Wandelen met Jezus — Sabbat, 4 juli 2026

Les 1: Gods liefde voor de mens

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent” (1 Johannes 3:1).

1 Johannes 3:1

“God is liefde. Als lichtstralen, die van de zon komen, stromen liefde, licht en vreugde van Hem tot al Zijn schepselen.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 70.

Aanvullende studie:: –Schreden naar Christus, hoofdstuk 1, blz. 9-18.

Zondag — 28 juni

1. GOD IS LIEFDE

A. Welk bewijs van Gods liefde is aan de mensheid gegeven?

Exodus 34:6-7;

Exodus 34:6: Als nu de HEERE voor zijn aangezicht voorbijging, zo riep Hij: HEERE, HEERE, God, barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van weldadigheid en waarheid. Exodus 34:7: Die de weldadigheid bewaart aan vele duizenden, Die de ongerechtigheid, en overtreding, en zonde vergeeft; Die den schuldige geenszins onschuldig houdt, bezoekende de ongerechtigheid der vaderen aan de kinderen, en aan de kindskinderen, in het derde en vierde lid.

Jona 4:2 (laatste deel);

Jona 4:2: En hij bad tot den HEERE, en zeide: Och HEERE! was dit mijn woord niet, als ik nog in mijn land was? Daarom kwam ik het voor, vluchtende naar Tarsis; want ik wist, dat Gij een genadig en barmhartig God zijt, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwaad.

Jeremia 31:3.

Jeremia 31:3: De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.

“Het woord van God laat ons zien, wat voor karakter Hij heeft. Hij heeft Zelf Zijn oneindige liefde en medelijden duidelijk gemaakt. Toen Mozes bad: ´Doe mij toch Uw heerlijkheid zien´, antwoordde de Heer: ‘Ik zal Mijn luister aan u doen voorbijgaan.’ (Exodus 33:18-19). De Heer ging aan Mozes voorbij en riep uit: ‘Here, Here, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft.’ (Exodus 34:6-7). Hij is ‘lankmoedig en van goedertierenheid,’ Hij heeft een welbehagen ´in goedertierenheid' (Jona 4:2; Micha 7:18).” -Schreden naar Christus, blz. 10-11.

B. Wat was Gods doel met het zenden van Zijn Zoon?

Matthéüs 11:27;

Mattheüs 11:27: Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaren.

Johannes 14:8-9.

Johannes 14:8: Filippus zeide tot Hem: Heere, toon ons den Vader, en het is ons genoeg. Johannes 14:9: Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader?

“De Satan heeft de mens laten geloven, dat God iemand is, die vooral gekenmerkt wordt door onverbiddelijke rechtvaardigheid, een strenge rechter en een hardvochtige, onbuigzame schuldeiser. Hij heeft de Schepper afgeschilderd als iemand, die met een blik vol afgunst de fouten en tekortkomingen van de mens probeert te ontdekken om hem daarna te kunnen straffen. Om die donkere schaduw weg te halen en om aan de wereld de oneindige liefde van God te laten zien, kwam Jezus wonen te midden van de mensen.” –Schreden naar Christus, blz. 11-12.

Maandag — 29 juni

2. DE ZENDING VAN JEZUS

A. Hoe beschreef Jezus Zijn aardse zending?

Lukas 4:16-18.

Lukas 4:16: En Hij kwam te Nazareth, daar Hij opgevoed was, en ging, naar Zijn gewoonte, op den dag des sabbats in de synagoge; en stond op om te lezen. Lukas 4:17: En Hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaja; en als Hij het boek opengedaan had, vond Hij de plaats, daar geschreven was; Lukas 4:18: De Geest des Heeren is op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart;

“(Zie Lukas 4:18). Dit was Zijn (Jezus’) werk. Hij trok rond als weldoener en genas diegenen, die door de Satan waren belaagd. Er waren hele dorpen, waar nergens het gekreun van een zieke werd gehoord, nadat Hij geweest was en alle zieken genezen had. Uit Zijn werk was Zijn hemelse opdracht duidelijk zichtbaar. Uit elke daad, die Hij verrichtte, bleek Zijn liefde, Zijn genade en Zijn medelijden. In diep medeleven ging Zijn hart uit naar de mensen. Hij maakte de menselijke natuur tot de Zijne om de mens in zijn noden helemaal te kunnen bereiken. De armste en de allereenvoudigste mensen waren nooit bang om naar Hem te gaan. Kleine kinderen voelden zich tot Hem aangetrokken. Zij klommen graag op Zijn knieën om te kunnen kijken in Zijn peinzende, maar van liefde stralende gezicht.” –Schreden naar Christus, blz. 12-13.

“Jezus zag in iedere ziel iemand, die de uitnodiging tot Zijn koninkrijk gegeven moest worden. Hij bereikte de harten der mensen door Zich onder hen te begeven als Iemand, Die het beste met hen voor had. Hij zocht hen op aan de openbare weg, in hun huizen, op de schepen, in de synagoge, aan de oever van het meer en op het bruiloftsfeest. Hij ontmoette hen in hun dagelijkse bezigheden en toonde belangstelling voor hun aardse belangen. Hij bracht Zijn onderricht in het huisgezin, door gezinnen in hun eigen huis onder de invloed van Zijn goddelijke tegenwoordigheid te brengen. Zijn sterk persoonlijk medeleven hielp de harten te winnen. Hij trok Zich dikwijls terug in de bergen voor gebed in de eenzaamheid, maar dit was een voorbereiding voor Zijn arbeid onder de mensen in het drukke leven. Na deze uren keerde Hij terug om zieken verlichting te schenken, de onwetenden onderwijs te geven, en de ketenen van de gevangenen van Satan te verbreken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 119.

B. Hoewel Christus vol liefde en mededogen was, wat is een voorbeeld van Zijn trouw in het terechtwijzen van het kwaad?

Johannes 9:39-41;

Johannes 9:39: En Jezus zeide: Ik ben tot een oordeel in deze wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen, en die zien, blind worden. Johannes 9:40: En dit hoorden enigen uit de Farizeen, die bij Hem waren, en zeiden tot Hem: Zijn wij dan ook blind? Johannes 9:41: Jezus zeide tot hen: Indien gij blind waart, zo zoudt gij geen zonde hebben; maar nu zegt gij: Wij zien; zo blijft dan uw zonde.

Matthéüs 21:12-13.

Mattheüs 21:12: En Jezus ging in den tempel Gods, en dreef uit allen, die verkochten en kochten in den tempel, en keerde om de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten. Mattheüs 21:13: En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt.

“Jezus deed de waarheid nooit te kort, maar wat Hij zei, zei Hij altijd in liefde. Hij was altijd uiterst tactvol en attent in Zijn omgang met de mensen. Hij deed nooit zonder reden een gevoelige ziel pijn. Hij veroordeelde de menselijke zwakheid nooit. Hij sprak de waarheid, maar altijd in liefde. Hij verzette Zich tegen huichelarij, tegen ongeloof en slechtheid. Maar als Hij Zijn indringende verwijten maakte, waren er altijd tranen in Zijn stem... In Zijn ogen was iedereen kostbaar. Hoewel Hij Zich met goddelijke waardigheid gedroeg, daalde Hij met de teerste zorgzaamheid af tot elk lid van Gods gezin. In iedereen zag Hij een gevallen mens, voor wie Hij gekomen was om redding te brengen.” —Schreden naar Christus, blz. 13.

Dinsdag — 30 juni

3. EEN LEVEN VAN ZELFVERLOOCHENING

A. Welke zware last droeg onze Heiland tijdens Zijn leven?

Jesaja 53:5-7;

Jesaja 53:5: Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Jesaja 53:6: Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg; doch de HEERE heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Jesaja 53:7: Als dezelve geeist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap, dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.

Lukas 2:48-49.

Lukas 2:48: En zij, Hem ziende, werden verslagen; en Zijn moeder zeide tot Hem: Kind! waarom hebt Gij ons zo gedaan? Zie, Uw vader en ik hebben U met angst gezocht. Lukas 2:49: En Hij zeide tot hen: Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders?

“Jezus droeg de zware last van verantwoordelijkheid voor de redding van mensen. Hij wist, dat als er geen besliste verandering zou komen in de principes en doelen van de mensheid, alles verloren zou zijn. Dit was de last van Zijn ziel, en niemand kon de zwaarte ervan, die op Hem rustte, bevatten. Gedurende Zijn kindertijd, jeugd en volwassenheid wandelde Hij alleen. Toch was de hemel er om in Zijn aanwezigheid te zijn. Dag in dag uit ondervond Hij beproevingen en verleidingen; dag in dag uit kwam Hij in contact met het kwaad en was Hij getuige van de macht ervan over hen, die Hij zocht om te zegenen en te redden. Toch faalde Hij niet en werd niet ontmoedigd. In alles stelde Hij Zijn wensen strikt ondergeschikt aan Zijn zending. Hij verheerlijkte Zijn leven door alles daarin ondergeschikt te maken aan de wil van Zijn Vader. Toen Zijn moeder Hem in Zijn jeugd in de school van de rabbi's vond en zei: ‘Kind, waarom hebt Gij ons zo gedaan?’ antwoordde Hij, en Zijn antwoord is de kern van Zijn levenswerk, ‘Wat is het, dat gij Mij gezocht hebt? Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders?’ Zijn leven was er een van voortdurende zelfopoffering. Hij had geen thuis in deze wereld, behalve als de goedheid van vrienden er in voorzagen voor Hem als reiziger. Hij kwam om voor ons het leven van de armsten te leiden en te wandelen en te werken onder de behoeftigen en de lijdenden. Niet erkend en niet geëerd wandelde Hij tussen de mensen voor wie Hij zoveel had gedaan.” –Gospel Workers, blz. 42-43.

B. Wat leert de overvloedige stroom van Gods liefde ons over onze hemelse Vader?

Johannes 3:16;

Johannes 3:16: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

1 Johannes 4:9-10.

1 Johannes 4:9: Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. 1 Johannes 4:10: Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.

“Maar dit grote offer werd niet gebracht om daardoor in het hart van de Vader de liefde voor de mens op te wekken, niet om Hem er toe aan te zetten om de mens te gaan redden. Integendeel! ‘Zo lief heeft God de wereld, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft’ (Johannes 3:16). De Vader heeft ons lief, niet vanwege die grote verzoeningspoging, maar Hij zorgde voor die verzoening, omdat Hij van ons houdt. Via Christus kon Hij Zijn oneindige liefde over een gevallen wereld uitgieten. ‘God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende’ (2 Korinthe 5:19). God leed samen met Zijn Zoon. In de verschrikking van Getsemané, in het sterven op Golgotha, betaalde de Bron van oneindige liefde de prijs voor onze redding.” —Schreden naar Christus, blz. 14-16.

Woensdag — 1 juli

4. ONZE PLAATSVERVANGER EN BORG

A. Wat is de basis van de redding van onze zielen?

1 Korinthe 1:30;

1 Korinthe 1:30: Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing;

Handelingen 16:31.

Handelingen 16:31: En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis.

“O, wat een zielenhonger en verlangen had Christus om te redden wat verloren was! Het lichaam, dat aan het kruis gekruisigd was, deed niets af aan Zijn goddelijkheid, Zijn kracht van God om te redden door het menselijk offer allen, die Zijn gerechtigheid zouden aannemen. Door aan het kruis te sterven, droeg Hij de schuld over van de persoon van de overtreder op die van de goddelijke Plaatsvervanger door geloof in Hem als zijn persoonlijke Verlosser. De zonden van een schuldige wereld, die in beeldspraak worden voorgesteld als ‘rood als karmozijn’, werden toegerekend aan de goddelijke Borg.” –This Day with God, blz. 236.

B. Wat heeft Christus gedaan voor onze verlossing, dat alle menselijke inspanning of wijsheid te boven gaat?

Johannes 10:17;

Johannes 10:17: Daarom heeft mij de Vader lief, overmits Ik Mijn leven afleg, opdat Ik hetzelve wederom neme.

Romeinen 5:6-8.

Romeinen 5:6: Want Christus, als wij nog krachteloos waren, is te Zijner tijd voor de goddelozen gestorven. Romeinen 5:7: Want nauwelijks zal iemand voor een rechtvaardige sterven; want voor den goede zal mogelijk iemand ook bestaan te sterven. Romeinen 5:8: Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren.

“‘Mijn Vader heeft jullie zo liefgehad, dat Hij des te meer van Mij houdt, nu Ik Mijn leven geef om jullie te redden. Doordat Ik jullie Plaatsvervanger en Borg word, doordat Ik Mijn leven opgeef, doordat Ik jullie zwakheden en fouten overneem, groeit de liefde van de Vader voor Mij. Want door Mijn offer kan God rechtvaardig zijn en Hij kan degene, die in Jezus gelooft, voor rechtvaardig houden’. Niemand, behalve de Zoon van God, kan onze redding verwezenlijken. Want alleen Hij, die bij de Vader was, kon Hem bekendmaken. Alleen Hij, die de hoogte en diepte van de liefde van God kende, kon die openbaren. Het was alleen het oneindige offer van Christus, dat uitdrukking kon geven van de liefde van de Vader voor het verloren mensdom.” –Schreden naar Christus, blz. 16.

C. Wat kon Johannes getuigen over onze voorspreker bij de troon van God?

1 Johannes 1:1-3.

1 Johannes 1:1: Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens; 1 Johannes 1:2: (Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard.) 1 Johannes 1:3: Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.

“Er zijn maar weinigen, die een erkenning hebben van het ernstige karakter van zonde en die de omvang van de verwoesting begrijpen, die het gevolg is van de overtreding van Gods wet. Door het wonderbaarlijke verlossingsplan te onderzoeken, dat erop gericht is de zondaar te herstellen naar het morele beeld van God, zien we dat de enige manier voor de bevrijding van de mens uitgewerkt werd door zelfopoffering en ongeëvenaarde nederigheid en liefde van de Zoon van God. Hij alleen had de kracht om de strijd aan te gaan met de grote tegenstander van God en de mens, en, als onze Plaatsvervanger en Borg heeft Hij de macht gegeven aan hen, die Hem in geloof aangrijpen, om in Zijn naam en door Zijn verdiensten overwinnaars te worden.” –Christian Education, blz. 112.

Donderdag — 2 juli

5. JEZUS BETAALDE DE PRIJS

A. Wat maakte Christus geschikt om de prijs voor onze verlossing te betalen?

1 Petrus 1:18-19;

1 Petrus 1:18: Wetende dat gij niet door vergankelijke dingen, zilver of goud, verlost zijt uit uw ijdele wandeling, die u van de vaderen overgeleverd is; 1 Petrus 1:19: Maar door het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam;

Hebreeën 5:8-9.

Hebreeën 5:8: Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden. Hebreeën 5:9: En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden;

“De prijs, die voor onze redding werd betaald, het onmetelijke offer van onze hemelse Vader, die Zijn Zoon gaf en voor ons liet sterven, behoort ons een verheven begrip te geven van wat wij door Christus kunnen worden. De geïnspireerde apostel Johannes zag de hoogte, de diepte en de breedte van de liefde van de Vader voor hen, die verloren zouden gaan, en hij werd daardoor vervuld met dank en eerbied. Bij gebrek aan geschikte woorden om de grootte en de tederheid van deze liefde tot uitdrukking te brengen, beperkte hij zich ertoe om de wereld uit te nodigen om deze liefde te komen zien... Hoeveel waarde krijgt de mens hierdoor! Door hun zonden werden de mensen onderworpen aan de satan. Maar door geloof in het verzoenend offer van Christus kunnen de nakomelingen van Adam worden tot ‘zonen van God’. (Door de menselijke natuur aan te nemen, verheft Christus de mensheid. Gevallen mensen worden geplaatst waar zij, door de verbinding met Christus, werkelijk de naam ‘zonen van God’ waardig kunnen worden).” –Schreden naar Christus, blz. 17.

B. Welke woorden gebruikte de apostel Johannes om de grootte van Gods liefde uit te drukken?

1 Johannes 3:1-2.

1 Johannes 3:1: Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent. 1 Johannes 3:2: Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

“Zo'n liefde is onvergelijkbaar; kinderen van de hemelse Koning! Wat een belofte! Het thema voor de diepste meditatie! De onzegbare liefde van God voor een wereld, die Hem niet liefhad. Deze gedachte heeft een sterke invloed op het innerlijk en brengt de mens ertoe zijn geest aan de wil van God te onderwerpen. Hoe meer we het karakter van God bestuderen in het licht van het kruis, des te meer zien we, hoe genade, tederheid en vergevingsgezindheid samen gaan met eerlijkheid en rechtvaardigheid, en des te duidelijker ontdekken we ontelbare bewijzen van die oneindige liefde en van een teder meeleven, dat zelfs het diepe gevoel van een moeder voor haar afgedwaalde kind overtreft.” —Schreden naar Christus, blz. 17-18.

Vrijdag — 3 juli

TERUGBLIK

1. Beschrijf de belangrijkste eigenschappen van Gods karakter.

2. Hoe openbaarde Jezus het karakter van God tijdens Zijn leven op aarde?

3. Hoe beïnvloedde Christus' zending Zijn keuzes?

4. Welke lessen leert Jezus door onze plaatsvervanger te worden?

5. Beschrijf de laatste gave van Christus aangaande ons.

Eerste Sabbatgaven

Chennai, voorheen bekend als Madras, is de hoofdstad en grootste stad van Tamil Nadu, de meest zuidelijke deelstaat van India. De stad ligt aan de Coromandelkust van de Golf van Bengalen. Volgens de Indiase volkstelling van 2011 is Chennai de zesde meest bevolkte stad in India en vormt het de vierde grootste stedelijke agglomeratie. De Greater Chennai Corporation, opgericht in 1688, is de oudste gemeentelijke corporatie in India en de op één na oudste ter wereld, na Londen. Chennai is een belangrijk handels- en nijverheidscentrum met zo'n 15.000 industrieën en een belangrijk centrum voor medisch toerisme, en wordt daarom ook wel “India's gezondheid hoofdstad” genoemd. De stad huisvest tevens een groot deel van de Indiase auto-industrie, vandaar de bijnaam “Detroit van India”. Chennai was in 2015 de enige Zuid-Aziatische stad, die door National Geographic werd opgenomen in de “Top 10 Food Cities” en staat op de negende plaats in de lijst van beste kosmopolitische steden ter wereld van Lonely Planet.

De bevolking van groter Chennai telt nu meer dan 12 miljoen inwoners en groeit gestaag momenteel met 2,34% per jaar. De stad heeft een diverse bevolking met verschillende etnisch-religieuze gemeenschappen. Volgens de volkstelling van 2011 was de meerderheid van de bevolking van Chennai hindoe (80,73%), gevolgd door 9,45% moslims, 7,72% christenen, 1,27% anderen en 0,83% zonder religie of religieuze voorkeur.

In 2019 leefde 40% van de 1.788 miljoen gezinnen in de stad onder de armoedegrens. In 2017 telde de stad 2.2 miljoen huishoudens, waarvan 40% geen eigen huis bezat. Er zijn ongeveer 1131 sloppenwijken in de stad, met meer dan 300.000 huishoudens. Allerlei soorten mensen wonen hier, en allen moeten in deze laatste dagen het eeuwige evangelie van Jezus Christus horen.

Door uitdagende economische omstandigheden hebben we de bouw van een kerk in Chennai niet binnen de geplande tijd kunnen voltooien. Nu de werkzaamheden gaande zijn, hebben we ook de noodzaak ingezien om het project uit te breiden met extra ruimte, een woning voor de predikant, een conferentiezaal en Sabbatschool lokalen voor kinderen. Om dit te realiseren, doen we een beroep op de vrijgevigheid van onze geliefde gemeenten over de hele wereld.

Wij doen een ernstig verzoek aan onze broeders, zusters en jongeren om alstublieft een genereuze bijdrage te leveren aan dit project.

Bij voorbaat dank u, en moge de Heer u allen rijkelijk zegenen.

–Uw broeders en zusters in Chennai