Spring naar inhoud
chevron_left Vorige les
slideshow print
Volgende les chevron_right
Les 4Sabbat, 25 juli 2026

Belijdenis

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen” (Spreuken 28:13).

Spreuken 28:13

“Een belijdenis, waarin het diepste innerlijk wordt blootgelegd, komt bij de God van oneindig erbarmen.” –Schreden naar Christus, blz. 46.

Aanvullende studie:: –Schreden naar Christus, hoofdstuk 4, blz. 45-50.
A. Wat moeten we doen, als we overtuigd zijn van zonde?
Spreuken 28:13
13Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.
Jakobus 5:16
16Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt; een krachtig gebed des rechtvaardigen vermag veel.
“De voorwaarden, waarop men de genade van God kan ontvangen, zijn eenvoudig, maar rechtvaardig en redelijk. De Heer verlangt niet van ons, dat we ons pijnigen, als we vergeving van zonden willen ontvangen. We behoeven geen lange, vermoeiende pelgrimstochten te ondernemen, of pijnlijke boetedoeningen te verrichten, om onszelf bij God aan te bevelen om onze overtredingen teniet te doen. Wie zijn zonde ´belijdt en nalaat’, ontvangt genade.” –Schreden naar Christus, blz. 45.
B. Welke houding vereist dit van ons?
Spreuken 15:33
33De vreze des HEEREN is de tucht der wijsheid; en de nederigheid gaat voor de eer.
Spreuken 19:23
23De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.
Psalmen 34:19
19Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.
“Wie zich niet voor God heeft vernederd en niet zijn schuld heeft bekend, heeft aan de eerste voorwaarde om aanvaard te worden niet voldaan. Als we dat berouw, waar we nooit spijt van krijgen, nog niet hebben ervaren, en als we nog niet met oprechte, innerlijke nederigheid en met een ´gebroken geest´ onze zonde hebben beleden, vol afschuw over het kwaad dat we deden, hebben we nooit echt verlangd naar vergeving van zonden. En als we daar nooit naar hebben verlangd, hebben we nog nooit Gods vrede gevonden. De enige reden, waarom onze zonden uit het verleden niet vergeven zijn, is dat we niet bereid zijn onszelf te vernederen en gehoor te geven aan de voorwaarden, die we vinden in het Woord der waarheid. Er worden over deze zaak zeer duidelijke aanwijzingen gegeven. Een schuldbelijdenis, of die nu in eenzaamheid of in aanwezigheid van anderen geschiedt, moet gemeend zijn en spontaan.” —Schreden naar Christus, blz. 46.