Les 12 — Sabbat, 19 december 2026
Een werkelijk apart Volk
“Waarom wij ook altijd bidden voor u, dat onze God u waardig achte de roeping, en vervulle al het welbehagen van Zijn goedheid, en het werk des geloofs met kracht.”
2 Thessalonicensen 1:11
“De Heere wil, dat Zijn volgelingen zeer nauwgezet zijn in hun bemoeienis met elkander. Van hen moet een verheffende, herstellende, genezende kracht uitgaan. Maar vooral mag in de gemeente de juiste tucht niet verwaarloosd worden. De leden moeten zichzelf zien als leerlingen in een school, waar ze moeten leren, hoe ze hun karakter moeten vormen in overeenstemming met hun hoge roeping.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 208.
Aanvullende studie: –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 296-307;; –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 481-490.
1. Zuiver Van Binnen En Van Buiten
A. Wat toont de diepte van Gods oproep tot reinheid? .
“Doe onder vreemden, op straat, in vervoer, of in huis niets, dat in het minst met het kwade van doen heeft.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 422.
“Laat uw gedrag zodanig zijn, dat u de indruk zult achterlaten bij iedereen, met wie u omgaat, dat u omgeven bent door een zuivere en heilige atmosfeer. Eén ijdel woord, één onbeduidende lach, kan een ziel de verkeerde kant op sturen. De gevolgen van het niet hebben van een voortdurende verbinding met God zijn verschrikkelijk.
Vermijd alle kwaad. Gewone zonden, hoe onbeduidend ze ook mogen lijken, zullen uw moreel besef schaden en de innerlijke indruk van de Geest van God uitdoven. De aard van de gedachten laat zijn sporen na in de ziel, en alle lage gesprekken bezoedelen de geest. Alle kwade werken bederven hen, die deze begaan. God kan en zal de berouwvolle zondaar vergeven, maar hoewel vergeven, de ziel is beschadigd; de kracht van de verheven gedachte, die voor een onbeschadigde geest mogelijk is, wordt vernietigd. De ziel draagt de littekens voor altijd. Laten we dan zoeken naar dat geloof, dat door liefde werkt en het hart zuivert, zodat we het karakter van Christus aan de wereld kunnen tonen.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 195.
2. Heiligmaking Door Christus
A. Beschrijf Gods plan voor ons dagelijks bestaan en hoe dit mogelijk wordt gemaakt. .
23En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus.
24Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal.
“God verlangt ook van de christen, dat zijn lichaam ‘een levend, heilig en Gode welgevallig offer’ is. Om aan deze eis te voldoen, moeten alle vermogens in een zo goed mogelijke staat bewaard blijven. Iedere gewoonte, die de lichamelijke en geestelijke vermogens verzwakt, maakt de mens ongeschikt om zijn Schepper te dienen. Zal God genoegen nemen met iets dat minder is dan het beste? Christus zei: ‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart’. Wie de Here lief heeft met geheel zijn hart, zal ernaar verlangen Hem op de best mogelijke manier te dienen met zijn leven en zal er altijd naar streven alle vermogens, waarover hij beschikt, in harmonie te brengen met de wetten, die hem geschikter zullen maken om Gods wil te volbrengen. Hij zal het offer, dat hij zijn hemelse Vader brengt, niet verontreinigen door toe te geven aan lusten of hartstochten.” –De Grote Strijd, blz. 438.
“De Schrift leert ons te streven naar de heiliging van lichaam, ziel en geest voor God. In dit werk moeten we samenwerken met God. Er kan veel gedaan worden om het morele beeld van God in de mens te herstellen, om de fysieke, mentale en morele vermogens te verbeteren. Grote veranderingen kunnen in het fysieke systeem worden aangebracht door de wetten van God te gehoorzamen en niets in het lichaam te brengen dat onrein is. En hoewel we geen volmaaktheid van het vlees kunnen claimen, kunnen we wel christelijke volmaaktheid van de ziel hebben. Door het offer, dat voor ons is gebracht, kunnen zonden volkomen vergeven worden. Onze afhankelijkheid is niet van wat de mens kan doen, maar van wat God voor de mens kan doen door Christus. Wanneer we ons volledig aan God overgeven en volkomen geloven, reinigt het bloed van Christus ons van alle zonden. Het geweten kan bevrijd worden van veroordeling. Door geloof in Zijn bloed kunnen allen volmaakt worden gemaakt in Christus Jezus. Dank God dat we niet met onmogelijkheden te maken hebben.” —Selected Messages, bk. 2, blz. 32.
B. Welke eigenschappen onthullen een oprechte en diepe verbondenheid tussen gelovigen? ;.
26Groet al de broeders met een heiligen kus.
27Ik bezweer ulieden bij den Heere, dat deze zendbrief al den heiligen broederen gelezen worde.
28De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.
7Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.
“De heilige groet, die in het evangelie van Jezus Christus, door de apostel Paulus geschreven, genoemd wordt, moet immer in zijn waar karakter beschouwd worden. Het is een heilige kus. Hij moet beschouwd worden, als een teken van gemeenschap onder christen-vrienden, wanneer zij van elkaar scheiden en wanneer zij elkaar weer ontmoeten na een afwezigheid van weken of maanden. In 1 Thessalonicensen 5:26 zegt Paulus: ‘Groet al de broeders met een heilige kus’. In hetzelfde hoofdstuk zegt hij: ‘Onthoudt van alle schijn des kwaads’. Er kan geen schijn van kwaad zijn, wanneer de heilige kus gegeven wordt op de rechte tijd en plaats.” —Eerste Geschriften, blz. 135.
3. Christus Zal Worden Geopenbaard
A. Welke steunende bemoediging gebruikt Paulus om zijn tweede brief aan de gelovigen in Thessalonica te openen? .
1Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus:
2Genade zij u, en vrede, van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
3Wij moeten God te allen tijd danken over u, broeders, gelijk billijk is, omdat uw geloof zeer wast, en dat de liefde eens iegelijken van u allen jegens elkander overvloedig wordt;
4Alzo dat wij zelven van u roemen in de Gemeenten Gods, over uw lijdzaamheid en geloof in al uw vervolgingen en verdrukkingen, die gij verdraagt;
5Een bewijs van Gods rechtvaardig oordeel, opdat gij waardig geacht wordt het Koninkrijk Gods, voor hetwelk gij ook lijdt;
“Hij (Paulus) gaf opnieuw uitdrukking aan zijn vertrouwen in hun oprechtheid (van de Thessalonicenzen) en aan zijn dankbaarheid voor hun toenemend geloof en de liefde, die zij elkaar en hun Meester bewezen. Hij vertelde hun, dat hij hen aan andere gemeenten ten voorbeeld had gesteld van berustend, volhardend geloof, dat moedig vervolgingen en tegenspoed weerstond.” —Van Jeruzalem tot Rome, blz. 194.
B. Als wij net zo vervolgd werden als de Thessalonicenzen, waarom kunnen wij dan allemaal bemoedigd worden door de hoop, die hen werd voorgehouden? .
6Alzo het recht is bij God verdrukking te vergelden dengenen, die u verdrukken;
7En u, die verdrukt wordt, verkwikking met ons, in de openbaring van den Heere Jezus van den hemel met de engelen Zijner kracht;
“(Zie 2 Thessalonicensen 1:1-6). Hier zien we de belangstelling van deze gemeenten voor elkaar. De vervolging, die ze moesten doorstaan, bracht alle harten samen en verbond hen. Ze waren overal verspreid. De dwalingen en het bijgelovige geloof en de leerstellingen van het Joodse volk, dat zich zo fel tegen Christus verzette, lieten de kleine kudde achter als schapen zonder herder. Maar het zaad werd gezaaid. Christus was verhoogd als de Gekruisigde onder hen, en er werden voortdurend pogingen gedaan om de armoede en onderdrukking van de broeders vanwege hun geloof te verlichten.” —Letters and Manuscripts, vol. 12, letter 28, 1897.
C. Waarom moet de spoedige wederkomst van Christus een diepe indruk op het hart van allen maken? ;.
7En u, die verdrukt wordt, verkwikking met ons, in de openbaring van den Heere Jezus van den hemel met de engelen Zijner kracht;
8Met vlammend vuur wraak doende over degenen, die God niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.
3Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen.
4Hij zal roepen tot den hemel van boven, en tot de aarde, om Zijn volk te richten.
“(Zie 2 Thessalonicensen 1:8). Deze gewichtige gebeurtenissen zijn dichtbij, en toch slapen velen van hen, die belijden de waarheid te geloven. Zij zullen zeker gerekend worden tot de klasse, waartoe ook de ontrouwe dienstknecht behoort, die in zijn hart zei: ‘Mijn Heer vertoeft te komen’, indien zij hun huidige toestand van vriendschap met de wereld handhaven. Alleen aan degenen, die vol hoop en geloof wachten, zal Christus zonder zonden tot redding verschijnen. Velen bezitten een theorie van de waarheid, maar zij kennen de kracht van de godsvrucht niet. Als het woord van God in hun hart zou wonen, zou het hun leven beheersen. Geloof, reinheid en overeenstemming met de wil van God zou van zijn heiligende kracht getuigen.” —Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 20.
4. Een Zeer Duidelijk Onderscheid
A. Leg het lot van twee soorten mensen uit. .
8Met vlammend vuur wraak doende over degenen, die God niet kennen, en over degenen, die het Evangelie van onzen Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.
9Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte,
“Verontschuldig uw gebreken niet, omdat anderen fout zijn. Op de dag van God zult u niet durven te pleiten als een excuus voor uw nalaten een karakter te vormen voor de hemel, omdat anderen geen toewijding en geestelijkheid hebben getoond. Hetzelfde gebrek, dat u bij anderen ontdekte, was ook bij uzelf. En het feit, dat anderen zondaren waren, maakt uw zonden des te ernstiger. Zowel zij als u, als u in uw huidige staat van ongeschiktheid volhardt, zult u van Christus gescheiden worden, en met Satan en zijn engelen gestraft worden met eeuwige vernietiging, verwijderd van de aanwezigheid van de Heer en van de heerlijkheid van Zijn macht.
De Heer heeft een rijkelijke voorziening voor u gemaakt, zodat, als u Hem zou zoeken, en het licht volgt, dat Hij u zou geven, u niet zult struikelen. Het woord van God was u gegeven als een lamp voor uw voet, een licht op uw pad. Als u struikelt, zal het zijn,omdat u uw gids niet geraadpleegd hebt, het woord van God en dat kostbare woord niet tot de leidraad van uw leven hebt gemaakt. God heeft u niet het leven van enig mens als voorbeeld gegeven, hoe goed en ogenschijnlijk onberispelijk zijn leven ook moge zijn. Als u doet, zoals anderen doen, en handelt zoals anderen handelen, zult u uiteindelijk buiten de Heilige Stad achterblijven, samen met een grote menigte die precies hetzelfde heeft gedaan als u, die een voorbeeld heeft gevolgd, dat de Heer hun niet heeft gegeven, en die verloren zijn, net zoals u verloren zult zijn.
Dat wat anderen hebben gedaan, of in de toekomst zullen doen, zal uw verantwoordelijkheid of schuld niet verminderen. U is een voorbeeld gegeven, een onberispelijk leven gekenmerkt door zelfverloochening en onbaatzuchtige welwillendheid. Als u zich afkeert van dit juiste, dit volmaakte voorbeeld en een verkeerd voorbeeld volgt, dat in het woord van God duidelijk is aangegeven als iets dat u moet vermijden, dan zal uw handelen het verdiende loon ontvangen; uw leven zal een mislukking zijn.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 396.
B. Welk verfrissend contrast moet er bestaan, en waarom? .
10Wanneer Hij zal gekomen zijn, om verheerlijkt te worden in Zijn heiligen, en wonderbaar te worden in allen, die geloven (overmits onze getuigenis onder u is geloofd geworden) in dien dag.
“De opstanding en hemelvaart van onze Heer zijn een stellig bewijs van de overwinning van Gods heiligen over dood en graf, en een waarborg dat de hemel open staat voor allen, die de kleren van hun karakter wassen en wit maken in het bloed van het Lam. Jezus voer op tot de Vader als vertegenwoordiger van het menselijk geslacht, en God zal hen, die Zijn beeld weerspiegelen, Zijn heerlijkheid doen aanschouwen en die met Hem doen delen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 274-275.
5. Tijd Voor Getrouwe Handelingen
A. Beschrijf het wonderbaarlijke resultaat van Gods gemeente. .
11Waarom wij ook altijd bidden voor u, dat onze God u waardig achte der roeping, en vervulle al het welbehagen Zijner goedigheid, en het werk des geloofs met kracht.
12Opdat de Naam van onzen Heere Jezus Christus verheerlijkt worde in u, en gij in Hem, naar de genade van onzen God en den Heere Jezus Christus.
B. Waarvan worden we verzekerd als de profetische gebeurtenissen zich voltrekken? .
1En wij bidden u, broeders, door de toekomst van onzen Heere Jezus Christus, en onze toevergadering tot Hem,
2Dat gij niet haastelijk bewogen wordt van verstand, of verschrikt, noch door geest, noch door woord, noch door zendbrief, als van ons geschreven, alsof de dag van Christus aanstaande ware.
3Dat u niemand verleide op enigerlei wijze; want die komt niet, tenzij dat eerst de afval gekomen zij, en dat geopenbaard zij de mens der zonde, de zoon des verderfs;
4Die zich tegenstelt, en verheft boven al wat God genaamd, of als God geeerd wordt, alzo dat hij in den tempel Gods als een God zal zitten, zichzelven vertonende, dat hij God is.
5Gedenkt gij niet, dat ik, nog bij u zijnde, u deze dingen gezegd heb?
6En nu, wat hem wederhoudt, weet gij, opdat hij geopenbaard worde te zijner eigen tijd.
7Want de verborgenheid der ongerechtigheid wordt alrede gewrocht; alleenlijk, Die hem nu wederhoudt, Die zal hem wederhouden, totdat hij uit het midden zal weggedaan worden.
“In de profetie wordt iemand aangeduid als de mens der wetteloosheid. Hij is de vertegenwoordiger van Satan. Deze mens der wetteloosheid, die de suggesties van Satan aanvaardt inzake de wet van God, die even onveranderlijk is als Zijn troon, komt in het beeld en houdt aan de wereld voor, dat hij die wet heeft veranderd, en dat de eerste dag van de week in plaats van de zevende, nu de Sabbat is. Terwijl hij aanspraak maakt op onfeilbaarheid, beweert hij het recht te hebben Gods wet te veranderen om die aan te passen aan zijn eigen doelstellingen…
Maar Christus heeft gezegd, dat geen jota of tittel van de wet zou voorbijgaan, eer de hemel en aarde zouden voorbijgaan. Zijn werk, dat Hij was komen doen, was om die wet te verheerlijken en aan de geschapen werelden en de hemel te tonen, dat God rechtvaardig is; dat Zijn wet niet veranderd behoeft te worden. Maar hier staat de man aan Satans rechterhand gereed om door te gaan met het werk, waarmee Satan in de hemel was begonnen een poging om Gods wet te wijzigen…
De mens der wetteloosheid heeft zich boven God geplaatst door zich in de tempel Gods te zetten en zich te vertonen als een god. Hij heeft Gods grote gedenkteken aan de schepping, ingesteld om Zijn werk te herdenken, vertreden; en in plaats daarvan heeft hij aan de wereld een gewone werkdag getoond…
Maar al zou ieder lid van het menselijk geslacht dit kind van het pausdom aanvaarden, dit zou in geen geval de heilige Sabbat van de Here ongeldig maken. Zij, die de valse sabbat aanvaarden, verheffen de mens der wetteloosheid en vallen Gods bestuur aan. Maar de mens der wetteloosheid kan niet teniet doen wat naar Gods zeggen voor altijd vast zal staan. Het werk, dat nu in onze wereld gedaan moet worden, is het verheffen van de wet des Heeren en de aandacht van de mensen daarop te vestigen. De tijd is aangebroken, dat de waarheid verkondigd zal worden tegen leugen en dwaling.” —Bijbelkommentaar, blz. 559-561.