Wandelen met Jezus — Sabbat, 12 september 2026

Les 11: Het Voorrecht om te Bidden

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, die in het verborgen is; en uw Vader, die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden” (Matthéüs 6:6).

Matthéüs 6:6

“In ons gebed openen we ons hart voor God, zoals we dat zouden doen voor een vriend. Dat wil niet zeggen, dat bidden nodig is om aan God bekend te maken wat wij zijn, maar dat we daardoor in staat worden gesteld om Hem te ontvangen. Het gebed doet God niet afdalen naar ons toe, maar voert ons omhoog tot Hem.” –Schreden naar Christus, blz. 111.

Aanvullende studie:: –Schreden naar Christus, hoofdstuk 11, blz. 111-126.

Zondag — 6 september

1. DE GROTE SMEKELING

A. Wat vond Jezus, als de Zoon des mensen, noodzakelijk?

Lukas 5:16;

Lukas 5:16: Maar Hij vertrok in de woestijnen, en bad aldaar.

Markus 6:46.

Markus 6:46: En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.

“Zie, de Zoon van God, neergebogen in gebed tot Zijn Vader! Hoewel Hij de Zoon van God is, versterkt Hij Zijn geloof door gebed en verzamelt Hij door gemeenschap met de hemel voor Zichzelf kracht om het kwaad te weerstaan en in de noden van de mensen te voorzien. Als de oudere Broeder van ons geslacht kent Hij de noden van hen die, omringd door zwakheid en levend in een wereld van zonde en verleiding, Hem toch willen dienen. Hij weet, dat de boodschappers, die Hij geschikt acht om uit te zenden, zwakke, dwalende mensen zijn; maar aan allen, die zich geheel geven aan Zijn dienst, belooft Hij goddelijke hulp. Zijn eigen voorbeeld is een verzekering dat een ernstig, volhardend verzoek aan God in geloof, geloof dat leidt tot volledige afhankelijkheid van God en onvoorwaardelijke toewijding aan Zijn werk, zal de mensen de hulp van de Heilige Geest brengen in de strijd tegen de zonde.” –Gospel Workers, blz. 511.

B. Hoe is Christus' praktijk van bidden een voorbeeld voor ons?

Markus 1:35;

Markus 1:35: En des morgens vroeg, als het nog diep in den nacht was, opgestaan zijnde, ging Hij uit, en ging henen in een woeste plaats, en bad aldaar.

Lukas 6:12.

Lukas 6:12: En het geschiedde in die dagen, dat Hij uitging naar den berg, om te bidden, en Hij bleef den nacht over in het gebed tot God.

“Jezus was Zelf vaak in gebed, toen Hij tussen de mensen vertoefde.” –Schreden naar Christus, blz. 112.

Maandag — 7 september

2. CHRISTUS’ GEBED

A. Hoe leerde Jezus Zijn discipelen te bidden?

Lukas 11:1-4.

Lukas 11:1: En het geschiedde, toen Hij in een zekere plaats was biddende, als Hij ophield, dat een van Zijn discipelen tot Hem zeide: Heere, leer ons bidden, gelijk ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft. Lukas 11:2: En Hij zeide tot hen: Wanneer gij bidt, zo zegt: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde. Lukas 11:3: Geef ons elken dag ons dagelijks brood. Lukas 11:4: En vergeef ons onze zonden; want ook wij vergeven aan een iegelijk, die ons schuldig is. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.

“Toen Jezus op aarde was, leerde Hij Zijn discipelen, hoe ze moesten bidden. Hij vertelde hun, dat zij hun dagelijkse noden aan God moesten voorhouden en hoe zij al hun zorg op Hem konden leggen. En de verzekering, die Hij hun gaf, dat al hun smeekbeden verhoord zouden worden, geldt ook voor ons… Hij is een broeder in onze zwakheden, ‘in alle opzichten verzocht zoals wij’, maar als de zondeloze bezat Hij een natuur, die afschuw had van het kwaad. Hij verduurde strijd en kwelling van Zijn ziel in een wereld van zonde. Zijn mens-zijn maakte gebed voor Hem tot een noodzaak en een voorrecht. Hij vond troost en vreugde in de gemeenschap met Zijn Vader. En als de Zaligmaker van de mensheid, als de Zoon van God de noodzaak voelde om te bidden, hoeveel te meer zouden dan zwakke, zondige stervelingen de noodzaak van ernstig en voortdurend gebed behoren in te zien.” –Schreden naar Christus, blz. 111-112.

B. Hoe beschrijft de Bijbel Christus' toewijding en waarom was dit zo belangrijk?

Jesaja 50:4;

Jesaja 50:4: De Heere HEERE heeft Mij een tong der geleerden gegeven, opdat Ik wete met den moede een woord ter rechter tijd te spreken; Hij wekt allen morgen, Hij wekt Mij het oor, dat Ik hore, gelijk die geleerd worden.

Hebreeën 2:10;

Hebreeën 2:10: Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.

5:7-9.

Hebreeën 5:7: Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit den dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze. Hebreeën 5:8: Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden. Hebreeën 5:9: En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden;

“Toen Hij als mens hier op aarde was, voelde Hij, hoe Hij behoefte had aan de kracht Zijns Vaders. Hij had uitverkoren plaatsen des gebeds. Hij hield er van met Zijn Vader gemeenschap te hebben in de eenzaamheid der bergen. Door dit te beoefenen ontving Zijn heilige, menselijke ziel kracht voor de dagelijkse plichten en beproevingen. Onze Heiland vereenzelvigde Zich met onze noden en zwakheden, zodat Hij een smekeling zou worden, krachtig in het gebed, bij Zijn Vader nieuwe krachten zoekende, om daar bezield en verkwikt uit te voorschijn te komen, klaar om de plichten en beproevingen tegemoet te treden. Hij is ons Voorbeeld in alle dingen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 225.

“Ik zag, dat er niet één op de twintig jongeren is, die weet wat ervaring in godsdienst is. Ze dienen zichzelf en beweren toch dienaren van Christus te zijn; maar als de betovering die op hen rust niet wordt verbroken, zullen ze al snel beseffen, dat het lot van de overtreder ook hun deel is. Wat betreft zelfverloochening of opoffering omwille van de waarheid, hebben ze een gemakkelijkere weg gevonden die boven alles uitstijgt. Wat betreft het vurig smeken met tranen en luide kreten tot God om Zijn vergevende genade en om kracht van Hem om de verleidingen van Satan te weerstaan, ze hebben het onnodig gevonden om zo vurig en ijverig te zijn; ze kunnen prima zonder. Christus, de Koning der heerlijkheid, ging vaak alleen naar de bergen en woestijnen om de bede van Zijn ziel bij Zijn Vader uit te storten; maar de zondige mens, in wie geen kracht is, denkt dat hij zonder zoveel gebed kan leven.” —Testimonies for the Church, vol 1, blz. 504-505.

Dinsdag — 8 september

3. HET VOORRECHT OM TE BIDDEN

A. Hoe openbaarde Jezus ons de houding van Zijn Vader ten opzichte van de menselijke nood?

Matthéüs 6:6;

Mattheüs 6:6: Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

7:7-11.

Mattheüs 7:7: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Mattheüs 7:8: Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden. Mattheüs 7:9: Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven? Mattheüs 7:10: En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven? Mattheüs 7:11: Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!

“Onze hemelse Vader ziet ernaar uit om de volheid van Zijn zegen op ons uit te storten. Het is ons voorrecht om rijkelijk te kunnen drinken uit de bron van oneindige liefde. Wat is het toch vreemd, dat we zo weinig bidden! God staat klaar om het ernstige gebed van Zijn nederigste kind aan te horen, en toch is er van onze kant vaak sprake van een duidelijke aarzeling om Hem onze noden bekend te maken.” –Schreden naar Christus, blz. 112.

“God is te wijs om Zich te kunnen vergissen, en Hij is te goed, dat Hij enig ding zou onthouden aan hen, die in oprechtheid wandelen. Wees dan niet bang om op Hem te vertrouwen, zelfs als u geen onmiddellijk antwoord krijgt op uw gebeden. Vertrouw op Zijn zekere belofte: ‘Bidt, en u zal gegeven worden’.”—Schreden naar Christus, blz. 115-116.

B. Wat verhindert onze smeekbeden, zodat zij door de Heer worden gehoord?

Psalm 66:18;

Psalmen 66:18: Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.

Spreuken 28:13.

Spreuken 28:13: Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.

“Het kan zijn, dat onze gedachten op Hem gericht zijn, dat we mediteren over Zijn werken, Zijn genade en Zijn zegeningen. Maar dat is geen gemeenschap met Hem, in de volle zin van het woord. Als we gemeenschap met God willen hebben, moeten we iets tot Hem te zeggen hebben over ons dagelijks leven.” –Schreden naar Christus, blz. 111.

“Wat moeten de engelen in de hemel er wel van denken, als arme, hulpeloze menselijke wezens, die aan allerlei verzoekingen onderworpen zijn, zo weinig bidden en zo weinig geloof oefenen, terwijl Gods hart vol oneindige liefde naar hen uitgaat en bereid is hun meer te geven dan ze zouden kunnen vragen of bedenken? De engelen stellen het op prijs om zich voor God te kunnen buigen en om in Zijn nabijheid te vertoeven. Zij beschouwen de gemeenschap met Hem als hun grootste vreugde. Maar de mensenkinderen, die de hulp, die alleen God kan geven, zo zeer nodig hebben, schijnen er tevreden mee te zijn om voort te gaan zonder het licht van Zijn Geest, zonder Zijn aanwezigheid. De duisternis van de boze omhult degenen, die het gebed verwaarlozen. De vijand verleidt hen tot zonde met de verleidingen, die hij hun influistert. En dat is allemaal het gevolg van het feit, dat zij geen gebruik maken van de voorrechten, die besloten liggen in de goddelijke gave van het gebed.” –Schreden naar Christus, blz. 112-113.

“Als ons hart verkeerde bedoelingen heeft, of als we bewust aan een bepaalde zonde vasthouden, zal de Heer ons niet verhoren. Maar het gebed van iemand, die berouw heeft, wordt altijd aanvaard. Als wij al het verkeerde, dat we ons kunnen herinneren, in orde hebben gemaakt, mogen we erop vertrouwen, dat God onze gebeden zal beantwoorden. Onze eigen verdiensten kunnen ons niet bij God in de gunst brengen. Het zijn de verdiensten van Christus, waardoor we gered worden; het is Zijn bloed, dat ons reinigt. Toch moeten we ervoor zorgen, dat we voldoen aan de voorwaarden om aanvaard te kunnen worden.” —Schreden naar Christus, blz. 114-115.

Woensdag — 9 september

4. HEERSEND BIDDEN

A. Wat zijn de belangrijke elementen van heersend bidden in tegenstelling tot een zwak en niet doeltreffend gebed?

Hebreeën 11:6;

Hebreeën 11:6: Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.

Markus 11:24.

Markus 11:24: Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.

“Als we niet precies de dingen ontvangen, waarom we op een bepaald moment hebben gevraagd, moeten we toch blijven geloven, dat de Heer ons hoort, en dat Hij onze gebeden zal verhoren. Wij zijn vaak zo dom en kortzichtig, dat we om dingen vragen, die geen zegen voor ons zouden betekenen. Onze hemelse Vader beantwoordt vol liefde onze gebeden door ons te geven, wat voor ons bestwil is: dat wat we zouden hebben gevraagd, als wij met goddelijk verlichting de dingen zouden zien zoals ze in werkelijkheid zijn. Als het lijkt, dat onze gebeden onbeantwoord blijven, moeten we toch vasthouden aan de belofte. Want de tijd van verhoring komt, en op het moment dat we het het meest nodig hebben, geeft God Zijn zegeningen.” –Schreden naar Christus, blz. 115.

B. Welke geest moeten we hebben om ervoor te zorgen, dat de Heer ons gebed verhoort?

Matthéüs 6:12;

Mattheüs 6:12: En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

Markus 11:25-26.

Markus 11:25: En wanneer gij staat om te bidden, vergeeft, indien gij iets hebt tegen iemand; opdat ook uw Vader, Die in de hemelen is, ulieden uw misdaden vergeve. Markus 11:26: Maar indien gij niet vergeeft, zo zal uw Vader, Die in de hemelen is, ook uw misdaden niet vergeven.

“Als we tot God komen en Hem om genade en zegen vragen, behoort er in ons hart een geest van liefde en vergevingsgezindheid te zijn. Hoe kunnen we bidden: ‘Vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldenaren’, als we zelf in een onvergeeflijke gezindheid blijven volharden? (Matthéüs 6:12). Als we verhoring op ons gebed verwachten, moeten we anderen op dezelfde manier vergeven en in dezelfde mate, als waarin we zelf hopen vergeving te ontvangen.” –Schreden naar Christus, blz. 116.

C. Wat kunnen we leren van Elia's gebed om regen?

1 Koningen 18:41-45.

1 Koningen 18:41: Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen. 1 Koningen 18:42: Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen. 1 Koningen 18:43: En hij zeide tot zijn jongen: Ga nu op, en zie uit naar de zee. Toen ging hij op, en zag uit, en zeide: Er is niets. Toen zeide hij: Ga weder henen, zevenmaal. 1 Koningen 18:44: En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude. 1 Koningen 18:45: En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.

“De dienstknecht zag toe, terwijl Elia bad. Zes maal keerde hij terug van zijn wachtpost met de woorden: ‘Er is niets, geen wolk, geen spoor van regen’. Maar de profeet gaf de moed niet op. Hij bleef zijn leven nagaan om te zien, waarin hij tekort was geschoten in het eren van God; hij beleed zijn zonden en verootmoedigde zich voor God, terwijl hij uitzag naar een teken, dat God zijn gebed beantwoordde. Terwijl hij zijn hart doorzocht, scheen hij in eigen ogen en in het oog van God steeds minder te worden. Het leek hem toe, dat hijzelf niets was en God alles betekende. En toen hij zover was, dat hij zichzelf geheel ontledigde, terwijl hij zich vastklemde aan de Heiland als zijn enige kracht en gerechtigheid, kwam het antwoord.” —Bijbelkommentaar, blz. 139.

Donderdag — 10 september

5. VOLHARDING IN HET GEBED

A. Welke belangrijke raad geven de apostelen met betrekking tot het gebed?

1 Petrus 4:7;

1 Petrus 4:7: En het einde aller dingen is nabij; zijt dan nuchteren, en waakt in de gebeden.

Filippensen 4:6.

Filippenzen 4:6: Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;

“Het is noodzakelijk om steeds te bidden. Laat niets tussenbeide komen. Doe elke mogelijke poging om de communicatielijn tussen uzelf en Jezus open te houden. Maak gebruik van elke gelegenheid om te gaan naar plaatsen, waar gewoonlijk gebeden wordt. Die echt op zoek zijn naar contact met God, zijn aanwezig bij gebedsvergaderingen, zijn getrouw in het vervullen van hun plichten en willen graag alle mogelijke voordelen ontvangen. Zij zullen elke kans benutten om daar te zijn, waar zij de lichtstralen van de hemel kunnen ontvangen.” –Schreden naar Christus, blz. 118.

B. Wat verwacht de Heer, net als elke ouder, van Zijn kinderen om te doen?

Lukas 11:10,

Lukas 11:10: Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.

13;

Lukas 11:13: Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?

Johannes 14:13-14.

Johannes 14:13: En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde. Johannes 14:14: Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

“Christus gebood Zijn discipelen te bidden ‘In Mijn naam’. In Christus' naam moeten Zijn volgelingen voor God staan. Door de waarde van het offer, dat voor hen werd gebracht, hebben zij waarde in de ogen des Heren. Om de toegerekende rechtvaardigheid van Christus worden zij kostbaar geacht. Om Christus’ wille vergeeft God degenen die Hem vrezen. Hij ziet in hen niet de verdorvenheid van de zondaar. Hij herkent in hen het beeld van Zijn Zoon, in Wie zij geloven.” —De Wens der Eeuwen, blz. 584.

“Er is geen tijd of plaats ongeschikt om een gebed naar God op te zenden. Niets kan ons ervan weerhouden om onze harten in een geest van ernstig gebed op te heffen. In de drukte op straat, of tijdens een zakelijke afspraak, mogen we een gebed tot God richten en om Zijn leiding vragen, zoals Nehemia deed, toen hij zijn verzoek deed aan koning Artaxerxes. Een moment met God kan overal gevonden worden.” –Schreden naar Christus, blz. 118-120.

Vrijdag — 11 september

TERUGBLIK

1. Welk voorbeeld van standvastigheid in het gebed is aan alle gelovigen gegeven?

2. Welke profetie toont het belang aan van iedere morgen te bidden?

3. Wat is een eerste vereiste voor succesvol bidden?

4. Waarom blijven bidden, terwijl u op een antwoord wacht?

5. Beschrijf wat het betekent om in de naam van Jezus te bidden.