Les 11 — SABBAT, 13 september 2025
Christus Bidt voor Zijn Discipelen (2)
“En Ik heb hun Uw naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmee Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen”
Johannes 17:26
“Als een toegewijde Hogepriester bemiddelt Hij voor Zijn volk. Als een trouwe Herder vergadert Hij de kudde in de schaduw van de Almachtige, in de sterke en veilige schaapskooi. Hem wacht de laatste strijd met Satan, en Hij gaat uit die tegemoet.” – De Wens der Eeuwen, p. 598.
Aanvullende studie: -Het Geheiligde Leven, blz. 46-52.
1. Verenigd In Christus
A. Welk belangrijk punt voor het succes van de gemeente noemt Jezus herhaaldelijk in Zijn voorbede? ,.
11En Ik ben niet meer in de wereld, maar deze zijn in de wereld, en Ik kome tot U, Heilige Vader, bewaar ze in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij een zijn, gelijk als Wij.
21Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.
22En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn;
23Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
“Hij (Christus) bidt, dat Zijn discipelen één mogen zijn, zoals Hij en de Vader één zijn; en deze eenheid van gelovigen moet een getuigenis zijn voor de wereld, dat Hij ons gezonden heeft, en dat wij het bewijs dragen van Zijn genade.” –My Life Today, blz. 252.
“Als we persoonlijk dicht tot God naderen, dan ziet u niet wat het resultaat zal zijn? Kunt u niet zien, dat we tot elkaar zullen naderen? We kunnen niet dicht tot God naderen en tot hetzelfde kruis komen, zonder dat onze harten in volmaakte eenheid samensmelten.” –Our High Calling, blz. 96.
B. Hoe kan gemeente-eenheid worden bereikt en bewaard? .
7Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.
“Een eenheid van gelovigen met Christus zal van nature tot een eenheid met anderen leiden, en deze eenheid is de meest hechte ter wereld. Wij zijn één in Christus, zoals Christus één is met de Vader. Christenen zijn ranken, uitsluitend ranken van de levende Wijnstok.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 45.
2. Niet Van De Wereld
A. Wat zegt Christus over Zijn discipelen en de wereld? . Waarom vervolgt de wereld hen?
13Maar nu kom Ik tot U, en spreek dit in de wereld, opdat zij Mijn blijdschap vervuld mogen hebben in zichzelven.
14Ik heb hun Uw woord gegeven; en de wereld heeft ze gehaat, omdat zij van de wereld niet zijn, gelijk als Ik van de wereld niet ben.
“De eerste christenen waren inderdaad een groep eigenaardige mensen. Hun onberispelijk gedrag en hun onwankelbaar geloof waren een voortdurende aanklacht, die de rust van de zondaren verstoorde. Hoewel ze gering in aantal waren en geen rijkdom, aanzien of eretitels bezaten, waren ze overal, waar hun karakter en leer bekend werden, een verschrikking voor de boosdoeners. Daarom werden ze door de goddelozen gehaat, zoals Abel werd gehaat door de goddeloze Kaïn. Om dezelfde reden waarom Kaïn zijn broer Abel doodde, brachten ook degenen, die de beteugeling van de Heilige `Geest van zich af wilden schudden, Gods volk om het leven. Om dezelfde reden verwierpen en kruisigden de Joden de Heiland, omdat de reinheid en heiligheid van Zijn karakter een voortdurende aanklacht waren tegen hun zelfzucht en verdorvenheid. Vanaf de tijd van Christus tot heden hebben Zijn trouwe volgelingen de haat en tegenwerking opgewekt van de mensen, die de paden der zonde liefhebben en bewandelen.” –De Grote Strijd, blz. 42.
B. Wat is Gods plan voor Zijn kinderen zo ver het de invloeden van de wereld betreft? .
15Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart van den boze.
16Zij zijn niet van de wereld, gelijkerwijs Ik van de wereld niet ben.
“Door Zijn eigen voorbeeld heeft de Heiland aangetoond, dat Zijn volgelingen in de wereld kunnen zijn zonder van de wereld te zijn. Hij kwam niet om deel te hebben aan haar genoegens, om beïnvloed te worden door haar gebruiken, en haar praktijken te volgen, maar om de wil van Zijn Vader te doen, en te zoeken en zalig te maken wat verloren was. Met dit feit voor ogen kan de christen onbesmet blijven in welke omgeving hij zich ook bevindt. Wat zijn positie of omstandigheid ook moge zijn, hij zal de macht van het ware geloof openbaren in de getrouwe vervulling van zijn plichten.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz.344.
“De wereld heeft niet voldoende ware christenen; de gemeente heeft hier behoefte aan; de samenleving kan niet zonder hen. Christus’ gebed voor Zijn discipelen luidde: ‘Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze’. Jezus weet, dat wij in de wereld zijn, blootgesteld aan verleidingen, maar Hij heeft ons lief en zal ons genade geven om te triomferen over haar verdorven invloeden. Hij wil, dat wij volmaakt in karakter zijn, dat onze eigenzinnigheid geen gelegenheid zal geven tot morele misvorming bij anderen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 272–273.
3. Kracht In De Waarheid
A. Wat doet de waarheid voor hen, die haar kennen en gehoorzamen? ;.
“Wanneer het zuurdesem van de waarheid in het hart is opgenomen, zal het onze wensen regelen, onze gedachten zuiveren en het leven aangenaam maken…
Gods woord moet een heiligende uitwerking hebben op onze omgang met elk lid van het menselijk geslacht. Het zuurdesem van de waarheid zal geen geest van rivaliteit, liefde voor eerzucht of verlangen om de eerste te zijn voortbrengen. Echte liefde, die van God komt, is niet zelfzuchtig of veranderlijk. Ze is niet afhankelijk van menselijke lof. Het hart van iemand, die Gods genade ontvangt, stroomt over van liefde voor God en voor hen, voor wie Christus is gestorven. Het eigen-ik vecht niet om erkend te worden. Hij heeft anderen niet lief, omdat zij van hem houden en hem behagen, omdat zij zijn verdiensten erkennen, maar omdat zij door Christus gekocht zijn. Als zijn drijfveren, zijn woorden en daden verkeerd begrepen of uitgelegd worden, neemt hij daaraan geen aanstoot, maar gaat in dezelfde geest verder. Hij is vriendelijk en bedachtzaam en vertrouwt altijd op Gods barmhartigheid en liefde.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 54.
B. Hoe wordt de waarheid gekenschetst? .
“De waarheid, zoals die in Jezus is, is gehoorzaamheid aan elk gebod van Jehova. Het is hartwerk. Bijbelse heiliging is niet de schijnheiliging, die de Schriften niet onderzoekt, maar vertrouwen zal op goede gevoelens en impulsen in plaats van op het zoeken naar waarheid als naar een verborgen schat. Bijbelse heiliging zal de bezitters ervan ertoe brengen de vereisten van God te kennen en eraan te gehoorzamen.” –Lift Him Up, blz. 152.
C. Hoe kunnen wij door de waarheid geheiligd worden? ;.
13Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.
“Christus verklaarde, dat Hij Zichzelf heiligde, opdat ook wij geheiligd zouden worden. Hij nam onze natuur op Zich en werd een onberispelijk voorbeeld voor de mensen. Hij maakte geen fout, opdat ook wij overwinnaars zouden worden en Zijn koninkrijk als overwinnaars zouden binnengaan. Hij bad, dat wij door de waarheid geheiligd zouden worden. Wat is waarheid? Hij verklaarde: ‘Uw woord is waarheid’. Zijn discipelen moesten geheiligd worden door gehoorzaamheid aan de waarheid.” –My Life Today, blz. 252.
4. Tedere Zorg Die Verreikend Is
A. Hoe weten we, dat Christus ons in Zijn middelaarsgebed heeft opgenomen? .
20En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen.
“Christus wil nu evenveel betekenen voor Zijn kinderen, als Hij toen betekende voor de eerste discipelen.” –Schreden naar Christus, blz. 89.
“Christus’ verlosten zijn Zijn juwelen, Zijn kostbare en bijzondere schat.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 309.
B. Welke zekerheid hebben we, dat Christus’ waakzame zorg, door de Heilige Geest, vandaag over ons is? .
16En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;
“De woorden, tot de discipelen gesproken, gelden ook voor ons. De Trooster is voor ons zowel als voor hen. De Geest voorziet ons van kracht, die de vooruitstrevende worstelende ziel zal schragen in elke moeilijke omstandigheid, te midden van de haat der wereld en in het helder en duidelijk besef van eigen tekortkomingen en fouten. In verdriet en beproeving, indien het vooruitzicht donker schijnt en de toekomst verward en als wij ons eenzaam en hulpeloos voelen, zijn dit de tijden, waarop de Heilige Geest, in antwoord op het gelovig gebed, het hart troost.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 37.
“In het uur van de grootste nood, wanneer ontmoediging de ziel zou overweldigen, is het dan dat het waakzame oog van Jezus ziet, dat we Zijn hulp nodig hebben. Het uur van de menselijke nood is het uur van Gods gelegenheid. Wanneer alle menselijke steun faalt, komt Jezus ons te hulp, en Zijn aanwezigheid verdrijft de duisternis en verdrijft de wolk van somberheid.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 530.
C. Welk verlangen uitte Jezus ten behoeve van Zijn volk aan het einde van Zijn gebed? .
24Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.
“Voordat de aarde werd gegrondvest, hadden Vader en Zoon Zich in een verbond verenigd om de mens, indien hij door Satan zou worden overwonnen, te verlossen. Zij hadden de handen tot een plechtige gelofte ineengesloten, dat Christus Zich voor het menselijk geslacht zou borg stellen. Deze belofte heeft Christus vervuld.” –
5. Opdat Wij Zijn Naam Mogen Kennen
A. Hoe moeten wij de Vader door Christus weerspiegelen? .
25Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend; maar Ik heb U gekend, en dezen hebben bekend, dat Gij Mij gezonden hebt.
26En Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt, en zal Hem bekend maken; opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij, en Ik in hen.
“Christus zegt van Zichzelf, dat Hij naar de wereld gezonden is om de Vader te vertegenwoordigen. In Zijn voortreffelijkheid van karakter, in Zijn genade en teder medelijden, in Zijn liefde en goedheid staat Hij voor ons als de belichaming van goddelijke volmaaktheid, het beeld van de onzichtbare God.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 601.
B. Waarop moeten we ons in het leven altijd richten? .
23Zo zegt de HEERE: Een wijze beroeme zich niet in zijn wijsheid, en de sterke beroeme zich niet in zijn sterkheid; een rijke beroeme zich niet in zijn rijkdom;
24Maar die zich beroemt, beroeme zich hierin, dat hij verstaat, en Mij kent, dat Ik de HEERE ben, doende weldadigheid, recht en gerechtigheid op de aarde, want in die dingen heb Ik lust, spreekt de HEERE.
“Alle roem op verdienste in onszelf is misplaatst.
Het gebod is niet: Wie roemt, moet roemen in zichzelf, alleen in God… Er is dus geen reden voor mensen om zichzelf te verheerlijken. Voor elke zegen die ze genieten, voor elke goede eigenschap die ze bezitten, zijn ze dank verschuldigd aan de genade van Christus. Niemand moet zichzelf verheffen als bezitter van wijsheid of rechtvaardigheid…
Zij, die de diepste ervaring hebben in de dingen van God, zijn het verst verwijderd van trots of zelfverheffing. Zij hebben de nederigste zelfopvatting en de meest verheven opvattingen over de heerlijkheid en uitnemendheid van Christus… Wanneer we onze ogen op de hemel gericht hebben en een helder beeld hebben van het karakter van Christus, zullen we de Heere God in ons hart verheffen.
Naarmate iemand de geschiedenis van de Verlosser leert kennen, ontdekt hij ernstige tekortkomingen in zichzelf; zijn gebrek aan gelijkenis met Christus is zo groot, dat hij de noodzaak inziet van radicale veranderingen in zijn leven. Toch studeert hij met het verlangen om net als zijn grote Voorbeeld te worden.” –Sons and Daughters of God, blz. 235.