Spring naar inhoud
chevron_left Vorige les
slideshow print
Volgende les chevron_right
Les 12SABBAT, 20 september 2025

De beschuldiging van Christus

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Jezus dan zeide tot Petrus: Steek uw zwaard in de schede; de drinkbeker, die Mij de Vader gegeven heeft, zal Ik die niet drinken?”

Johannes 18:11

“Het verschrikkelijke ogenblik was gekomen, dat ogenblik dat beslissend zou zijn voor de bestemming van de gehele wereld.” – De Wens der Eeuwen, p. 604.

Aanvullende studie :: -Eerste Geschriften, blz. 192-196.
A. Waar ging Jezus met Zijn discipelen heen, toen Hij Zijn voorbede had beëindigd, en met welk doel?
Johannes 18:1
1Jezus, dit gezegd hebbende, ging uit met Zijn discipelen over de beek Kedron, waar een hof was, in welken Hij ging, en Zijn discipelen.
Mattheüs 26:36
36Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben.
B. Welk verzoek deed de Heer, toen Hij drie discipelen opriep om Hem te vergezellen, en waarom?
Markus 14:33-34
33En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden;
34En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
“Het was zijn (Satans) doel om de zonde tot zodanige afmetingen te maken, dat verzoening onmogelijk zou schijnen; de Zoon van God, die probeerde om een verloren wereld te redden, zou dan verbrijzeld worden onder de vloek van de zonde. Het werk van de waakzame vijand door aan Christus de ontzaggelijke omvang van de zonde voor te houden, veroorzaakte een stekende pijn, dat Hij het gevoel had, dat Hij niet in de onmiddellijke nabijheid van een menselijk wezen kon blijven. Hij kon niet verdragen, dat zelfs alleen Zijn discipelen getuigen zouden zijn van Zijn ziele-lijden, terwijl Hij nadacht over het leed van de wereld. Zelfs Zijn meest geliefde vrienden mochten niet in Zijn gezelschap zijn. Het zwaard der gerechtigheid was ontbloot en Gods toorn tegen de zonde rustte op de plaatsvervanger van de mens, Jezus Christus, de eniggeborene van de Vader.” –Bijbelkommentaar, blz. 343–344.