Tekst om te onthouden: “Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden” (2 Korinthe 5:17).
2 Korinthe 5:17
“Het karakter wordt niet geopenbaard in goede daden of wandaden, die af en toe verricht worden, maar in de tendens, die blijkt uit onze woorden en daden van elke dag.” –Schreden naar Christus, blz. 68.
Aanvullende studie:: –Schreden naar Christus, hoofdstuk 7, blz. 67-78.
A. Welke les leerde Christus door het proces van bekering te beschrijven?
Johannes 3:5-8.
“Iemand is misschien niet in staat om de precieze tijd of plaats van zijn bekering aan te geven of om alle omstandigheden, waaronder het bekeringsproces zich afspeelde, helemaal na te gaan, maar dat wil niet zeggen, dat hij niet bekeerd kan zijn… De wind is onzichtbaar. Toch zijn de gevolgen van de wind duidelijk zichtbaar en voelbaar. Op deze wijze werkt de Geest van God in op het menselijk hart. Die regenererende kracht, die geen menselijk oog kan zien, doet in het innerlijk van de mens nieuw leven ontstaan: een nieuw wezen naar het beeld van God.” –Schreden naar Christus, blz. 67.
B. Welke veranderingen zullen er optreden in het leven van de werkelijk bekeerden?
Romeinen 12:9-18;
2 Korinthe 5:17.
“Hoewel we zelf niets kunnen doen om onze harten te veranderen en om onszelf in overeenstemming te brengen met God, en hoewel we in geen enkel opzicht op onszelf of onze eigen goede werken moeten vertrouwen, zal toch ons leven openbaren of de genade van God in ons woont. In ons karakter, in onze gewoonten, in wat we nastreven, zal verandering gezien worden. Er zal een duidelijk en onbetwistbaar contrast zijn tussen wat geweest is en wat is… Het is waar, dat er uiterlijk sprake kan zijn van een correct gedrag zonder de vernieuwende kracht van Christus. Het verlangen naar invloed en de wens om door anderen gewaardeerd te worden, kan leiden tot een goed geordend leven. Het gevoel van eigen waarde kan ons ertoe brengen om de kwade schijn te vermijden. Een egoïstisch hart kan genereuze daden verrichten. Hoe kunnen we vaststellen, aan welke kant we staan? Wie bezit ons hart? Bij wie zijn onze gedachten?” –Schreden naar Christus, blz. 67, 68.
A. Welke vruchten worden voortgebracht door degenen, die vervuld zijn met de Geest?
Galaten 5:22-23.
“Wie een nieuw schepsel wordt in Christus, zal de ‘vruchten des Geestes’ voortbrengen… Van de dingen, die hij eens verafschuwde, houdt hij nu en hij haat nu de dingen, waarvan hij eens hield. Wie trots was en zelfverzekerd, krijgt een nederig hart. Wie verwaand en laatdunkend was, wordt ernstig en ingetogen. De dronkaard laat zijn gewoonten varen en wie het niet zo nauw nam, wordt gewetensvol. De lege gewoonten en het navolgen van de wereldse modeverschijnselen worden opzij geschoven. Een christen zoekt niet naar ‘uiterlijke versiering’, maar naar ‘de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke tooi van een zachtmoedige en stille geest’ (1 Petrus 3:3-4).” –Schreden naar Christus, blz. 68, 69.
“De invloed van de Heilige Geest is het leven van Christus in de ziel. Het is niet zo dat wij Christus zien en met Hem spreken, maar Zijn Geest is overal dicht bij ons. Hij werkt in en door iedereen, die Christus aanneemt. Zij, die zich bewust zijn van de inwoning van de Geest, openbaren de vrucht van de Geest: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, zachtmoedigheid, goedheid, geloof.” –Bijbelkommentaar, blz. 531.
B. Wat is het bewijs van oprecht berouw?
Ezechiël 33:14-15.
“Er is geen sprake van echt berouw, als er geen hervorming tot stand komt. Pas als de zondaar zijn beloften nakomt, teruggeeft, wat hij iemand ontnam, zijn zonden belijdt en God en zijn medemensen liefheeft, kan hij er zeker van zijn, dat hij uit de dood overgegaan is tot het leven. Als wij, als dwalende, zondige wezens, tot Christus gaan en deel krijgen aan Zijn vergevende genade, ontluikt de liefde in ons hart. Elke last wordt licht, want het juk, dat Christus ons oplegt, is licht. Plicht wordt een genoegen en een offer een reden tot blijdschap. De weg, die vóór die tijd in duisternis scheen te zijn gehuld, wordt nu verlicht door de stralen van de Zon der Gerechtigheid. Het lieflijke karakter van Christus zal in Zijn volgelingen worden herkend. Het was voor Hem een vreugde om Gods wil te doen. Liefde voor God, een ijveren voor Zijn heerlijkheid, was de overheersende kracht in het leven van de Zaligmaker. Het hart, dat niet toegewijd is, kan hiervan niet de bron zijn en kan dit niet voortbrengen. Dit is alleen te vinden in het hart, waarin Jezus regeert. ‘Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.’ (1 Johannes 4:19). In het hart, dat vernieuwd is door de goddelijke genade, is liefde het grondbeginsel van de daad. Het karakter wordt erdoor gevormd, de hartstochten worden erdoor beheerst, vijandschap wordt erdoor onderdrukt, en de gevoelens worden veredeld. Wanneer deze liefde gekoesterd wordt, wordt het leven aangenaam en gaat er een verfijnende invloed van uit.” –Schreden naar Christus, blz. 69-70.
A. Welke gevaarlijke dwalingen zijn door veel zogenaamde christenen aangenomen?
Filippensen 3:9;
Romeinen 10:3;
Jakobus 2:17.
“Voor twee fouten zullen Gods kinderen, vooral als ze er pas toe zijn gekomen op Zijn genade te gaan vertrouwen, zich moeten hoeden. Over de eerste is reeds gesproken, namelijk het zien op eigen werken en het vertrouwen, dat zij zelf iets kunnen doen om in overeenstemming te geraken met God. Wie probeert heilig te worden door de wet te houden in eigen kracht, probeert het onmogelijke. Alles wat de mens zonder Christus kan doen, is besmeurd met zelfzuchtigheid en zonde. Alleen de genade van Christus kan ons, door het geloof, heiligen. De andere fout, die daaraan tegenovergesteld maar daarom niet minder gevaarlijk is, is de mening, dat het geloof in Christus de mens ontslaat van het naleven van de verplichting om de wet te houden. Want, zo zegt men, omdat we alleen door het geloof deel krijgen aan de genade van Christus, hebben onze werken geen invloed op onze verlossing.” –Schreden naar Christus, blz. 70-71.
B. Hoe maakt de belofte van het nieuwe verbond duidelijk, dat de genade van Christus ons niet ontslaat van gehoorzamen aan Gods wet?
Hebreeën 8:10;
10:16.
“In de wet van God wordt het wezen van God uitgedrukt. Het fundamentele beginsel van liefde krijgt in de wet gestalte. Daarom is de wet de basis van Zijn regering, zowel in de hemel als op de aarde. Als ons hart is vernieuwd naar het beeld van God, als de goddelijke liefde in ons is ingeplant, zal dan Gods wet niet ten uitvoer worden gebracht in ons leven? Wanneer het beginsel van de liefde in het hart is ingeplant, wanneer de mens is vernieuwd naar het beeld van Zijn Schepper, wordt de belofte van het nieuwe verbond werkelijkheid: … (Zie Hebreeën 10:16). En als de wet in het hart geschreven staat, zal deze dan niet vorm geven aan het leven? Gehoorzaamheid, dienst en toewijding in liefde, is het ware teken van discipel-zijn.” –Schreden naar Christus, blz. 71.
“God eist in deze tijd hetzelfde als Hij van het eerste mensenpaar in het paradijs eiste: volmaakte gehoorzaamheid aan Zijn geboden. Zijn wet blijft altijd dezelfde. De grote maatstaf van gerechtigheid, in het Oude Testament belicht, is in het Nieuwe Testament niet verlaagd. Het is niet het werk van het evangelie om de aanspraken van Gods heilige wet te verzwakken, maar om mensen daar te brengen, waar zij aan de geboden kunnen gehoorzamen. Het geloof in Christus, dat de mens redt, is niet hetzelfde als het door velen wordt voorgesteld. ‘Geloof, geloof,’ roepen zij; ‘geloof alleen in Christus, en u zult zalig worden. Dat is alles wat u moet doen’. Hoewel echt geloof volkomen op Christus vertrouwt voor zaligheid, zal het leiden tot volmaakte overeenstemming met Gods wet.” –Bijbelkommentaar, blz. 465-466.
A. Wat wordt verwacht van kandidaten voor het eeuwige leven?
1 Johannes 5:2-3;
1 Korinthe 7:19.
“Als u uzelf aan Hem (Christus) geeft en Hem aanvaardt als uw Zaligmaker, wordt u, hoe zondig uw leven ook geweest mag zijn, ter wille van Hem als gerechtvaardigd aangemerkt. Het karakter van Christus neemt de plaats van uw karakter in, en u wordt door God aanvaard, alsof u nooit had gezondigd. Maar meer dan dit: Christus verandert het hart. Door het geloof woont Hij in uw hart. Door het geloof en door een voortdurende onderwerping van uw wil aan Hem, moet u deze verbinding in stand houden. Zo lang u dit doet, zal Hij u er toe aanzetten om dát te willen doen, wat volgens Zijn wil is. U kunt dus zeggen: 'En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft gegeven' (Galaten 2:20). En zo sprak Jezus ook tot Zijn discipelen: 'Gij zijt het niet, die spreekt, doch het is de Geest uws Vaders, die in u spreekt´. (Matthéüs 10:20). Als Christus in u werkt, zult u dezelfde Geest openbaren en dezelfde werken doen, werken van gerechtigheid en gehoorzaamheid. We hebben dus vanuit onszelf geen enkele reden om op te scheppen. We hebben geen aanleiding om onszelf te verheffen. Onze enige reden tot hoop is de gerechtigheid, die Christus ons heeft toegerekend, en datgene, dat door Zijn Geest in en door ons gedaan wordt.” –Schreden naar Christus, blz. 74.
B. Hoewel de Heer voor allen de voorziening heeft getroffen om de verlossing te verkrijgen, waarom missen sommigen dan de weg?
Efeze 2:8-9;
Handelingen 4:12;
Romeinen 9:30-33.
“Het geloof ontslaat de mens niet van zijn verantwoordelijkheid, maar juist door het geloof krijgen wij deel aan Christus’ genade, die ons in staat stelt om gehoorzaam te zijn… Dat zogenaamde geloof in Christus, dat voorgeeft de mens te verlossen van plicht tot gehoorzaamheid aan God, is geen geloof, maar een blijk van arrogantie. 'Want door genade zijt gij behouden, door het geloof’. Maar het geloof is 'indien het niet met werken gepaard gaat… op zichzelf genomen, dood' (Efeze 2:8; Jakobus 2:17). Jezus zei van Zichzelf, voordat Hij naar de aarde kwam: 'Ik heb lust om Uw wil te doen, Mijn God, Uw wet is in Mijn binnenste.' (Psalm 40:9). En vlak voordat Hij weer naar de hemel opsteeg, verklaarde Hij: 'gelijk Ik de geboden Mijns Vaders bewaard heb en blijf in Zijn liefde' (Johannes 15:10). De Schrift zegt: 'Hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen, indien wij Zijn geboden bewaren… . Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen als Hij gewandeld heeft' (1 Johannes 2:3-6). 'Daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in Zijn voetstappen zoudt treden’ (1 Petrus 2:21).” —Schreden naar Christus, blz. 71-72, 72-73.
A. Hoe leefde de apostel Paulus een overwinnend leven?
1 Korinthe 15:30-31.
“Door het geloof en door een voortdurende onderwerping van uw wil aan Hem, moet u deze verbinding in stand houden. Zo lang u dit doet, zal Hij u ertoe aanzetten om dát te willen doen, wat volgens Zijn wil is.” –Schreden naar Christus, blz. 74.
“Als mens ontwikkelde Christus een volmaakt karakter, en Hij biedt dit karakter ons aan. ‘Al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed’ (Jesaja 64:6). Alles wat wij van onszelf kunnen doen, is verontreinigd door de zonde. Maar Gods Zoon is geopenbaard om onze zonde weg te nemen, en in Hem is geen zonde… Maar Christus gehoorzaamde elk voorschrift van de wet. Van Zichzelf heeft Hij gezegd: ‘Ik heb lust om Uw wil te doen, Mijn God, Uw wet is in Mijn binnenste.’ (Psalm 40:9)... Door Zijn volmaakte gehoorzaamheid heeft Hij het voor ieder mens mogelijk gemaakt Gods geboden te gehoorzamen. Als wij ons aan Christus onderwerpen, wordt ons hart één met Zijn hart, onze wil gaat op in Zijn wil, onze geest wordt één met Zijn geest, en onze gedachten worden aan Hem onderworpen. Wij leiden Zijn leven. Dit wordt bedoeld met het dragen van het kleed van Zijn gerechtigheid.” —Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 191.
B. Welke vreugde uitte de psalmist in zijn eigen leven?
Psalm 119:97.
“Er is een onderscheid, dat we in gedachten moeten houden, als we over geloof spreken. Er is een soort ‘geloof’, dat in geen enkel opzicht met echt geloof te maken heeft. Het bestaan van God en Zijn kracht, het feit dat Zijn Woord waarheid is, zijn dingen, die zelfs de satan en zijn aanhangers in hun hart niet ontkennen. De Bijbel zegt: ´Dat geloven de boze geesten ook en zij sidderen’. Maar dat is geen echt geloof (Jakobus 2:19). Alleen als er niet slechts geloof is in Gods Woord, maar ook onderwerping van Zijn wil, als het hart aan Hem is overgegeven, het gevoel op Hem gericht is, is er sprake van geloof, geloof dat door liefde werkt en het innerlijk reinigt. Door dit geloof wordt het hart vernieuwd naar het beeld van God.” –Schreden naar Christus, blz. 74-75.
1. Beschrijf het bewijs van bekering.
2. Wat is het contrast tussen de oude mens en de nieuwe mens?
3. Beschrijf twee gevaren, die we in ons geestelijk leven moeten vermijden.
4. Wat is de plaats van gehoorzaamheid, wanneer we onder genade leven?
5. Welke gedachten, verlangens en motieven worden gekoesterd, wanneer Christus in het hart woont?