Tekst om te onthouden: “Maar zovelen Hem aangenomen hebben, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven” (Johannes 1:12).
Johannes 1:12
“De geest, die we zien in Christus’ zelfopofferende liefde, is de geest, die de hemel doortrekt, en is de wezenlijke kern van het geluk, dat daar heerst. Dit is de geest, die de volgelingen van Christus behoren te bezitten. Het is het werk dat zij moeten verrichten.” –Schreden naar Christus, blz. 91.
Aanvullende studie:: –Schreden naar Christus, hoofdstuk 9, blz. 91-100.
A. Wat wordt door het natuurlijke hart genegeerd, en met welk gevolg?
Johannes 1:4-5.
“God is de bron van leven, licht en vreugde voor het heelal. Zijn zegeningen stromen naar al Zijn schepselen, zoals de zonnestralen verspreid worden door de zon en stromen water omhoog kolken uit een bron. En overal waar het leven van God in de harten van de mensen aanwezig is, stroomt het vol liefde en zegen verder naar anderen.” –Schreden naar Christus, blz. 91.
B. Wat zal er in iemands leven gezien worden, als de liefde van Christus in het hart gekoesterd wordt?
2 Korinthe 2:14-15;
5:14.
“Als de liefde van Christus in het hart als iets kostbaars is verborgen, is deze als een aangename geur, die niet verborgen kan blijven. De heilige invloed zal door allen met wie we in aanraking komen, worden gevoeld. De Geest van Christus in het hart is als een bron in de woestijn. Iedereen wordt erdoor verfrist en hij maakt hen, die op het punt stonden om verloren te gaan, dorstig naar het water des levens.” —Schreden naar Christus, blz. 92.
“Laat de wereld zien, dat wij niet zelfzuchtig in beslag genomen worden door onze eigen belangen, omdat wij verlangen, dat anderen zullen delen in onze zegeningen en voorrechten. Laat hun zien, dat onze godsdienst ons niet ongevoelig of uitgerekend maakt. Laten allen, die belijden Christus gevonden te hebben, dienen zoals Hij dat deed voor het welzijn van de mensen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 120.
A. In welke behoefte is voorzien, als we Jezus als onze Verlosser aannemen?
Johannes 1:12-13;
1 Korinthe 1:4-5;
Romeinen 5:1-2.
“Zo zullen ook degenen, die deelhebben aan de genade van Christus, er niet tegen op zien om welk offer ook te brengen, opdat anderen voor wie Hij eveneens stierf, mogen delen in de hemelse gave. Zij zullen al het mogelijke doen om de wereld tot een betere plaats te maken om in te verblijven. Deze geest is het zekere resultaat van een echte innerlijke ommekeer. Zodra men tot Christus is gekomen, wordt er in het hart een verlangen geboren om aan anderen door te geven wat voor dierbare vriend men in Jezus heeft gevonden. Men kan de reddende en heiligende waarheid niet voor zichzelf houden. Als we bekleed zijn met de gerechtigheid van Christus en als we vervuld zijn van de vreugde van Zijn inwonende Geest, zullen we niet in staat zijn om te zwijgen. Als we hebben ervaren en hebben ontdekt, dat de Heer goed is, hebben we iets om verder te vertellen. Wij zullen anderen uitnodigen om in Zijn nabijheid te komen, net als Filippus deed, toen hij de Zaligmaker had gevonden.” –Schreden naar Christus, blz. 93.
B. Wat is de raad van de apostel Paulus, wanneer we met problemen en moeilijkheden worden geconfronteerd?
Hebreeën 4:16.
“Jezus kent de behoeften van Zijn kinderen en Hij luistert graag naar hun gebeden. Laten de kinderen de wereld en alles wat hun gedachten van God zou afleiden, buitensluiten en laat hen voelen, dat ze alleen met God zijn, dat Zijn oog in het diepste van hun hart kijkt en het verlangen van de ziel leest, en dat ze met God mogen spreken.” –Sons and Daughters of God, blz. 121.
C. Eens als we een kind van God worden, wat hebben we dan te danken aan anderen?
Romeinen 1:14-15.
“In welk opzicht was Paulus een schuldenaar, beide van Joden en Grieken? Aan hem, zoals aan elke discipel van Christus was de opdracht gegeven: ‘Gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen, en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes, en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot aan de voleinding der wereld’. Door het aanvaarden van Christus, aanvaardde Paulus deze opdracht. Hij besefte, dat op hem de verplichting rustte om voor alle klassen van mensen te werken, voor Jood en niet-Jood, geleerd en ongeleerd, voor mensen op vooraanstaande posities en voor hen in de nederigste plaatsen in het leven.” –Bijbelkommentaar, blz. 456.
A. Als de Heilige Geest in ons hart is, wat zal dan één van onze eerste daden zijn?
Johannes 1:41-42.
“We zullen proberen om die dingen, die Christus en de onzichtbare werkelijkheid van de komende wereld aantrekkelijk maken, aan hen voor te houden. Er zal een intens verlangen zijn om het pad te volgen dat Jezus ging. Het zal onze liefste wens zijn, dat de mensen om ons heen het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt (Johannes 1:29), zullen zien. De poging om zegen te brengen aan anderen, heeft tot gevolg dat we zelf zegen ontvangen. Dat was Gods bedoeling, toen Hij ons een aandeel gaf in het verlossingsplan. Hij heeft aan de mensen het voorrecht geschonken, dat zij deel kunnen krijgen aan de goddelijke natuur, en dat zij op hun beurt zegen kunnen verspreiden in het belang van hun medemens. Dit is de grootste eer, de grootste vreugde, die God aan de mensen kon geven. Wie deelneemt aan deze werken van liefde, komt heel dicht bij zijn Schepper. God had het brengen van de evangelieboodschap en het doen van liefdewerken kunnen opdragen aan de hemelse engelen. Hij had andere methoden kunnen gebruiken om Zijn doelstellingen te bereiken. Maar in Zijn oneindige liefde was het Zijn wens om ons tot Zijn medewerkers te maken, samen met Christus en de engelen, opdat we zouden delen in de zegeningen, de vreugde en de geestelijke verheffing die het gevolg zijn van deze onzelfzuchtige dienst. We kunnen met Christus meevoelen, doordat wij meedelen in Zijn lijden. Elke zelfopofferende daad ter wille van anderen versterkt de geest van weldadigheid in het hart van de gever, en brengt hem in nauwer contact met de Verlosser van de wereld. Die ‘om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede rijk zoudt worden’ (2 Korinthe 8:9). En alleen als we op deze wijze de goddelijke bedoeling van ons bestaan waarmaken, kan het leven een zegen voor ons betekenen.” —Schreden naar Christus, blz. 93-94.
B. Welk voorbeeld van Christus moet ons leiden in onze relaties met familieleden en buren?
Galaten 6:9-10;
Johannes 9:4.
“Als u bereid bent om aan het werk te gaan op de manier, zoals Christus dat van Zijn discipelen verwacht, en zielen voor Hem wint, zult u de behoefte voelen aan een diepere ervaring en een grotere kennis van de goddelijke dingen, en zult hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. U bidt tot God met uw gehele hart. Uw geloof zal versterkt worden, en u zult met diepe teugen kunnen drinken uit de bron van de zaligheid. De tegenstand en de moeilijkheden, die u ontmoet, zullen u aanzetten tot Bijbelstudie en gebed. U zult groeien in de genade en in de kennis van Christus, en u zult een rijke ervaring doormaken.” —Schreden naar Christus, blz. 96.
A. Noem één groot gevaar voor ons als leden van de gemeente vandaag.
Maleáchi 3:8-10.
“Op dit moment is het grootste gevaar van (Sabbatvierende Adventisten) in hun opeenstapeling van bezittingen. Sommigen vergroten voortdurend hun zorgen en arbeid; ze worden overbelast. Het gevolg is, dat God en de behoeften van Zijn zaak bijna door hen vergeten worden; ze zijn geestelijk dood. Van hen wordt verwacht, dat ze een offer aan God brengen, een offergave. Een offer neemt niet toe, maar neemt af en wordt verbruikt… Veel van de middelen onder ons volk blijken alleen maar schadelijk te zijn voor degenen, die eraan vasthouden.” —Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 492.
B. Welke christelijke deugden helpen gelovigen om te groeien in genade en kennis van de Heer Jezus Christus?
1 Petrus 4:8-10;
Hebreeën 13:2.
“Het voorrecht, geschonken aan Abraham en Lot, wordt ons niet onthouden. Door gastvrij te zijn tegenover Gods kinderen, kunnen ook wij Zijn engelen in onze woningen ontvangen. Zelfs in onze tijd betreden engelen in menselijke gedaante de huizen der mensen, en worden door hen geherbergd. En christenen, die leven in het licht van Gods aangezicht, worden altijd vergezeld door ongeziene engelen, en deze heilige wezens laten in onze woningen een zegen achter.” —Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 599.
C. Welke behoefte moeten gelovigen vandaag de dag vervullen?
2 Korinthe 10:16.
“De leden van onze gemeenten kunnen een werk volbrengen, dat ze nog maar nauwelijks begonnen zijn. Niemand moet naar nieuwe plaatsen verhuizen enkel om werelds gewin; maar waar er een mogelijkheid is om in het levensonderhoud te voorzien, laat dan gezinnen, die goed geworteld zijn in de waarheid, één of twee gezinnen per plaats, zich daar vestigen om als zendelingen te werken. Ze moeten een liefde voor zielen voelen, een last om te werken voor hen en moeten studeren om hen tot de waarheid te brengen. Ze kunnen onze publicaties verspreiden, bijeenkomsten houden in hun huizen, hun buren leren kennen en hen uitnodigen om naar deze bijeenkomsten te komen. Zo kunnen ze hun licht laten schijnen in goede werken.” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 245.
“Reeds lang heeft God gewacht of de geest van het dienen van de gemeente bezit zal nemen, zodat iedereen overeenkomstig Zijn bekwaamheden voor Hem zal werken. Wanneer de leden van Gods gemeenten het hun toegemeten werk doen, in vervulling van de evangelie opdracht, in de noodlijdende velden thuis en in den vreemde, zal de gehele wereld spoedig gewaarschuwd zijn en zal de Here Jezus met grote kracht en heerlijkheid naar deze aarde weerkeren.” —Van Jeruzalem tot Rome, blz. 83.
A. Wat wordt er verwacht van al degenen, aan wie het Evangelie is toevertrouwd, en in het bijzonder de medewerkers?
1 Korinthe 4:1-2;
Openbaring 2:10.
“Het is het voorrecht van de wachters op de muren van Sion om zo dicht bij God te leven en zo ontvankelijk te zijn voor de indrukken van Zijn Geest, dat Hij door hen kan werken om zondaars te waarschuwen voor hun gevaar en hen te wijzen op de veilige plaats. Uitverkoren door God, verzegeld met het bloed van de toewijding, moeten zij mannen en vrouwen redden van de dreigende ondergang. Trouw moeten zij hun medemensen waarschuwen voor de zekere gevolgen van overtreding, en trouw moeten zij de belangen van de gemeente beschermen.” –Gospel Workers, blz. 15.
B. Welk voorbeeld gaf Daniël aan de hedendaagse jeugd?
Daniël 1:8, 15.
“De Heer wilde ons een les leren uit de ervaring van Daniël. Er zijn velen, die machtige mannen kunnen worden als ze, net als deze trouwe Hebreeër, op God zouden vertrouwen voor genade om te overwinnen, en voor kracht en bekwaamheid in hun werk. Daniël toonde de meest volmaakte hoffelijkheid, zowel jegens de ouderen als jegens de jongeren. Hij stond als een getuige voor God en streefde ernaar zo’n weg te gaan, dat hij zich niet hoefde te schamen voor de hemel, die zijn woorden zou horen of zijn werken zou aanschouwen. Toen Daniël was gevraagd deel te nemen aan de luxe van de koninklijke tafel, vluchtte hij niet in een begeerte, noch uitte hij de vastberadenheid om te eten en te drinken zoals hij wilde. Zonder een woord van verzet te spreken, legde hij de zaak voor aan God. Hij en zijn metgezellen zochten wijsheid van de Heer, en toen ze na een ernstig gebed naar voren kwamen, was hun besluit genomen. Met ware moed en christelijke hoffelijkheid legde Daniël de zaak voor aan de officier die de leiding over hen had, met het verzoek dat hun een eenvoudig dieet verleend werd. Deze jongeren voelden, dat hun godsdienstige principes op het spel stonden en vertrouwden op God, die ze liefhadden en dienden.” -Testimonies to Ministers, blz. 263.
1. Welke toestand van de wereld maakte het noodzakelijk, dat God er licht in bracht?
2. Welke wonderbaarlijke verandering zal er gezien worden in het leven van gelovigen?
3. Wat moet het antwoord zijn, wanneer een zegen is ontvangen?
4. Beschrijf een aantal manieren, waarop ieder van ons anderen kan dienen.
5. Hoe is Daniëls trouw een inspiratie voor mij?