Wandelen met Jezus — Sabbat, 8 augustus 2026

Les 6: Geloof en Aanvaarding

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Ik zal u een nieuw hart geven, en een nieuwe geest geven in het binnenste van u; Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven” (Ezechiël 36:26).

Ezechiël 36:26

“U kunt de zonde uit uw verleden niet goedmaken. U kunt uw hart niet veranderen en uzelf heiligen. Maar God belooft om dit allemaal te doen door Christus.” –Schreden naar Christus, blz. 61.

Aanvullende studie:: –Schreden naar Christus, hoofdstuk 6, blz. 59-66.

Zondag — 2 augustus

1. VERGEVING EN VREDE

A. Wat is Gods wonderbaarlijke belofte voor vergeving en vrede?

1 Johannes 1:9.

1 Johannes 1:9: Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.

“U ziet in, dat uw leven gevuld is met egoïsme en zonde. U wilt graag vergeving ontvangen, gereinigd worden en vrijheid ontvangen. In harmonie te zijn met God, op Hem te lijken, hoe kunt u dat bereiken? U hebt vrede nodig, de hemelse vergeving, innerlijke vrede en liefde. Met geld kan dit niet gekocht worden. Het verstand kan het niet verschaffen; met wijsheid valt het niet te bereiken. U moet alle hoop laten varen, dat u dit ooit in eigen kracht zou kunnen verkrijgen. Maar God biedt het u gratis aan, ‘zonder geld en zonder prijs’ (Jesaja 55:1). U kunt het bezitten, als u uw hand uitstrekt om het te pakken.” –Schreden naar Christus, blz. 59.

B. Wat is een andere belangrijke belofte, die het hele wezen zal veranderen tot een nieuw mens in harmonie met God?

Ezechiël 36:26.

Ezechiël 36:26: En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.

“U hebt uw zonden beleden en er van harte afstand van genomen. U hebt besloten uzelf aan God te geven. Ga dan nu naar Hem toe en vraag Hem of Hij uw zonden wil afwassen en u een nieuw hart wil geven. Geloof dan, dat Hij dit gedaan heeft, omdat Hij het beloofd heeft. Dat is de les, die Jezus de mensen tijdens Zijn verblijf op aarde leerde: dat we moeten geloven, dat we de gave die God ons belooft, hebben ontvangen.” —Schreden naar Christus, blz. 59-60.

Maandag — 3 augustus

2. LEVEN DOOR CHRISTUS

A. Wat zei Jezus tegen de verlamde man in Bethesda, en wat kunnen we leren van deze ervaring?

Johannes 5:1-9.

Johannes 5:1: Na dezen was een feest der Joden, en Jezus ging op naar Jeruzalem. Johannes 5:2: En er is te Jeruzalem aan de Schaaps poort, een badwater, hetwelk in het Hebreeuws toegenaamd wordt Bethesda, hebbende vijf zalen. Johannes 5:3: In dezelve lag een grote menigte van kranken, blinden, kreupelen, verdorden, wachtende op de roering des waters. Johannes 5:4: Want een engel daalde neder op zekeren tijd in dat badwater, en beroerde het water; die dan eerst daarin kwam, na de beroering van het water, die werd gezond, van wat ziekte hij ook bevangen was. Johannes 5:5: En aldaar was een zeker mens, die acht en dertig jaren krank gelegen had. Johannes 5:6: Jezus, ziende dezen liggen, en wetende, dat hij nu langen tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden? Johannes 5:7: De kranke antwoordde Hem: Heere, ik heb geen mens, om mij te werpen in het badwater, wanneer het water beroerd wordt; en terwijl ik kom, zo daalt een ander voor mij neder. Johannes 5:8: Jezus zeide tot hem: Sta op, neem uw beddeken op, en wandel. Johannes 5:9: En terstond werd de mens gezond, en nam zijn beddeken op en wandelde. En het was sabbat op denzelven dag.

“Laten we onze aandacht richten op de verlamde in Bethesda. De arme stakker was hulpeloos. Hij had zijn ledematen achtendertig jaar lang niet gebruikt. Toch vroeg Jezus hem: ‘Sta op, neem uw bed op en wandel.’ De zieke man had kunnen zeggen: ‘Heer, als U mij gezond wilt maken, dan zal ik op Uw woord gehoorzamen.’ Maar nee, hij geloofde de woorden van Christus; geloofde dat hij gezond gemaakt was, en hij probeerde het onmiddellijk. Hij wilde lopen, en hij liep. Hij gehoorzaamde aan het woord van Christus, en God gaf hem de kracht. Hij was gezond.” –Schreden naar Christus, blz. 60-61.

“Jezus had hem niet verzekerd, dat God hem zou helpen. De man had kunnen gaan twijfelen en zijn enige kans op genezing op die wijze kunnen verliezen. Maar hij geloofde het woord van Christus, en door daarnaar te handelen, ontving hij kracht. Door datzelfde geloof kunnen wij geestelijke genezing ontvangen. Door de zonde zijn wij afgescheiden van het leven van God. Onze ziel is verlamd. In onszelf zijn wij niet meer in staat om een heilig leven te leiden dan de zwakke man in staat was te lopen. Er zijn vele mensen, die hun hulpeloosheid beseffen en verlangen naar het geestelijk leven, dat hen in harmonie met God zal brengen; tevergeefs trachten zij het te verkrijgen. In wanhoop roepen zij uit: ‘Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?’ (Romeinen 7:24). Laten deze wanhopige, worstelende mensen omhoog zien. De Heiland buigt Zich over datgene wat Hij met Zijn bloed heeft gekocht en zegt met onuitsprekelijke tederheid en deernis: ‘Wilt gij gezond worden?’ Hij zegt u op te staan in gezondheid en vrede.” –De Wens der Eeuwen, blz. 161-162.

B. Wat is de zondaar door Christus beloofd?

2 Kronieken 7:14;

2 Kronieken 7:14: En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.

Hosea 14:4.

Hosea 14:4: Assur zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk onzer handen niet meer zeggen: Gij zijt onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden.

“U kunt de zonde uit uw verleden niet goedmaken. U kunt uw hart niet veranderen en uzelf heiligen. Maar God belooft om dit allemaal te doen door Christus. U gelooft die belofte. U belijdt uw zonden en geeft uzelf aan God. U hebt de wil Hem te dienen. Zo zeker als u deze wil hebt, zo zeker zal God Zijn woord aan u waarmaken. Als u de belofte gelooft, als u gelooft, dat u genezen en gereinigd bent, zorgt God ervoor, dat dit ook zo is. U bent gezond, zoals de verlamde van Christus de kracht kreeg om te lopen, toen hij geloofde, dat hij genezen was. Als u het gelooft, dan is dit een feit. Wacht niet, totdat u het gevoel hebt, dat u gezond gemaakt bent, maar zeg: ‘Ik geloof het. Het is zo, niet omdat ik het voel, maar omdat God het beloofd heeft’.” –Schreden naar Christus, blz. 61.

Dinsdag — 4 augustus

3. AANVAARD IN DE GELIEFDE

A. Wat gebeurt er met vroegere zonden, wanneer Jezus als Verlosser is aanvaard?

Romeinen 3:24-25;

Romeinen 3:24: En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is; Romeinen 3:25: Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;

5:1,

Romeinen 5:1: Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus;

9-10.

Romeinen 5:9: Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn. Romeinen 5:10: Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven.

“'Al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden' (Markus 11:24). Deze belofte is voorwaardelijk: we moeten bidden naar Gods wil. Maar het is de wil van God om ons van zonde te reinigen, ons Zijn kinderen te maken en om ons in staat te stellen een heilig leven te leiden. We mogen dus om deze zegeningen vragen en geloven, dat we ze krijgen. En we mogen God danken, dat we ze gekregen hebben. Het is ons voorrecht om naar Jezus toe te gaan en gereinigd te worden, en om oog in oog te staan met de wet, zonder schaamte of schuldgevoelens.” —Schreden naar Christus, blz. 61-62.

B. Welke positie heeft de gelovige voor God?

Romeinen 8:1.

Romeinen 8:1: Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.

“Hoewel het leven van de christen gekenmerkt moet zijn door nederigheid, mag het niet getekend zijn door droefheid of zelfverachting. Iedereen moet zó leven, dat hij Gods goedkeuring kan wegdragen en God hem kan zegenen. Het is niet de wil van onze hemelse Vader, dat wij ooit veroordeeld worden of in de duisternis blijven. Het is geen bewijs van ware nederigheid, als we het hoofd laten hangen en aan zelfbeklag doen. Wij mogen tot Jezus gaan om gereinigd te worden, en daardoor zonder schaamte en verwijt staan tegenover de wet.” –De Grote Strijd, blz. 441.

“Wanneer wij ons volledig aan God overgeven en volkomen geloven, reinigt het bloed van Christus ons van alle zonden. Het geweten kan bevrijd worden van veroordeling. Door geloof in Zijn bloed kunnen allen volmaakt worden gemaakt in Christus Jezus…. Wij moeten ons geen zorgen maken over wat Christus en God van ons denken, maar over wat God van Christus, onze Plaatsvervanger, denkt. U bent aanvaard in de Geliefde.” —Selected Messages, bk. 2, blz. 32-33.

C. Welke verandering moet er zijn bij allen, die deze verbondsrelatie met God zijn aangegaan?

1 Petrus 1:18-19;

1 Petrus 1:18: Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; 1 Petrus 1:19: Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam;

1 Korinthe 6:19-20;

1 Korinthe 6:19: Of weet gij niet, dat ulieder lichaam een tempel is van den Heiligen Geest, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt? 1 Korinthe 6:20: Want gij zijt duur gekocht: zo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn.

Galaten 3:26.

Galaten 3:26: Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.

“Voortaan bent u niet van uzelf. U bent gekocht voor een prijs… (Zie 1 Petrus 1:18-19). Door eenvoudig in God te geloven, heeft de Heilige Geest in uw hart nieuw leven gewekt. U bent een nieuwgeboren kind in Gods gezin, en Hij houdt van u, zoals Hij van Zijn Zoon houdt.” —Schreden naar Christus, blz. 62.

Woensdag — 5 augustus

4. WANDELEN MET CHRISTUS

A. Hoe wordt van een gelovige verwacht, dat hij zich gedraagt?

Kolossensen 2:6.

Kolossenzen 2:6: Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem;

“Nu u uzelf aan Jezus hebt gegeven, mag u niet daarop terugkomen en mag u niet van Hem weggaan. Elke dag moet u het herhalen: ‘Ik ben van Christus, ik heb mijzelf aan Hem gegeven’. Vraag Hem, of Hij u Zijn Geest wil geven en u door Zijn genade wil bewaren. Door uzelf aan God te geven en door in Hem te geloven wordt u Zijn kind. U moet uw leven dus op Hem concentreren. De apostel zegt: ‘Nu gij Christus Jezus, de Here, aanvaard hebt, wandelt in Hem’ (Kolossensen 2:6). Er zijn mensen, die schijnen te denken, dat ze een proeftijd hebben gekregen en dat ze aan de Heer moeten bewijzen, dat zij veranderd zijn, voordat zij aanspraak kunnen maken op Zijn zegen. Zij kunnen echter nu reeds op deze zegen rekenen. Zij moeten Zijn genade bezitten en de Geest van God moet hen helpen bij hun zwakheden, willen zij aan het kwaad weerstand kunnen bieden. Jezus wil graag, dat we naar Hem toekomen zoals we zijn: zondig, hulpeloos en in een gevoel van afhankelijkheid. We mogen met al onze zwakheden naar Hem toekomen, met ons onverstand, met onze zondigheid en vol berouw aan Zijn voeten neervallen. Zijn heerlijkheid omringt ons met Zijn liefdevolle armen. Onze wonden worden verbonden en wij worden van alle onreinheid bevrijd.” —Schreden naar Christus, blz. 62-63.

B. Wat is de voorziening voor fouten, die tijdens het leerproces worden gemaakt?

1 Johannes 2:1-2.

1 Johannes 2:1: Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; 1 Johannes 2:2: En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.

“Zet die bange gedachte, dat Gods beloften niet voor u bedoeld zijn, van u af. Ze zijn bedoeld voor elke berouwvolle zondaar. Er is voor gezorgd, dat de kracht en de genade van Christus door dienstvaardige engelen bij elke gelovige worden gebracht. Niemand is zo zondig, dat hij geen kracht, reinheid en rechtvaardigheid zou kunnen vinden in Jezus, die voor hem gestorven is. Jezus staat klaar om de zondaar van zijn kleren, die vol vlekken zijn en vuil zijn door de zonde, te ontdoen en hem met de witte klederen van gerechtigheid te bekleden. Hij biedt hen aan om te leven in plaats van te sterven.” —Schreden naar Christus, blz. 63.

C. Leg uit, hoe we tijdens deze reis versterkt worden.

1 Johannes 1:7;

1 Johannes 1:7: Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Galaten 5:16-17,

Galaten 5:16: En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet. Galaten 5:17: Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet.

25.

Galaten 5:25: Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.

“Zij, die wandelen in de wegen der wijsheid, hebben, zelfs in de vervolging, grote vreugde, want Hij, Die hun ziel liefheeft, gaat onzichtbaar naast hen. Bij iedere stap naar boven gevoelen zij duidelijker de aanraking van Zijn hand; bij iedere schrede vallen helderder stralen van heerlijkheid van de Ongeziene op hun pad; en hun lofliederen, die steeds hoger opklinken, stijgen omhoog en mengen zich met de liederen van de engelen voor de troon.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 124.

Donderdag — 6 augustus

5. DE VERLOSSENDE LIEFDE VAN DE VADER

A. Wat zijn de voorwaarden voor aanvaarding door God?

Jesaja 55:7;

Jesaja 55:7: De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.

44:22.

Jesaja 44:22: Ik delg uw overtredingen uit als een nevel, en uw zonden als een wolk; keer weder tot Mij, want Ik heb u verlost.

“God behandelt ons niet op dezelfde manier als waarop wij, als beperkte mensen, elkaar behandelen: Hij koestert gedachten van genade en liefde en het tederste medeleven.” –Schreden naar Christus, blz. 63-64.

“Wie zich onder Gods bestraffing wil verootmoedigen en berouw wil tonen, zoals David dat deed, kan zeker zijn, dat er voor hem hoop is. Wie in geloof Gods beloften aanvaardt, zal vergiffenis ontvangen. De Here zal nooit een oprecht berouwvol mens wegzenden.” —Patriarchen en Profeten, blz. 665.

B. Wat is de ware houding van onze hemelse Vader ten opzichte van allen, die zijn afgedwaald?

Ezechiël 18:32;

Ezechiël 18:32: Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.

Lukas 15:18-20.

Lukas 15:18: Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen den Hemel, en voor u; Lukas 15:19: En ik ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden; maak mij als een van uw huurlingen. Lukas 15:20: En opstaande, ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag hem zijn vader, en werd met innerlijke ontferming bewogen; en toe lopende, viel hem om zijn hals, en kuste hem.

“Satan staat klaar om ons de heerlijke, goddelijke zegeningen te ontnemen. Hij wil de mens elk glimpje hoop en elke lichtstraal ontnemen. Maar u moet niet toelaten, dat hij dit doet. Leen uw oor niet aan de verleider, maar zeg: ‘Jezus stierf, opdat ik zou leven. Hij houdt van mij en wil niet, dat ik verloren zal gaan… De gelijkenis vertelt ons, hoe de zwerver ontvangen zal worden… (Zie Lukas 15:18-20. Maar hoe teer en aangrijpend deze gelijkenis ook mag zijn, toch wordt hierin de oneindige liefde van de hemelse Vader nog onvoldoende uitgedrukt. De Heer verklaart via Zijn profeet: ‘Ja, Ik heb u liefgehad met eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken in goedertierenheid’ (Jeremia 31:3). Terwijl de zondaar nog ver verwijderd is van het huis van de Vader en zijn bezit verspilt in een vreemd land, gaat het hart van de Vader naar hem uit. En elk verlangen dat in het binnenste is gewekt om tot God terug te keren, is het gevolg van het zachte pleiten van Zijn Geest, die de afgewekene ertoe probeert te brengen, ja, hem smeekt en trekt om het liefdevolle hart van de Vader op te zoeken.” —Schreden naar Christus, blz. 64-65.

Vrijdag — 7 augustus

TERUGBLIK

1. Wat komt er in de ziel, wiens zonden vergeven zijn?

2. Waarom kon de verlamde man in Bethesda plotseling weer lopen?

3. Welke belofte ontvangen wij, wanneer we Christus als onze Verlosser aannemen?

4. Wat is het geheim van een overwinnend wandelen met Christus?

5. Beschrijf het contrast tussen Satans boosaardigheid en de verlossende liefde van de Vader.