens in alle wijsheid, opdat wij zouden een iegelijk mens volmaakt stellen in Christus Jezus;
29Waartoe ik ook arbeide, strijdende naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht.
“Door de macht van Christus hebben mannen en vrouwen de ketenen van zondige gewoonten verbroken. Ze hebben zelfzucht prijsgegeven. De potter is eerbiedig geworden, de dronkaard is nuchter, de onreine is rein. Zielen, die de gelijkenis van Satan droegen, zijn veranderd naar het beeld van God. Deze verandering is op zichzelf het grootste wonder. Een verandering bewerkstelligd door het Woord, is een van de diepste verborgenheden van dat Woord. We kunnen het niet begrijpen; we kunnen slechts geloven, zoals de Schrift het zegt: ‘Christus in u, de hoop der heerlijkheid’.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 349.
“Er is behoefte aan geheiligde, zichzelf opofferende mannen, die niet zullen terugschrikken voor beproevingen en verantwoordelijkheid; mannen die moedig en getrouw zijn; mannen die Christus, ‘de Hoop der heerlijkheid’, in hun hart hebben en van wie de lippen aangeraakt zijn met heilig vuur, zodat ze het woord zullen verkondigen. Het werk van God lijdt door gebrek aan zulke arbeiders, en fatale misleidingen besmetten als een dodelijk gif de moraal van de mensen en vernietigen de hoop van een groot deel van het menselijk geslacht.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 371.
“Indien Christus, ‘de hoop der heerlijkheid’, in u is, zult u geen lust hebben om anderen gade te slaan, om fouten aan het licht te brengen. In plaats van te trachten te beschuldigen en te veroordelen, zal het uw doel zijn te helpen, te zegenen en te behouden. Wanneer u optreedt tegen hen, die dwalen, zult u acht slaan op de vermaning: ‘Ziet op uzelf, gij moogt ook eens in verzoeking komen’. (Galaten 6:1). U zult terugdenken aan de vele keren, dat u gedwaald hebt en hoe moeilijk het was om de goede weg te vinden, wanneer u die eenmaal verlaten had. U zult uw broeder niet in groter duisternis duwen, maar met een hart vol mededogen zult u hem spreken over het gevaar, waarin hij zich bevindt.
Hij, die dikwijls op het kruis van Golgotha ziet en daarbij bedenkt, dat zijn zonden de Heiland daar brachten, zal nooit trachten om de mate, waarin hij schuldig is, te vergelijken met de schuld van anderen. Hij zal niet op de rechterstoel gaan zitten om een beschuldiging in te brengen tegen een ander. Er kan geen geest van kritiek of zelfverheerlijking zijn bij hen, die wandelen in de schaduw van het kruis van Golgotha.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 112.