Tekst om te onthouden: “Maar dat hij ze begere in geloof, niet twijfelende; want die twijfelt, is als een baar der zee gelijk, die door de wind gedreven en op- en neergeworpen wordt” (Jakobus 1:6).
Jakobus 1:6
“God vraagt nooit van ons om iets te geloven zonder ons voldoende gegevens te verschaffen om ons geloof op te baseren.” –Schreden naar Christus, blz. 127.
Aanvullende studie:: –Schreden naar Christus, hoofdstuk 12, blz. 127-138.
A. Wat moeten we bedenken, wanneer we in de verleiding komen om te weifelen tussen geloof en twijfel?
Jakobus 1:5-7.
“Maar Zijn (van de Verlosser) belofte geldt alleen hen, die gewillig zijn de Here volkomen te volgen. God dwingt niemand; daarom kan Hij niet hen leiden, die te trots zijn om zich te laten onderrichten en die erop uit zijn hun eigen weg te volgen. Van de dubbelhartige mens, degene die zijn eigen wil volgt, terwijl hij voorgeeft de wil van God te doen, staat geschreven: ‘Zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen’ (Jakobus 1:7).” –Patriarchen en Profeten, blz. 348.
B. Wat heeft de Heer gegeven om twijfel te overwinnen?
Psalm 119:105;
Hebreeën 11:1, 3, 6.
“Ons geloof moet gebaseerd zijn op goede argumenten, maar kan niet proefondervindelijk worden bewezen. Wie wil twijfelen, heeft daartoe de gelegenheid. Maar wie echt verlangt om de waarheid te kennen, vindt voldoende argumenten om er zijn geloof op te funderen.” –Schreden naar Christus, blz. 127.
“God heeft in Zijn woord genoeg bewijzen gegeven, dat de Bijbel van Hem komt. Het zet de belangrijke waarheden in verband met onze verlossing duidelijk uiteen. Met de hulp van de Heilige Geest, die beloofd is aan allen die oprecht om Hem bidden, kan iedereen deze waarheden zelf begrijpen. God heeft de mensen een stevig fundament gegeven, waarop ze hun geloof kunnen bouwen.” –De Grote Strijd, blz. 484.
A. Hoe moeten we omgaan met geheimen, die God niet heeft verklaard?
Deuteronomium 29:29;
Job 38:4-11.
“Evenals het karakter van de goddelijke Auteur, stelt ook het Woord van God ons voor geheimen, die nooit ten volle door beperkte wezens zullen kunnen worden doorgrond. Hoe de zonde de wereld binnenkwam, de vleeswording van Christus, de wedergeboorte, de opstanding en de andere onderwerpen die we in de Bijbel tegenkomen, vormen geheimenissen, zo diep dat ze niet door het menselijke verstand verklaard of zelfs begrepen kunnen worden. Maar dat we het geheim van Zijn voorzienigheid niet kunnen doorgronden, is geen reden om aan Gods Woord te gaan twijfelen. In de wereld van de natuur worden we steeds omringd met geheimen, die we niet kunnen doorvorsen.” –Schreden naar Christus, blz. 128-129.
“God dwingt de mensen niet hun ongeloof op te geven. Licht en duisternis, waarheid en dwaling liggen voor hen. Zij moeten zelf beslissen wat zij willen aannemen. De menselijke geest is toegerust met het vermogen om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Het is Gods bedoeling, dat de mensen geen beslissingen zullen nemen, gedreven door gevoel, maar vanwege het gewicht aan bewijsmateriaal zorgvuldig Schrift met Schrift te vergelijken. Indien de Joden hun vooroordeel terzijde gesteld hadden en de geschreven profetie vergeleken hadden met de feiten die het leven van Jezus kenmerkten, dan zouden zij de prachtige harmonie gezien hebben, die bestaat tussen de profetieën en de vervulling daarvan in het leven en dienstwerk van de eenvoudige Galileeër. In deze tijd worden velen misleid op dezelfde wijze als de Joden eertijds. Godsdienstleraars lezen de Bijbel in het licht van hun eigen opvattingen en overleveringen; en de mensen onderzoeken de Schriften niet zelf en oordelen niet zelf wat waarheid is; zij geven hun oordeel en hun ziel in handen van hun leiders. De prediking en leer van Zijn woord is een van de middelen, die God heeft ingesteld voor de verspreiding van het licht; maar we moeten de leer van ieder mens aan de Schrift toetsen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 396-397.
B. Hoe wordt in de Bijbel erkend, dat er dingen zijn, die moeilijk te begrijpen zijn?
2 Petrus 3:16.
“De moeilijkheden in de Bijbel zijn door ongelovigen aangehaald als een argument tegen de Bijbel. Maar het tegendeel is het geval; zij vormen een sterk bewijs ten gunste van de goddelijke inspiratie. Als er geen enkele beschrijving van God in zou staan behalve die, welke we gemakkelijk kunnen begrijpen; als Zijn grootheid en majesteit door ons verstand kon worden bevat, zou de Bijbel de onmiskenbare bewijzen van goddelijk gezag missen. Juist de grootsheid en het ondoorgrondelijke van de onderwerpen, die aan de orde komen, moeten ons tot geloof in de Bijbel als het woord van God inspireren.” –Schreden naar Christus, blz. 129-130.
A. Wat is een specifiek gevaar voor de gelovigen in deze laatste dagen?
Hebreeën 3:12;
2 Timótheüs 4:3-4.
“Wanneer God de mensen boodschappen zendt, die zó belangrijk zijn, dat ze worden verkondigd door heilige engelen, die ‘in het midden des hemels’ vliegen, verwacht Hij van iedereen met gezond verstand, dat hij ook aandacht zal schenken aan die boodschap. De vreselijke oordelen, die zijn uitgesproken over de aanbidding van het beest en zijn beeld (Openbaring 14:9-11), zouden de mensen moeten aansporen tot een grondig onderzoek van de profetieën om te weten, wat het merkteken van het beest is en hoe ze aan het ontvangen van het merkteken kunnen ontkomen. Maar de grote massa wil de waarheid niet horen en luistert liever naar fabels. De apostel Paulus heeft over de eindtijd gezegd: ‘Want er komt een tijd, dat zij (de mensen) de gezonde leer niet meer zullen verdragen’ (2 Timótheüs 4:3). Die tijd is nu aangebroken. De meeste mensen zijn niet gesteld op de waarheid van de Bijbel, omdat ze indruist tegen het zondige, wereldse hart. Satan zorgt dan wel voor de misleidingen, waar ze zó van houden.” –De Grote Strijd, blz. 549.
B. Wat wordt er geprofeteerd over de houding van de twee klassen in de laatste dagen?
Daniël 12:10;
Openbaring 22:11.
“Toch zal God een volk op aarde hebben, dat de Bijbel, en de Bijbel alléén, zal hooghouden als de maatstaf voor alle leerstellingen en de grondslag voor alle hervormingen. De meningen van geleerden, de gevolgtrekkingen van de wetenschap, de geloofsbelijdenissen of beslissingen van kerkvergaderingen, die even talrijk en tegenstrijdig zijn als de kerken, die ze verdedigen, de stem van de meerderheid, niets van dit alles mag worden beschouwd als het bewijs vóór of tegen één of ander geloofspunt. Voordat men leerstellingen of geboden aanneemt, moet men het bewijs hebben, dat ze door een duidelijk ‘Zo spreekt de Here’ worden gestaafd.” –De Grote Strijd, blz. 549.
“Er zal steeds nieuw licht over het woord van God worden geopenbaard aan hem, die in levende verbinding staat met de Zon der Gerechtigheid. Laat niemand tot de conclusie komen, dat er geen waarheid meer te openbaren valt. De ijverige, biddende zoeker naar waarheid zal toch kostbare lichtstralen uit het woord van God zien schijnen. Veel juwelen liggen nog verspreid, die verzameld moeten worden om eigendom te worden van het overgebleven volk van God. Maar licht wordt niet alleen gegeven om de gemeente te versterken, maar ook om te schijnen op hen die in de duisternis zijn.” –Counsels on Sabbat School Work, blz. 34.
A. Hoe kunnen we onderscheid maken tussen het belangrijke en het onbelangrijke?
2 Korinthe 13:5;
Titus 3:9-11.
“God heeft meer dan genoeg bewijzen gegeven om te geloven. Toch zal Hij nooit alle verontschuldigingen om niet te geloven wegnemen. Wie uitvluchten zoekt om zijn ongeloof te motiveren, zal die echt wel vinden. Wie Gods Woord niet wil aannemen en pas bereid is te gehoorzamen, wanneer elk bezwaar is weggenomen en er geen twijfel meer mogelijk is, zal nooit tot de waarheid komen.” –De Grote Strijd, blz. 484-485.
B. Welke zegeningen zullen de nederigen ten deel vallen?
Jakobus 4:6, 10;
1 Petrus 5:6-7.
“In elke behoefte werd voorzien, en mijn geestelijke honger werd gestild. De Bijbel is nu voor mij de openbaring van Jezus Christus. Wilt u weten, waarom ik in Jezus geloof? Omdat Hij mijn goddelijke Zaligmaker is. Waarom ik in de Bijbel geloof? Omdat ik ontdekt heb, dat het de stem van God is, die tot mijn hart spreekt. Wij kunnen uit eigen ervaring getuigen, dat de Bijbel waar is, en dat Christus de Zoon van God is. We weten dat we geen listig verzonnen fabels zijn gevolgd.” –Schreden naar Christus, blz. 136.
C. Hoe beschrijft de apostel Paulus de ervaring van de gelovige nu en in de toekomst?
1 Korinthe 13:12.
“In dit leven kunnen we het prachtige onderwerp van de verlossing maar gedeeltelijk begrijpen. We kunnen met ons eindig verstand heel diep nadenken over de schande en de heerlijkheid, het leven en de dood, de rechtvaardigheid en de barmhartigheid, die in het kruis samenkomen, maar zelfs met de grootste geestelijke inspanning kunnen we de volle betekenis niet vatten. Wij hebben maar een vaag idee van de lengte en breedte, de diepte en hoogte van de verlossende liefde. Zelfs wanneer de verlosten zien zoals ze gezien worden en kennen zoals ze gekend zijn, zullen ze het verlossingsplan toch niet volledig begrijpen, want de hele eeuwigheid door zullen er steeds nieuwe waarheden worden geopenbaard aan de onderzoekende geest.” –De Grote Strijd, blz. 599-600.
“Door het geloof kunnen we blikken tot in het hiernamaals. Wij kunnen ons aan Gods beloften vastgrijpen, dat we in kennis zullen toenemen, wanneer we onze menselijke mogelijkheden met het goddelijke worden verenigd, en wanneer al onze innerlijke kracht in directe verbinding komt te staan met de Bron van het licht, en dat het verstand zich zal ontwikkelen. Wij kunnen ons verheugen over het feit, dat in Gods voorzienigheid dan alle dingen, die we niet begrepen, duidelijk zullen worden. Dingen, die nu moeilijk zijn om te begrijpen, zullen dan hun verklaring krijgen. En waar ons beperkte verstand slechts verwarring en doorkruiste bedoelingen opmerkt, zullen we dan de meest volmaakte en schoonste harmonie ontwaren. (Zie 1 Korinthe 13:12).” —Schreden naar Christus, blz. 137.
A. Op welke opmerkelijke wijze heeft de Heer Zijn woord in deze tijd ontvouwd, nu het einde nadert?
Openbaring 10:2, 6-7.
“Het boek, dat verzegeld was, was niet het boek Openbaring, maar dat gedeelte van de profetie van Daniël, dat betrekking had op de laatste dagen… (Daniël 12:4) Toen het boek werd geopend, werd de proclamatie gedaan: ‘Er zal geen tijd meer zijn.’ (Zie Openbaring 10:6). Het boek Daniël is nu ontzegeld, en de openbaring, die Christus aan Johannes heeft gedaan, zal tot alle inwoners van de aarde komen. Door de toename van kennis moet een volk worden voorbereid om stand te houden in de laatste dagen.” —Selected Messages, bk. 2, blz. 105.
“Velen hebben de gedachte gekoesterd, dat de Openbaring een verzegeld boek is en willen geen tijd besteden aan de studie van de verborgenheden daarin. Zij zeggen, dat ze moeten zien naar de heerlijkheid van de verlossing en achten de verborgenheden aan Johannes op het eiland Patmos geopenbaard, minder de moeite van het overdenken waard. Maar God beschouwt dit boek niet op deze wijze… De Openbaring maakt aan de wereld bekend, wat er geweest is, wat er is en wat er komen zal; het is bedoeld als onderricht voor ons, op wie de einden der eeuwen gekomen zijn. Dit boek moet met eerbiedig ontzag worden bestudeerd… De Here Zelf openbaarde aan Zijn dienstknecht Johannes de verborgenheden van de Openbaring en het is Zijn bedoeling, dat deze open zullen zijn tot studie van een ieder. In dit boek worden tonelen geschilderd, die nu tot het verleden behoren, terwijl sommige van eeuwigheidsbelang zijn, die nu om ons heen plaatsvinden; andere profetieën zullen pas in het einde van de tijd volledig in vervulling gaan, als de laatste grote strijd tussen de machten van het kwaad en de Vorst des hemels zal plaatsvinden.” –Bijbelkommentaar, blz. 633.
B. Wat moeten gelovigen doen bij het bestuderen van de Schrift?
2 Timótheüs 2:15;
Johannes 7:17.
1. Welke houding moeten we hebben om te begrijpen, wat waarheid is?
2. Leg uit, waarom niet alle delen van de Schrift volledig begrepen kunnen worden.
3. Waarom willen velen de waarheid van de Bijbel niet aannemen?
4. Wat zullen zij, die werkelijk willen twijfelen, altijd vinden?
5. Waarom is de bereidheid tot gehoorzaamheid noodzakelijk voor het begrijpen van de waarheid?