Tekst om te onthouden: “En gij zult Mij zoeken en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.” (Jeremia 29:13).
Jeremia 29:13
“We kunnen onmogelijk uit eigen kracht in de strijd staande blijven. Alles wat de gedachten aftrekt van God, wat leidt tot zelfverheffing of zelfvertrouwen, bereidt de weg voor op onze nederlaag. De bedoeling van de Bijbel is, dat we het menselijk kunnen wantrouwen en bemoedigd worden om ons vertrouwen te stellen in Gods almacht.” –Patriarchen en Profeten, blz. 654.
Aanvullende studie:: –Schreden naar Christus, hoofdstuk 5, blz. 51-58.
A. Hoe beschreef Paulus de christelijke strijd en de benodigde uitrusting?
Efeze 6:12-18.
“Satan heeft Christus aangevallen met zijn felste en sluwste verleidingen, maar hij werd in elk onderdeel van de strijd verslagen. Die strijd werd voor ons gestreden. Door die overwinningen kunnen wij zegevieren. Christus zal kracht schenken aan allen, die erom vragen. Niemand kan zonder zijn eigen medewerking door Satan worden overwonnen. De verleider kan onze wil niet aan banden leggen en hij kan de mens niet tot zonde dwingen. En hij kan de mens wel onder druk zetten en hem angst inboezemen, maar hij kan hem niet door de zonde verontreinigen. Het feit, dat Christus heeft overwonnen, moet Zijn volgelingen kracht geven om de strijd tegen Satan en de zonde moedig voort te zetten.” –De Grote Strijd, blz. 469.
B. Waar probeert Satan volledige heerschappij te verkrijgen?
Spreuken 4:23.
“‘Zoals iemand denkt in zijn hart, zo is hij’. (Spreuken 23:7). Het hart moet door Gods genade vernieuwd worden, anders zal het tevergeefs zoeken naar zuiverheid van leven. Wie tracht een karakter te bouwen vol adel en deugd, zonder te vragen om de genade van Christus, bouwt zijn huis op zand. Door de felle stormen van beproevingen zal zijn huis instorten.” —Patriarchen en Profeten, blz. 416.
A. Wat moet opgegeven worden om een discipel van Christus te zijn?
Lukas 14:33;
Matthéüs 6:24.
“Onszelf aan God geven betekent, dat we alles opgeven, dat ons van Hem kan scheiden. Daarom zegt de Zaligmaker: …(Zie Lukas 14:33). Alles wat het hart van God zou kunnen afhouden, moet opgegeven worden. De Mammon is voor velen een afgod. De liefde voor geld, het verlangen naar luxe, is de gouden keten die hen aan Satan vastbindt. Anderen verafgoden status en wereldse eer. Een leven van gemakzucht, vrij van verantwoordelijkheid is de afgod van anderen. Maar deze banden van slavernij moeten worden doorbroken. We kunnen niet voor de helft aan de Heer en voor de helft aan de wereld toebehoren. We zijn alleen Gods kinderen, als we het helemaal zijn.” –Schreden naar Christus, blz. 52-53.
B. Welke goddelijke uitnodiging van de Heer strekt zich tot allen, die verlangen naar een vernieuwing van hart en leven?
Jesaja 1:18;
Jeremia 29:13;
Jakobus 4:7-10.
“Het bestuur van God is niet, zoals de satan het laat voorkomen, op blinde onderwerping en onredelijke afhankelijkheid gebaseerd. Gods bestuur doet een beroep op het verstand en op het geweten… God buigt de wil van Zijn schepselen niet met geweld. Hij kan geen verering aanvaarden, die niet uit eigen wil en het verstand wordt gegeven. Een gedwongen onderwerping zou elke ontwikkeling van de geest of van het karakter in de weg staan. De mens zou daardoor slechts een robot zijn. En dat is niet de bedoeling van de Schepper. Het is Zijn wens, dat de mens, het kroonstuk van Zijn scheppingsmacht, zich optimaal zal ontwikkelen. Hij laat ons zien, hoe groot de zegeningen zijn, die Hij voor ons door Zijn genade wil geven. Hij nodigt ons uit om onszelf aan Hem te geven, opdat Hij Zijn wil in ons gestalte kan geven. Aan ons is de keuze gelaten of we bevrijd willen worden van de slavernij van de zonde, of dat we willen delen in de glorieuze vrijheid van de zonen van God.” —Schreden naar Christus, blz. 51-52.
“Christus werd geopenbaard als de Verlosser van mensen. De mensen moesten niet vertrouwen op hun eigen werken, op hun eigen gerechtigheid, of op geen enkele manier op zichzelf, maar op het Lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt. In Hem werd de Voorspreker bij de Vader geopenbaard. Door Hem werd de uitnodiging gegeven: ‘Komt nu, en laten wij samen overleggen, zegt de Here: al zijn uw zonden scharlakenrood, zij zullen wit worden als sneeuw; al zijn zij rood als karmozijn, zij zullen wit zijn als wol.’ Deze uitnodiging klinkt ook vandaag de dag tot ons door. Laat trots, eigenwaan of eigen-gerechtigheid niemand ervan weerhouden zijn zonden te belijden, opdat hij aanspraak kan maken op de belofte.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 239.
A. Wat heeft Christus het recht gegeven om Zijn kinderen naar de hemel te brengen?
Kolossensen 1:14;
Hebreeën 7:25.
“Temidden van de verschrikkelijke duisternis, schijnbaar van God verlaten, had Christus de laatste droesem gedronken uit de beker van menselijk leed. In die vreselijke uren had Hij Zich verlaten op datgene, wat Zijn Vader Hem eertijds had gegeven, namelijk het bewijs dat Hij Hem aanvaardde. Hij kende het karakter van Zijn Vader; Hij begreep Zijn rechtvaardigheid, Zijn genade en Zijn grote liefde. Door het geloof rustte Hij in Hem, Die Hij steeds vol vreugde had gehoorzaamd. En toen Hij Zich in onderworpenheid aan God toevertrouwde, werd het gevoel, dat Hij de gunst des Vaders had verloren, weggenomen. Door het geloof was Christus overwinnaar.” –De Wens der Eeuwen, blz. 662.
“In de gave van Jezus gaf God de gehele hemel. Vanuit menselijk oogpunt bezien was een dergelijk offer een dwaze verkwisting. Volgens het menselijk verstand was het gehele verlossingsplan een verkwisting van genadegaven en redmiddelen. Zelfverloochening en een algehele opoffering komen ons overal tegemoet. Terecht kunnen de legerscharen des hemels met verbazing neerzien op het mensdom, dat weigert opgeheven en verrijkt te worden door de grenzeloze liefde, die in Christus tot uitdrukking werd gebracht. Terecht kunnen zij uitroepen: Waarom deze grote verkwisting? Maar de verzoening voor een wereld zou volkomen, overvloedig en volledig zijn. Het offer van Christus was uitermate overvloedig om iedere ziel, die door God geschapen is, te bereiken. Het kon niet zodanig worden beperkt, dat het niet het aantal overschreed, die de grote Gave wilden aanvaarden. Niet alle mensen worden gered; nochtans is het verlossingsplan geen verkwisting, dat het niet alles tot stand brengt, waarin zijn overvloedigheid zou kunnen voorzien. Er moet meer dan genoeg zijn.” –De Wens der Eeuwen, blz. 490.
B. Wat vraagt Jezus van allen, die Zijn kinderen willen zijn en Zijn Geest willen ontvangen?
Spreuken 23:26.
“Hij (Jezus) wacht met mededogen en tederheid om de belijdenissen van de dwalenden te horen en hun berouw te aanvaarden. Hij wacht op een blijk van dankbaarheid van hun kant, zoals een moeder wacht op de glimlach van herkenning van haar geliefde kind. De grote God leert ons Hem Vader te noemen. Hij wilde, dat we begrijpen hoe ernstig en teder Zijn hart naar ons verlangt in al onze beproevingen en verleidingen.” –Gospel Workers, blz. 210.
“Wat geven we eigenlijk op, als we alles geven? Een door zonde aangetast hart, dat we door Jezus laten zuiveren, laten reinigen door Zijn bloed en laten redden door Zijn onvergelijkbare liefde. En toch vindt men het moeilijk om alles op te geven! Ik schaam me ervoor zoiets te horen of er over te schrijven.” –Schreden naar Christus, blz. 54.
A. Wat was Paulus' vurigste verlangen voor de gelovigen?
Romeinen 12:1;
1 Thessalonicensen 5:23.
“Hoewel deze woorden gericht waren tot het oude Israël, bevatten ze een les voor Gods volk van nu. Wanneer de apostel zijn broeders oproept hun lichamen ‘te stellen tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer’, brengt hij de beginselen van ware heiligmaking naar voren. Dit is niet alleen een theorie, een gevoel, of een uiting van woorden, maar een levend, actief beginsel, dat in het leven van alledag naar voren komt. Heiligmaking vereist, dat onze gewoonten van eten, drinken en kleden zodanig zullen zijn, dat ze dienen tot bescherming van de lichamelijke, verstandelijke en geestelijke gezondheid, zodat we ons lichaam God mogen aanbieden, niet als een offer, mismaakt door verkeerde gewoonten, maar als een levend, heilig, Gode welgevallig offer.” –Het Geheiligde Leven, blz. 21.
“Wij moeten onszelf geven aan de dienst van God, en we moeten deze offerande zo volmaakt mogelijk doen zijn. God is niet tevreden met minder dan het beste dat we geven kunnen. Zij, die Hem met geheel hun hart liefhebben, zullen ernaar streven Hem het beste deel van hun leven te wijden en zich geheel en al in overeenstemming te brengen met de wetten, die hun mogelijkheden om Zijn wil te volbrengen, doen toenemen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 316.
B. Wat was de last, die op hun harten drukte, toen de menigte de toespraak van Petrus hoorde op de Pinksterdag?
Handelingen 2:37-38.
“Nu hoorden zij (de menigte) de discipelen verklaren, dat het Gods Zoon was, die zij hadden gekruisigd. Priesters en oversten sidderden. Overtuiging en angst maakten zich meester van het volk. ‘Zij werden diep in hun hart getroffen, en zij zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?’ Onder de toehoorders der discipelen bevonden zich vrome Joden, die oprecht waren in hun geloof. De kracht, die de woorden van de spreker vergezelde, overtuigde hen, dat Jezus inderdaad de Messias was… Petrus legde er bij de mensen, die overtuigd werden, de nadruk op, dat zij Christus hadden verworpen, omdat zij door de priesters en de oversten waren misleid, en dat als zij voort gingen met naar deze mannen op te zien om raad en op hen te wachten tot zij Christus zouden erkennen alvorens zij zelf dit durfden doen, zij Hem nimmer zouden aannemen. Deze invloedrijke mannen, ofschoon zij voorgaven godvruchtig te zijn, waren begerig naar aardse rijkdommen en eer. Zij wensten niet tot Christus te komen om licht te ontvangen.” —Van Jeruzalem tot Rome, blz. 32.
A. Wat geeft ons de overtuiging, dat we volledig aan de Heer toegewijd kunnen zijn en het beeld van Christus kunnen dragen?
Filippensen 2:12-13.
“God zegt u niet, dat u bang moet zijn, dat Hij Zijn beloften niet zal vervullen, dat Zijn geduld uitgeput zal raken of dat Zijn medeleven verkoelt. Wees liever bang, dat uw wil niet ondergeschikt zal zijn aan de wil van Christus, dat uw geërfde of aangeleerde karaktertrekken uw leven zullen beheersen. God is het, die om Zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. Koester vrees, dat u zelf zult staan tussen uw eeuwig leven en de grote Meester. Vrees dat uw eigen-ik het hoge doel, dat God u wil doen bereiken, in de weg staat. Wees bang om op uw eigen kracht te vertrouwen, vrees uw hand terug te trekken uit de hand van Christus en te trachten uw weg door het leven te gaan zonder Zijn langdurige tegenwoordigheid.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 95.
B. Hoe kan men standvastig geloof en volledige overgave aan de juiste principes behouden?
Galaten 2:20;
Matthéüs 16:24-25.
“Zij, die de zegen van heiligmaking deelachtig willen worden, moeten eerst de betekenis van zelfopoffering leren verstaan. Het kruis van Christus is de centrale steunpilaar, waaraan ‘een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid’ hangt.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 408.
“U kunt uw hart niet veranderen. U kunt niet uit uzelf uw gevoelens op God richten. Maar u kunt kiezen om Hem te dienen. U kunt uw wil aan Hem geven. Hij zal dan in u bewerkstelligen, dat u datgene wenst te doen, dat naar Zijn wil is… Door het gebruik van de wil ondergaat uw leven een totale verandering. Als u uw wil aan Christus ondergeschikt maakt, sluit u een bondgenootschap met die macht, die boven alle overheden en machten uitgaat; u ontvangt kracht van boven om standvastig te blijven. Door u voortdurend te onderwerpen aan God, bent u in staat om het nieuwe leven, dat wil zeggen het leven uit het geloof, te leiden.” –Schreden naar Christus, blz. 56, 58.
1. Wat is noodzakelijk voor succes in de strijd tegen de vijand van onze ziel?
2. Wat is de werkelijke strijd om een reeds verslagen vijand te overwinnen?
3. Wat kunnen we leren van Christus' gave voor onze verlossing?
4. Wat is Gods doel met de gelovigen, zowel fysiek als geestelijk?
5. Als onze wil in overeenstemming is met de wil van God, wat zullen we dan dagelijks ervaren?
“Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.” (Spreuken 22:6).
We leven in een ernstige tijd. Temidden van een toenemende verwereldlijking van de samenleving is de verantwoordelijkheid om onze kinderen en jongeren op te voeden in de vreze des Heren urgenter dan ooit. Als ouders, onderwijzers en leden van het lichaam van Christus hebben we een heilige opdracht om een generatie voor te bereiden die in staat zal zijn het geloof met standvastigheid, nederigheid en overtuiging te verdedigen.
“De wetenschap van de ware scholing is de waarheid, die zo diep in de ziel moet ingeprent worden, dat die niet uitgewist kan worden door de dwaling, die aan alle kanten de kop opsteekt.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 432.
In deze context heeft de Onderwijs Afdeling van de Generale Conferentie zich ijverig ingezet om onze zendingsscholen over de hele wereld te versterken en uit te breiden. Veel van onze onderwijsinstellingen missen geschikte infrastructuur, moderne lesprogramma's en materialen, die zijn aangepast aan de geestelijke realiteit van onze leerlingen. Bovendien hebben verschillende landen verzocht om de opening van nieuwe onderwijsinstellingen, die niet alleen academische kennis bevorderen, maar ook de beginselen van het eeuwige evangelie.
Deze speciale collecte zal daarom drie belangrijke gebieden ondersteunen: 1. De herstructurering van bestaande zendingsscholen; 2. De oprichting van nieuwe scholen in regio's, die behoefte hebben aan toegang tot christelijk onderwijs van SDARM (ZDA ref.); 3. De voortgang van het vertaal- en bewerkingsproject van de lesmaterialen, die door ons pedagogisch team zijn ontwikkeld voor zowel niet-kerkelijke als zendingsscholen in verschillende talen en culturele contexten.
“Ware opvoeding is een zendings training. Ieder kind van God is geroepen om een zendeling te zijn; wij zijn geroepen tot een dienst van God en onze medemens; en om ons daarvoor geschikt te maken zou die dienst een onderwerp van de opvoeding moeten zijn.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 331.
Daarom doen wij een beroep op u, beste broeders en zusters, om uw gift met vrijgevigheid en een zendings visie te geven. Investeren in de opleiding van onze kinderen en jongeren is investeren in de toekomst van de gemeente, in de verkondiging van het evangelie en in de uiteindelijke oogst.
Moge de Heer uw bijdrage vermenigvuldigen en deze belangrijke bediening versterken, en mogen onze scholen werkelijk lichtpunten zijn, die schijnen in de duisternis, en een gelovige generatie voorbereiden op de spoedige wederkomst van onze Heiland.
–Onderwijs Afdeling van de Generale Conferentie