“Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een de ander uitnemender dan zichzelf. Een ieder zie niet op het zijne, maar een ieder zie ook op hetgeen van de ander is”
Filippensen 2:3-4
“Het kweken van een gelijkgezinde voorkomendheid, een bereidheid anderen te behandelen zoals we zelf behandeld willen worden, zou de helft van de geschillen in het leven wegnemen. De geest van opgeblazenheid is de geest van Satan; maar het hart, waarin de liefde van Christus leeft, bezit de liefde die zichzelf niet zoekt.” –Patriarchen en Profeten, blz. 106.
Aanvullende studie: -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 139-147; 391-401.
A. Waarom moeten we Paulus' uiting van de waarde van ware christelijke harmonie waarderen? Filippensen 2:1-2;Romeinen 15:5-6.
1 Indien er dan enige vertroosting is in Christus, indien er enige troost is der liefde, indien er enige gemeenschap is des Geestes, indien er enige innerlijke bewegingen en ontfermingen zijn;
2 Zo vervult mijn blijdschap, dat gij moogt eensgezind zijn, dezelfde liefde hebbende, van een gemoed en van een gevoelen zijnde.
5 Doch de God der lijdzaamheid en der vertroosting geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander naar Christus Jezus;
6 Opdat gij eendrachtelijk, met een mond, moogt verheerlijken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus.
“Christus leidt een volk uit en brengt hen tot de eenheid van het geloof, opdat zij één mogen zijn, zoals Hij één is met de Vader. Verschillen van mening moeten worden opgegeven, opdat allen tot eenheid in het lichaam mogen komen, opdat zij één gezindheid en één oordeel mogen hebben.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 324.
B. Beschrijf de vreugde, die geoogst wordt door een dergelijke eenheid, en hoe alleen kan deze bereikt worden. 1 Korinthe 1:10;Psalm 133:1-3.
10 Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in een zelfde gevoelen.
1 Een lied Hammaaloth, van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook samenwonen.
2 Het is, gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, den baard van Aaron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen.
3 Het is gelijk de dauw van Hermon, en die nederdaalt op de bergen van Sion, want de HEERE gebiedt aldaar den zegen en het leven tot in der eeuwigheid.
“Gescheiden zijn van Christus is de oorzaak van verdeeldheid en tweedracht binnen het gezin en in de gemeente. Nader tot Christus komen betekent: nader tot elkaar komen. Het geheim van ware eenheid in de gemeente en in het gezin is niet diplomatie, niet een kwestie van een goede manager. Het is niet een bovenmenselijke worsteling om moeilijkheden te overwinnen, ook al moet hieraan wel veel gedaan worden, maar het is eenheid met Christus.” –Het Bijbels Gezin, blz. 145.
A. Welke oproep komt tot alle christelijke gelovigen, en waarom? Filippensen 2:3.
3 Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.
“Opgeblazenheid, zelfzuchtige ambitie, is de rots waarop velen schipbreuk hebben geleden en waardoor vele gemeenten hun krachten hebben verspeeld. Zij, die het minst weten van toewijding, die de minste binding hebben met God, zijn degenen, die het hardst streven naar de hoogste plaats. Zij hebben geen besef van hun zwakheid en de gebreken in hun karakter.” —Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 144.
“Mannen met een verschillende aard en gebrekkige karakters kunnen wel de fouten in anderen zien, maar schijnen niet in staat te zijn hun eigen fouten te herkennen… De alledaagse mens heeft een egoïstische ambitie, die het werk van God in de weg staat. Er moet worden afgezien van eigenbelang." —Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 342.
“Een hart waar de vrede van Christus echter niet aanwezig is, is ongelukkig en vol ontevredenheid; zo iemand ziet in alles fouten en gebreken, en hij zou in de meest hemelse muziek wanklank veroorzaken. Een leven, dat zelfzuchtig is, is een leven dat slecht is. Degenen van wie het hart gevuld is met zelfzucht, zullen slechte gedachten koesteren jegens hun geloofsgenoten en zullen zich negatief uitlaten over de mensen, die God gebruikt. Hartstochten, die door Satans ingevingen heftig en actief worden gehouden, zijn een bittere bron, waaruit altijd bittere stromen opwellen om het leven van anderen te vergiftigen…
Laat iedereen, die beweert Christus te volgen, zichzelf gering achten en anderen meerder dan zichzelf. Blijf bij elkaar, blijf bij elkaar! In eenheid is kracht en overwinning; in wanklank en verdeeldheid is zwakheid en nederlaag.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 399-400.
B. Leg het geheim van oprechte voorspoed uit. Filippensen 2:4.
4 Een iegelijk zie niet op het zijne, maar een iegelijk zie ook op hetgeen der anderen is.
“Als ons leven gevuld is met een lieflijke geur, als wij God eren door goede gedachten over anderen te hebben en goede daden doen om anderen te zegenen, maakt het niet uit of wij in een hutje wonen of in een paleis. Omstandigheden hebben maar weinig te maken met wat de ziel ervaart. Het is in de geest, die gekoesterd wordt, die kleur geeft aan al onze daden. Een man, die in vrede leeft met God en zijn medemens, kan zich niet ellendig voelen. Afgunst zal in zijn hart niet voorkomen, slechte gedachten zullen er niet plaatsvinden, er kan geen haat bestaan. Het hart, dat in harmonie is met God, wordt boven de ergernissen en smarten van dit leven uitgetild.” —Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 399.
“Succes zal toenemen naarmate (onze instellingen) onbaatzuchtige vrijgevigheid betrachten, en hun overvloed delen met instellingen, die worstelen voor een steunpunt. Onze welvarende instellingen moeten die instellingen helpen, waarvan God heeft gezegd, dat ze moeten leven en bloeien, maar die nog steeds worstelen voor hun bestaan. Er is onder ons maar een zeer beperkte hoeveelheid echte, onbaatzuchtige liefde.” —Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 137.
A. Wat moeten ons denken en handelen in deze fase van de geschiedenis kenmerken? 2 Korinthe 10:3-5 ; Filippensen 2:5.
3 Want wandelende in het vlees, voeren wij den krijg niet naar het vlees;
4 Want de wapenen van onzen krijg zijn niet vleselijk, maar krachtig door God, tot nederwerping der sterkten;
5 Dewijl wij de overleggingen ter nederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus;
5 Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was;
“Om de leer van Christus, onze Heiland, tot sieraad te strekken, moet dat gevoelen, dat in Christus was, in ons leven. Onze voorkeur en tegenzin, ons verlangen om onszelf te bevoordelen ten nadele van anderen, moet overwonnen worden. Laat de vrede Gods in uw harten wonen. Christus moet in ons een levende, werkende kracht zijn.” –Bijbelkommentaar, blz. 578.
“We moeten de school van Christus binnengaan, om van Hem zachtmoedigheid en nederigheid te leren. Verlossing is het proces waardoor de ziel wordt opgeleid voor de hemel. Deze opleiding betekent een kennis van Christus. Het betekent vrijmaking van ideeën, gewoonten en praktijken, die verworven zijn in de school van de vorst der duisternis. De ziel moet bevrijd worden van alles wat tegengesteld is aan de trouw aan God.” –De Wens der Eeuwen, blz. 280.
B. Hoe en waarom moeten we de houding van Christus weerspiegelen? Filippensen 2:6-8.
6 Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn;
7 Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;
8 En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
“Jezus nam onze natuur aan, legde Zijn heerlijkheid, majesteit en rijkdom af om Zijn missie te volbrengen: het redden van wat verloren was. Hij kwam niet om gediend te worden, maar om anderen te dienen. Jezus sloeg niet terug, toen Hij werd beschimpt, mishandeld en beledigd. Hij schold niet terug, toen Hij werd bespot. Toen de wreedheid van de mens Hem pijnlijke striemen en wonden deed lijden, dreigde Hij niet, maar vertrouwde Zichzelf toe aan Hem, die rechtvaardig oordeelt. De apostel Paulus spoorde zijn Filippijnse broeders aan: ‘Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was. Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn, maar heeft Zichzelf vernietigd, de gestaltenis van een dienstknecht aangenomen hebbende, en is de mensen gelijk geworden’. Is de dienaar groter dan zijn meester? Christus heeft ons Zijn leven als voorbeeld gegeven, en wij onteren Hem, wanneer wij jaloers worden op elke geringschatting en bereid zijn elk verondersteld of echt onrecht kwalijk te nemen. Het is geen bewijs van een nobele geest om bereid te zijn zichzelf te verdedigen, om de eigen waardigheid te bewaren. We zouden beter honderdmaal onrecht kunnen lijden dan de ziel te kwetsen door een geest van wraak of door onze woede te uiten. Er is kracht te verkrijgen van God. Hij kan helpen. Hij kan genade en hemelse wijsheid geven. Als u in geloof vraagt, zult u ontvangen; maar u moet waken in gebed. Waakzaam zijn, bidden, werken, moet uw wachtwoord zijn.” —Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 426-427.
A. Hoe kijkt God de Vader naar het oneindige offer, dat Christus heeft gebracht, en hoe moeten wij ernaar kijken? Filippensen 2:9-11.
9 Daarom heeft Hem ook God uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven allen naam is;
10 Opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in den hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn.
11 En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods des Vaders.
“Aan wiens kant staan wij? De wereld heeft Christus buitengeworpen, de hemel heeft Hem ontvangen. De mens, de sterfelijke mens heeft de Vorst des levens verworpen. God, onze soevereine Heerser, heeft Hem opgenomen in de hemel. God heeft Hem verhoogd. De mens heeft Hem gekroond met een doornenkroon, God heeft Hem gekroond met een kroon van vorstelijke majesteit. Wij moeten allen eerlijk denken. Wilt u, dat deze mens Christus Jezus over u zal heersen, of kiest u Barabbas? … Maar de dood van Christus betekent hoop en eeuwig leven voor allen, die Hem aannemen en in Hem geloven.” —Bijbelkommentaar, blz. 350-351.
B. Zwak als wij zijn in morele kracht en wilskracht, waarom moeten wij ons dan bedrijvig aan de Verlosser overgeven? Filippensen 2:12-13.
12 Alzo dan, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijd gehoorzaam geweest zijt, niet als in mijn tegenwoordigheid alleen, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven;
13 Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.
“Als u werkelijk uit geloof bent gaan leven, hebt u uzelf aan de Heer gegeven om Hem geheel toe te behoren, en Hij zal u aannemen om u te kneden en te vormen naar Zijn plannen, zodat u een vat kunt zijn tot Zijn eer. U moet een oprecht verlangen hebben om kneedbaar te zijn in Zijn hand, en Hem te volgen waar Hij u ook heen leidt. Dan zult u erop vertrouwen, dat Hij Zijn plannen uitvoert, terwijl u tevens met Hem samenwerkt in het met vreze en beven bewerken van uw eigen zaligheid…
Zuivere godsdienst heeft met de wil te maken. De wil is de overheersende kracht in de natuur van de mens, die alle andere eigenschappen ondergeschikt maakt. De wil is niet de voorkeur of de geneigdheid, maar de beslissende kracht die in de mensenkinderen werkzaam is, en die leidt tot gehoorzaamheid aan God of tot ongehoorzaamheid.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 418.
“U zult in een constant gevaar verkeren, totdat u de ware kracht van de wil ontdekt. U kunt van alles geloven en beloven, maar uw beloften of uw geloof hebben geen waarde, totdat u uw wil inzet om te geloven en zo tot daden komt. Als u de strijd van het geloof uit alle wilskracht strijdt, zult u overwinnen. U mag geen vertrouwen stellen in uw gevoelens, uw gedachten en uw emoties, want deze zijn geen betrouwbare maatstaf…
U hoeft echter niet te wanhopen… Het ligt aan u om uw wil te onderwerpen aan de wil van Jezus Christus; en wanneer u dit doet, zal God onmiddellijk bezit van u nemen, en zal Hij in u zowel het willen als het werken tot stand brengen. Uw gehele natuur zal dan onder controle van de Geest van Christus gebracht worden, en zelfs uw gedachten zullen aan Hem onderworpen zijn.” —Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 419.
A. Noem enkele algemene problemen, die we moeten overwinnen. Filippensen 2:14-15.
14 Doet alle dingen zonder murmureren en tegenspreken;
15 Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld;
“De liefde van God moet de ziel doordringen, anders zullen de vruchten van gerechtigheid niet verschijnen. Het is niet goed om je over te geven aan ijdelheid en trots, of aan machtswellust of winstbejag. Het is de ergste vorm van egoïsme om te mopperen, te bekritiseren en te klagen, omdat je de macht hebt om dit te doen en degenen die u op deze manier misbruikt, kunt u niet tegenhouden. Het is egoïsme dat onenigheid veroorzaakt in de familiekring en in de gemeente. Onchristelijke harten zullen denken, dat zij grote misstanden bij anderen kunnen onderscheiden, waar die er niet zijn en zullen blijven stilstaan bij kleine zaken, totdat ze enorm lijken uitvergroot. Het werk om deze kleine zaken, die voor sommigen zo groot lijken, op te lossen, heeft God aan Zijn volgelingen zelf overgelaten. Laat die ongelukkige verschillen niet voortduren, totdat ze een wortel van bitterheid in de gemeente worden, waardoor velen besmet zullen raken. Wanneer Christus in het hart is, zal het zo verzacht en onderworpen worden door liefde voor God en de medemens, dat er geen ruimte meer zal zijn voor gemopper, geklaag en twist. De godsdienst van Christus in het hart zal de bezitter ervan een volledige overwinning bezorgen op die hartstochten, die naar de heerschappij streven.” —Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 610.
B. Aan welke essentiële realiteit moet Paulus' aanbeveling van Epafroditus ons herinneren? Filippensen 2:21, 25-27, 30.
21 Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is.
25 Maar ik heb nodig geacht tot u te zenden Epafroditus, mijn broeder, en medearbeider en medestrijder, en uw afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft;
26 Dewijl hij zeer begerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was.
27 En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.
30 Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen, zijn leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij vervullen zou.
“Christus zond Zijn engelen niet naar deze gevallen wereld, terwijl Hij in de hemel bleef; maar Hijzelf ging buiten het kamp en droeg de smaad. Hij werd een man van smarten en vertrouwd met verdriet; Hijzelf nam onze kwalen op Zich en droeg onze zwakheid. En het ontbreken van zelfverloochening bij Zijn zogenaamde volgelingen beschouwt God als een verloochening van de christelijke naam. Zij, die beweren één met Christus te zijn en zich overgeven aan hun egoïstische verlangens naar rijke en dure kleding, meubels en voedsel, zijn slechts in naam christen. Een christen zijn betekent gelijk te zijn aan Christus.” –Counsels on Stewardship, blz. 54.
1. Waarom is christelijke eenheid belangrijk en hoe wordt deze alleen bereikt?
2. Wat is het geheim van succes, zowel voor individuen als voor instellingen?
3. Hoe zouden we kunnen samenvatten, wat Christus voor de mensheid heeft gedaan?
4. Wat is Jezus, ondanks ons niet vlekkeloos verslag, bereid voor ons te doen, en hoe?
5. Waarom heb ik de neiging om te klagen, en wat kan mij helpen deze slechte gewoonte te overwinnen?