Lessen uit de brieven aan Filippensen, Kolossensen en Thessalonicensen — Sabbat, 26 december 2026

Les 13: Onszelf versterken voor de strijd

Tekst om te onthouden

“Dan zult gij weer zien, het onderscheid tussen de rechtvaardige en de goddeloze, tussen hem die God dient en hem die Hem niet dient ”

Maleachi 3:18

“Zij, die beweren de grote macht van God te hebben, kunnen alleen worden ontmaskerd door de grote verklikker, de wet van Jehova… De vacht van het schaap lijkt zo echt, zo authentiek, dat de wolf pas te herkennen is als we Gods hoge morele maatstaf raadplegen en ontdekken, dat zij de wet van Jehova overtreden.” —Faith and Works, blz. 45.

Aanvullende studie: –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 115-123; 368-382;; –De Grote Strijd, blz. 505-517.

Zondag — 20 december

1. WEES NIET VERRASD

A. Welk natuurverschijnsel is kenmerkend voor de laatste dagen? 2 Thessalonicensen 2:8-9.

2 Thessalonicenzen 2:8-9

8 En alsdan zal de ongerechtige geopenbaard worden, denwelken de Heere verdoen zal door den Geest Zijns monds, en te niet maken door de verschijning Zijner toekomst;

9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;

“Ik zag, dat Satan op veel verschillende wijzen werkte door hulpmiddelen. Hij werkte door middel van predikanten, die de waarheid verworpen hebben, en die overgegeven zijn aan een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven, opdat zij verdoemd mogen worden. Terwijl zij preekten of baden, vielen er sommigen op de grond en waren machteloos, niet door de kracht van de Heilige Geest, maar door de kracht van Satan, die hij over deze werktuigen van hem liet komen, en die door hen over de mensen kwam. Sommige belijdende Adventisten, die de tegenwoordige waarheid verworpen hadden, maakten gebruik van mesmerisme, terwijl zij preekten, baden, of een gesprek voerden, om aanhangers te krijgen; en de mensen verheugden zich over die invloed, want zij meenden, dat het de Heilige Geest was. Sommigen, die er gebruik van maakten, waren zelfs zo ver afgedwaald in de duisternis en de misleiding van de duivel, dat zij meenden, dat het de kracht Gods was, welke hun tot gebruik gegeven was.” –Eerste Geschriften, blz. 40.

“En Satan, omringd door boze engelen en bewerend God te zijn, zal tal van wonderen doen om, indien mogelijk, zelfs de uitverkorenen te misleiden. Het volk van God zal zijn veiligheid niet vinden in het doen van wonderen, want Satan zal de wonderen, die gedaan worden, nadoen. Gods beproefd en getoetst volk zal zijn kracht vinden in het teken, waarvan gesproken wordt in Exodus 31:12-18. Hun basis moet het levende woord zijn: ‘Er staat geschreven’. Dit is het enige fundament, waarop ze veilig kunnen staan.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 21.

Maandag — 21 december

2. HET PAD NAAR UITHOUDINGSVERMOGEN

A. Wat ontbreekt er in hen, die spoedig moeten omkomen? 2 Thessalonicensen 2:9-10.

2 Thessalonicenzen 2:9-10

9 Hem, zeg ik, wiens toekomst is naar de werking des satans, in alle kracht, en tekenen, en wonderen der leugen;

10 En in alle verleiding der onrechtvaardigheid in degenen, die verloren gaan; daarvoor dat zij de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden.

“Alleen zij, die de Bijbel grondig hebben bestudeerd en de waarheid liefhebben, zullen ontkomen aan deze machtige verleiding, die de wereld betovert.” –De Grote Strijd, blz. 578.

B. Wat zal God, ongeacht hun beroep, zenden aan hen die de waarheid niet liefhebben, en waarom? 2 Thessalonicensen 2:11-12.

2 Thessalonicenzen 2:11-12

11 En daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven;

12 Opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.

“De Bijbel zegt, dat vóór de wederkomst van Christus, Satan ‘met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid’ zal werken. Zij die ‘de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden’, zullen een dwaling ontvangen, ‘bewerkt, dat zij de leugen geloven’ (2 Thessalonicensen 2:9-11. Pas wanneer deze voorwaarde is vervuld en in de hele christelijke wereld de eenheid van de kerk met de wereld volledig is bereikt, zal Babylon helemaal vallen.” —De Grote Strijd, blz. 365.

C. Met welk doel heeft God ons en onze gezinnen geroepen, en welke plichten en uitdagingen brengt dit met zich mee? 2 Thessalonicensen 2:13-15;Maleachi 3:17-18.

2 Thessalonicenzen 2:13-15

13 Maar wij zijn schuldig altijd God te danken over u, broeders, die van den Heere bemind zijt, dat u God van den beginne verkoren heeft tot zaligheid, in heiligmaking des Geestes, en geloof der waarheid;

14 Waartoe Hij u geroepen heeft door ons Evangelie, tot verkrijging der heerlijkheid van onzen Heere Jezus Christus.

15 Zo dan, broeders, staat vast en houdt de inzettingen, die u geleerd zijn, hetzij door ons woord, hetzij door onzen zendbrief.

Maleachi 3:17-18

17 En zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn; en Ik zal hen verschonen, gelijk als een man zijn zoon verschoont, die hem dient.

18 Dan zult gijlieden wederom zien, het onderscheid tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient.

“Of onze jongeren, die wijs onderwijs en opvoeding hebben ontvangen van godvrezende ouders, door de waarheid geheiligd zullen blijven worden, hangt grotendeels af van de invloed die zij, na het verlaten van hun ouderlijk huis, ondervinden van degenen naar wie zij opkijken voor christelijk onderwijs.” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 226.

“Zij, die belijden in Jezus te geloven, moeten zich voortdurend naar het licht richten. Zij moeten dagelijks bidden, dat het licht van de Heilige Geest op de bladzijden van het heilige boek mag schijnen, zodat zij in staat gesteld worden de dingen van de Geest van God te begrijpen. We moeten onvoorwaardelijk vertrouwen hebben in Gods woord, anders zijn we verloren. De woorden van mensen, hoe belangrijk ze ook mogen zijn, kunnen ons niet volmaakt maken, ons niet volledig toerusten tot alle goede werken…

Het is door de heiliging van de Geest en het geloof in de waarheid, dat wij medewerkers van God worden.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 188-189.

Dinsdag — 22 december

3. HET VOORBEELD VAN PAULUS

A. Wat maakt trouwe volharding mogelijk? 2 Thessalonicensen 2:16-17;3:1-5.

2 Thessalonicenzen 2:16-17

16 En onze Heere Jezus Christus Zelf, en onze God en Vader, Die ons heeft liefgehad, en gegeven heeft een eeuwige vertroosting en goede hoop in genade,

17 Vertrooste uw harten, en versterke u in alle goed woord en werk.

2 Thessalonicenzen 3:1-5

1 Voorts, broeders, bidt voor ons, opdat het Woord des Heeren zijn loop hebbe, en verheerlijkt worde, gelijk ook bij u;

2 En opdat wij mogen verlost worden van de ongeschikte en boze mensen; want het geloof is niet aller.

3 Maar de Heere is getrouw, Die u zal versterken en bewaren van den boze.

4 En wij vertrouwen van u in den Heere, dat gij, hetgeen wij u bevelen, ook doet, en doen zult.

5 Doch de Heere richte uw harten tot de liefde van God, en tot de lijdzaamheid van Christus.

“Zo beschreef Paulus het verderfelijke werk van die boze macht, dat, vóór de tweede komst van Christus, door lange eeuwen van duisternis en vervolging, zou worden voortgezet. De gelovigen in Thessalonica hadden op een spoedige verlossing gehoopt. Nu werden ze gemaand het voor hen liggende werk moedig en in de vreze Gods ter hand te nemen. De apostel beval hen hun plichten niet te verzaken, en zich niet aan doelloos wachten over te geven. Na hun hooggespannen verwachtingen van spoedig op handen zijnde verlossing, zou de routine van het dagelijks leven en de tegenstand, die ze zouden ontmoeten, hun dubbel zwaar vallen. Daarom vermaande hij hen standvastig te zijn in het geloof.” —Van Jeruzalem tot Rome, blz. 195-196.

B. Welk voorbeeld gaf Paulus aan evangeliewerkers? 2 Thessalonicensen 3:6-9.

2 Thessalonicenzen 3:6-9

6 En wij bevelen u, broeders, in den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij u onttrekt van een iegelijk broeder, die ongeregeld wandelt, en niet naar de inzetting, die hij van ons ontvangen heeft.

7 Want gijzelven weet, hoe men ons behoort na te volgen; want wij hebben ons niet ongeregeld gedragen onder u;

8 En wij hebben geen brood bij iemand gegeten voor niet, maar in arbeid en moeite, nacht en dag werkende, opdat wij niet iemand van u zouden lastig zijn;

9 Niet, dat wij de macht niet hebben, maar opdat wij onszelven u geven zouden tot een voorbeeld, om ons na te volgen.

"Mannen, die door God zijn uitgekozen om in deze zaak te werken, zullen blijk geven van hun hoge roeping en het als hun hoogste plicht beschouwen om te groeien en zich te ontwikkelen, totdat ze bekwame werkers zijn. Wanneer ze dan blijk geven van de ernst om het talent, dat God hun heeft toevertrouwd, verder te ontwikkelen, moeten ze op een verstandige manier worden geholpen. Maar de aanmoediging, die ze krijgen, mag niet naar vleierij smaken, want Satan zelf zal al genoeg van dat soort werk doen. Mannen, die denken, dat ze de plicht hebben om te prediken, moeten niet worden aangemoedigd om zichzelf en hun gezinnen meteen op de broeders te richten voor ondersteuning. Ze hebben daar geen recht op, totdat ze goede vruchten van hun arbeid kunnen laten zien. Er bestaat nu het gevaar, dat jonge predikers en zij die weinig ervaring hebben, worden geschaad door vleierij en door hen van hun levenslasten te ontlasten. Wanneer ze niet prediken, moeten ze doen wat ze kunnen om in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Dit is de beste manier om de aard van hun roeping tot prediken te toetsen. Als ze alleen willen prediken om als predikant te worden onderhouden en de gemeente een verstandige koers volgt, zullen ze al snel de last verliezen en het prediken inruilen voor een winstgevender bedrijf. Paulus, een zeer welbespraakte prediker, die op wonderbaarlijke wijze door God bekeerd was om een speciaal werk te doen, schuwde hard werken niet. Hij zegt: 'Tot op deze tegenwoordige ure lijden wij honger en lijden wij dorst, en zijn naakt, en worden met vuisten geslagen, en hebben geen vaste woonplaats. En arbeiden, werkende met onze eigen handen, wij worden gescholden, en wij zegenen; wij worden vervolgd, en wij verdragen’ (1 Korinthe 4:11-12).” —Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 446-447.

Woensdag — 23 december

4. BASISPRINCIPES OM TE ONTHOUDEN

A. Noem één fundamenteel, tijdloos principe, dat een essentieel beginsel is van ware christendom. Spreuken 20:4;2 Thessalonicensen 3:10-12 .

Spreuken 20:4

4 Om den winter zal de luiaard niet ploegen; daarom zal hij bedelen in den oogst, maar er zal niet zijn.

2 Thessalonicenzen 3:10-12

10 Want ook toen wij bij u waren, hebben wij u dit bevolen, dat, zo iemand niet wil werken, hij ook niet ete.

11 Want wij horen, dat sommigen onder u ongeregeld wandelen, niet werkende, maar ijdele dingen doende.

12 Doch de zodanigen bevelen en vermanen wij door onzen Heere Jezus Christus, dat zij met stilheid werkende, hun eigen brood eten.

"Misleide zielen hebben geleerd, dat het verkrijgen van ware heiligheid de geest boven alle aardse gedachten verheft en mensen ertoe brengt zich geheel van arbeid te onthouden. Anderen, die extreme gedachten hebben over bepaalde Bijbelteksten, hebben geleerd, dat arbeid zonde is, dat christenen zich niet druk moeten maken over het tijdelijke welzijn van zichzelf en hun gezinnen, maar hun leven geheel aan geestelijke dingen moeten wijden. De leer en het voorbeeld van Paulus houden een verwijt in tegen zulke buitenissige zienswijzen.

Gedurende zijn verblijf te Thessalonica was Paulus niet geheel en al van de arbeid zijner handen afhankelijk. Toen hij later aan zijn ervaring in die stad herinnerde, schreef hij aan de gelovigen te Filippi, uit erkentelijkheid voor de gaven, die hij tijdens zijn verblijf aldaar van hen had ontvangen, de woorden: ‘Want ook te Thessalonica hebt gij mij een en andermaal ondersteuning gezonden’ (Filippensen 4:16). Ondanks het feit, dat hij deze hulp ontving, zorgde hij ervoor de Thessalonicenzen een voorbeeld van vlijt voor te houden, zodat niemand hem terecht van hebzucht kon beschuldigen, en zodat degenen die vasthielden aan hun fanatieke zienswijzen omtrent handenarbeid een praktische terechtwijzing ontvingen.” —Van Jeruzalem tot Rome, blz. 257-258.

“De gewoonte om mannen en vrouwen, die lediggaan, te steunen door persoonlijke gaven of door kerkgelden, moedigt hen aan in hun zondige gewoonten, en deze handelwijze moet bewust vermeden worden. Iedereen, man, vrouw en kind, moet onderwezen worden in het doen van praktisch, nuttig werk….

Maar allen moeten worden opgevoed in het gebruiken van hun ledematen voor een of ander doel; God staat klaar en is bereid om de vermogens te doen vermeerderen van allen, die zich bekwamen in werkzame gewoonten.”—Bijbelkommentaar, blz. 563.

B. Wat moeten we bedenken, als we in de verleiding komen om te wanhopen? 2 Thessalonicensen 3:13.

2 Thessalonicenzen 3:13

13 En gij, broeders, vertraagt niet in goed te doen.

“Heiligheid zal de bezitter ervan ertoe brengen vruchtbaar te zijn en overvloedig te zijn in alle goede werken. Hij zal nooit moe worden in het goede te doen, noch zal hij in deze wereld naar promotie streven. Hij zal uitzien voor promotie naar de tijd, waarin de Majesteit van de hemel de geheiligden tot Zijn troon zal verheffen. Dan zal Hij tot hen zeggen: ‘Komt, gezegenden van Mijn Vader, erft het koninkrijk dat voor u is voorbereid vanaf de grondvesting van de wereld’. De Heer somt dan op de werken van zelfverloochening en barmhartigheid, mededogen en gerechtigheid, die zij hebben verricht. Heiligheid van hart zal rechtvaardige daden voortbrengen.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 445.

Donderdag — 24 december

5. IN EEN ONVOLMAAKTE WERELD

A. Hoe moeten we omgaan met de eigenzinnige? 2 Thessalonicensen 3:14-15.

2 Thessalonicenzen 3:14-15

14 Maar indien iemand ons woord, door deze brief geschreven, niet gehoorzaam is, tekent dien; en vermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde;

15 En houdt hem niet als een vijand, maar vermaant hem als een broeder.

“Wij zouden ons ervoor moeten wachten om te gaan met hen, die door hun handelwijze een struikelblok op de weg van anderen plaatsen… (Zie 2 Thessalonicensen 3:14-15). Als hij weigert acht te slaan op de raad van de dienstknechten van de Heer en zijn eigen weg en eigen oordeel volgt, onder de inspiratie van zijn leider, Satan, zal hij rampspoed over zichzelf brengen en hij moet zijn eigen zonde dragen.” —Bijbelkommentaar, blz. 562-563.

“Eveneens schreef hij (Paulus) de gemeente voor om ieder die bleef volharden in het veronachtzamen van de door Gods dienaren gegeven onderrichtingen, buiten hun gemeenschap te sluiten. Hij voegde eraan toe: ‘Houdt hem echter niet voor een vijand, maar wijst hem terecht als een broeder’.” —Van Jeruzalem tot Rome, blz. 196.

B. Welke uiteindelijke hoop in deze brief moeten we weerspiegelen? 2 Thessalonicensen 3:16-18.

2 Thessalonicenzen 3:16-18

16 De Heere nu des vredes Zelf geve u vrede te allen tijd, in allerlei wijze. De Heere zij met u allen.

17 De groetenis met mijn hand, van Paulus; hetwelk is een teken in iederen zendbrief; alzo schrijf ik.

18 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

“Wij moeten de mensen iets beters bieden dan zij bezitten, en dat is de vrede van Christus, die alle verstand te boven gaat. Wij moeten hun vertellen van Gods heilige wet, het afschrift van Zijn karakter en de uitdrukking van wat Hij wenst, dat zij zullen worden. Toon hen hoe oneindig superieur de onvergankelijke heerlijkheid van de hemel is boven de voorbijgaande vreugden en pleziertjes van de wereld. Vertel ze van de vrijheid en de rust die in de Zaligmaker wordt gevonden… Hij alleen kan voldoen aan de verlangens van het hart en vrede aan de ziel geven.

Van alle mensen in de wereld zouden de hervormers de onzelfzuchtgste, de vriendelijkste, de hoffelijkste mensen moeten zijn…

Wij moeten de waarheid in liefde brengen, in vertrouwen op Hem, Die (God) de kracht zal geven voor de hervorming van het leven. De Heilige Geest zal het woord, dat in liefde gesproken is, in de ziel leggen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 124.

Vrijdag — 25 december

TERUGBLIK

1. Beschrijf enkele activiteiten van de vijand van zielen in de laatste dagen.

2. Wat gebeurt er met degenen, die de waarheid kennen, maar deze niet liefhebben?

3. Leg het geheim uit van christelijke volharding.

4. Wat zal het leven van een ware hervormer altijd kenmerken?

5. Hoe moet ik de Bijbelse methode toepassen om met dwalenden om te gaan?