Tekst om te onthouden: “Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest geven in het binnenste van u; Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven” (Ezechiël 36:26).
Ezechiël 36:26
“U kunt de zonde uit uw verleden niet goedmaken. U kunt uw hart niet veranderen en uzelf heiligen. Maar God belooft om dit allemaal te doen door Christus.” –Schreden naar Christus, blz. 61.
Aanvullende studie:: –Schreden naar Christus, hoofdstuk 6, blz. 59-66.
A. Wat is Gods wonderbaarlijke belofte voor vergeving en vrede?
1 Johannes 1:9.
“U ziet in, dat uw leven gevuld is met egoïsme en zonde. U wilt graag vergeving ontvangen, gereinigd worden en vrijheid ontvangen. In harmonie te zijn met God, op Hem te lijken, hoe kunt u dat bereiken? U hebt vrede nodig, de hemelse vergeving, innerlijke vrede en liefde. Met geld kan dit niet gekocht worden. Het verstand kan het niet verschaffen; met wijsheid valt het niet te bereiken. U moet alle hoop laten varen, dat u dit ooit in eigen kracht zou kunnen verkrijgen. Maar God biedt het u gratis aan, ‘zonder geld en zonder prijs’ (Jesaja 55:1). U kunt het bezitten, als u uw hand uitstrekt om het te pakken.” –Schreden naar Christus, blz. 59.
B. Wat is een andere belangrijke belofte, die het hele wezen zal veranderen tot een nieuw mens in harmonie met God?
Ezechiël 36:26.
“U hebt uw zonden beleden en er van harte afstand van genomen. U hebt besloten uzelf aan God te geven. Ga dan nu naar Hem toe en vraag Hem of Hij uw zonden wil afwassen en u een nieuw hart wil geven. Geloof dan, dat Hij dit gedaan heeft, omdat Hij het beloofd heeft. Dat is de les, die Jezus de mensen tijdens Zijn verblijf op aarde leerde: dat we moeten geloven, dat we de gave die God ons belooft, hebben ontvangen.” —Schreden naar Christus, blz. 59-60.
A. Wat zei Jezus tegen de verlamde man in Bethesda, en wat kunnen we leren van deze ervaring?
Johannes 5:1-9.
“Laten we onze aandacht richten op de verlamde in Bethesda. De arme stakker was hulpeloos. Hij had zijn ledematen achtendertig jaar lang niet gebruikt. Toch vroeg Jezus hem: ‘Sta op, neem uw bed op en wandel.’ De zieke man had kunnen zeggen: ‘Heer, als U mij gezond wilt maken, dan zal ik op Uw woord gehoorzamen.’ Maar nee, hij geloofde de woorden van Christus; geloofde dat hij gezond gemaakt was, en hij probeerde het onmiddellijk. Hij wilde lopen, en hij liep. Hij gehoorzaamde aan het woord van Christus, en God gaf hem de kracht. Hij was gezond.” –Schreden naar Christus, blz. 60-61.
“Jezus had hem niet verzekerd, dat God hem zou helpen. De man had kunnen gaan twijfelen en zijn enige kans op genezing op die wijze kunnen verliezen. Maar hij geloofde het woord van Christus, en door daarnaar te handelen, ontving hij kracht. Door datzelfde geloof kunnen wij geestelijke genezing ontvangen. Door de zonde zijn wij afgescheiden van het leven van God. Onze ziel is verlamd. In onszelf zijn wij niet meer in staat om een heilig leven te leiden dan de zwakke man in staat was te lopen. Er zijn vele mensen, die hun hulpeloosheid beseffen en verlangen naar het geestelijk leven, dat hen in harmonie met God zal brengen; tevergeefs trachten zij het te verkrijgen. In wanhoop roepen zij uit: ‘Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?’ (Romeinen 7:24). Laten deze wanhopige, worstelende mensen omhoog zien. De Heiland buigt Zich over datgene wat Hij met Zijn bloed heeft gekocht en zegt met onuitsprekelijke tederheid en deernis: ‘Wilt gij gezond worden?’ Hij zegt u op te staan in gezondheid en vrede.” –De Wens der Eeuwen, blz. 161-162.
B. Wat is de zondaar door Christus beloofd?
2 Kronieken 7:14;
Hosea 14:4.
“U kunt de zonde uit uw verleden niet goedmaken. U kunt uw hart niet veranderen en uzelf heiligen. Maar God belooft om dit allemaal te doen door Christus. U gelooft die belofte. U belijdt uw zonden en geeft uzelf aan God. U hebt de wil Hem te dienen. Zo zeker als u deze wil hebt, zo zeker zal God Zijn woord aan u waarmaken. Als u de belofte gelooft, als u gelooft, dat u genezen en gereinigd bent, zorgt God ervoor, dat dit ook zo is. U bent gezond, zoals de verlamde van Christus de kracht kreeg om te lopen, toen hij geloofde, dat hij genezen was. Als u het gelooft, dan is dit een feit. Wacht niet, totdat u het gevoel hebt, dat u gezond gemaakt bent, maar zeg: ‘Ik geloof het. Het is zo, niet omdat ik het voel, maar omdat God het beloofd heeft’.” –Schreden naar Christus, blz. 61.
A. Wat gebeurt er met vroegere zonden, wanneer Jezus als Verlosser is aanvaard?
Romeinen 3:24-25;
5:1,
9-10.
“'Al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden' (Markus 11:24). Deze belofte is voorwaardelijk: we moeten bidden naar Gods wil. Maar het is de wil van God om ons van zonde te reinigen, ons Zijn kinderen te maken en om ons in staat te stellen een heilig leven te leiden. We mogen dus om deze zegeningen vragen en geloven, dat we ze krijgen. En we mogen God danken, dat we ze gekregen hebben. Het is ons voorrecht om naar Jezus toe te gaan en gereinigd te worden, en om oog in oog te staan met de wet, zonder schaamte of schuldgevoelens.” —Schreden naar Christus, blz. 61-62.
B. Welke positie heeft de gelovige voor God?
Romeinen 8:1.
“Hoewel het leven van de christen gekenmerkt moet zijn door nederigheid, mag het niet getekend zijn door droefheid of zelfverachting. Iedereen moet zó leven, dat hij Gods goedkeuring kan wegdragen en God hem kan zegenen. Het is niet de wil van onze hemelse Vader, dat wij ooit veroordeeld worden of in de duisternis blijven. Het is geen bewijs van ware nederigheid, als we het hoofd laten hangen en aan zelfbeklag doen. Wij mogen tot Jezus gaan om gereinigd te worden, en daardoor zonder schaamte en verwijt staan tegenover de wet.” –De Grote Strijd, blz. 441.
“Wanneer wij ons volledig aan God overgeven en volkomen geloven, reinigt het bloed van Christus ons van alle zonden. Het geweten kan bevrijd worden van veroordeling. Door geloof in Zijn bloed kunnen allen volmaakt worden gemaakt in Christus Jezus…. Wij moeten ons geen zorgen maken over wat Christus en God van ons denken, maar over wat God van Christus, onze Plaatsvervanger, denkt. U bent aanvaard in de Geliefde.” —Selected Messages, bk. 2, blz. 32-33.
C. Welke verandering moet er zijn bij allen, die deze verbondsrelatie met God zijn aangegaan?
1 Petrus 1:18-19;
1 Korinthe 6:19-20;
Galaten 3:26.
“Voortaan bent u niet van uzelf. U bent gekocht voor een prijs… (Zie 1 Petrus 1:18-19). Door eenvoudig in God te geloven, heeft de Heilige Geest in uw hart nieuw leven gewekt. U bent een nieuwgeboren kind in Gods gezin, en Hij houdt van u, zoals Hij van Zijn Zoon houdt.” —Schreden naar Christus, blz. 62.
A. Hoe wordt van een gelovige verwacht, dat hij zich gedraagt?
Kolossensen 2:6.
“Nu u uzelf aan Jezus hebt gegeven, mag u niet daarop terugkomen en mag u niet van Hem weggaan. Elke dag moet u het herhalen: ‘Ik ben van Christus, ik heb mijzelf aan Hem gegeven’. Vraag Hem, of Hij u Zijn Geest wil geven en u door Zijn genade wil bewaren. Door uzelf aan God te geven en door in Hem te geloven wordt u Zijn kind. U moet uw leven dus op Hem concentreren. De apostel zegt: ‘Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem’ (Kolossensen 2:6). Er zijn mensen, die schijnen te denken, dat ze een proeftijd hebben gekregen en dat ze aan de Heer moeten bewijzen, dat zij veranderd zijn, voordat zij aanspraak kunnen maken op Zijn zegen. Zij kunnen echter nu reeds op deze zegen rekenen. Zij moeten Zijn genade bezitten en de Geest van God moet hen helpen bij hun zwakheden, willen zij aan het kwaad weerstand kunnen bieden. Jezus wil graag, dat we naar Hem toekomen zoals we zijn: zondig, hulpeloos en in een gevoel van afhankelijkheid. We mogen met al onze zwakheden naar Hem toekomen, met ons onverstand, met onze zondigheid en vol berouw aan Zijn voeten neervallen. Zijn heerlijkheid omringt ons met Zijn liefdevolle armen. Onze wonden worden verbonden en wij worden van alle onreinheid bevrijd.” —Schreden naar Christus, blz. 62-63.
B. Wat is de voorziening voor fouten, die tijdens het leerproces worden gemaakt?
1 Johannes 2:1-2.
“Zet die bange gedachte, dat Gods beloften niet voor u bedoeld zijn, van u af. Ze zijn bedoeld voor elke berouwvolle zondaar. Er is voor gezorgd, dat de kracht en de genade van Christus door dienstvaardige engelen bij elke gelovige worden gebracht. Niemand is zo zondig, dat hij geen kracht, reinheid en rechtvaardigheid zou kunnen vinden in Jezus, die voor hem gestorven is. Jezus staat klaar om de zondaar van zijn kleren, die vol vlekken zijn en vuil zijn door de zonde, te ontdoen en hem met de witte klederen van gerechtigheid te bekleden. Hij biedt hen aan om te leven in plaats van te sterven.” —Schreden naar Christus, blz. 63.
C. Leg uit, hoe we tijdens deze reis versterkt worden.
1 Johannes 1:7;
Galaten 5:16-17,
25.
“Zij, die wandelen in de wegen der wijsheid, hebben, zelfs in de vervolging, grote vreugde, want Hij, Die hun ziel liefheeft, gaat onzichtbaar naast hen. Bij iedere stap naar boven gevoelen zij duidelijker de aanraking van Zijn hand; bij iedere schrede vallen helderder stralen van heerlijkheid van de Ongeziene op hun pad; en hun lofliederen, die steeds hoger opklinken, stijgen omhoog en mengen zich met de liederen van de engelen voor de troon.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 124.
A. Wat zijn de voorwaarden voor aanvaarding door God?
Jesaja 55:7;
44:22.
“God behandelt ons niet op dezelfde manier als waarop wij, als beperkte mensen, elkaar behandelen: Hij koestert gedachten van genade en liefde en het tederste medeleven.” –Schreden naar Christus, blz. 63-64.
“Wie zich onder Gods bestraffing wil verootmoedigen en berouw wil tonen, zoals David dat deed, kan zeker zijn, dat er voor hem hoop is. Wie in geloof Gods beloften aanvaardt, zal vergiffenis ontvangen. De Here zal nooit een oprecht berouwvol mens wegzenden.” —Patriarchen en Profeten, blz. 665.
B. Wat is de ware houding van onze hemelse Vader ten opzichte van allen, die zijn afgedwaald?
Ezechiël 18:32;
Lukas 15:18-20.
“Satan staat klaar om ons de heerlijke, goddelijke zegeningen te ontnemen. Hij wil de mens elk glimpje hoop en elke lichtstraal ontnemen. Maar u moet niet toelaten, dat hij dit doet. Leen uw oor niet aan de verleider, maar zeg: ‘Jezus stierf, opdat ik zou leven. Hij houdt van mij en wil niet, dat ik verloren zal gaan… De gelijkenis vertelt ons, hoe de zwerver ontvangen zal worden… (Zie Lukas 15:18-20. Maar hoe teer en aangrijpend deze gelijkenis ook mag zijn, toch wordt hierin de oneindige liefde van de hemelse Vader nog onvoldoende uitgedrukt. De Heer verklaart via Zijn profeet: ‘Ja, Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid’ (Jeremia 31:3). Terwijl de zondaar nog ver verwijderd is van het huis van de Vader en zijn bezit verspilt in een vreemd land, gaat het hart van de Vader naar hem uit. En elk verlangen dat in het binnenste is gewekt om tot God terug te keren, is het gevolg van het zachte pleiten van Zijn Geest, die de afgewekene ertoe probeert te brengen, ja, hem smeekt en trekt om het liefdevolle hart van de Vader op te zoeken.” —Schreden naar Christus, blz. 64-65.
1. Wat komt er in de ziel, wiens zonden vergeven zijn?
2. Waarom kon de verlamde man in Bethesda plotseling weer lopen?
3. Welke belofte ontvangen wij, wanneer we Christus als onze Verlosser aannemen?
4. Wat is het geheim van een overwinnend wandelen met Christus?
5. Beschrijf het contrast tussen Satans boosaardigheid en de verlossende liefde van de Vader.