Tekst om te onthouden: “En heiligt Mijn sabbatten; en zij zullen tot een teken zijn tussen Mij en tussen u, opdat gij weet, dat Ik de Heere, uw God, ben”
Ezechiël 20:20
“God zag, dat de Sabbat noodzakelijk was voor de mens, reeds in het paradijs. Hij moest zijn eigen belangen en werkzaamheden op één van de zeven dagen ter zijde leggen, om meer ten volle de werken van God te overdenken, en stil te staan bij Zijn macht en goedheid. Hij had een Sabbat nodig om hem levendig te herinneren aan God, en dankbaarheid in hem te wekken, omdat alles, wat hij bezat en genoot afkomstig was vanuit de weldoende hand van de Schepper.” –Patriarchen en Profeten, blz. 22.
Aanvullende studie :: –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 623-635.
A. Wat moeten wij beseffen over de enigen, die het voorrecht zullen hebben om naar dat betere land te gaan?
Openbaring 22:12-14;
Jakobus 2:10.
“Wij moeten onze karakters vergelijken met de onfeilbare maatstaf van Gods wet. Om dit te doen, moeten we de Schriften onderzoeken en onze verworvenheden afmeten aan het woord van God.” –The Review and Herald, 14 februari 1893.
A. Welke profetie laat zien, dat Gods volk een speciale achting zal hebben voor Zijn morele wet van de Tien Geboden?
Jeremia 6:16;
Jesaja 58:12.
“In de eindtijd zal elke goddelijke instelling hersteld worden. De bres, in de wet gemaakt in de tijd, dat de Sabbat werd veranderd door de mens, zal hersteld worden. Gods laatste volk, dat in de wereld leeft als hervormers, moet laten zien, dat Gods wet de grondslag vormt van alle blijvende hervormingen en dat de Sabbat van het vierde gebod blijft bestaan als een gedenkteken aan de schepping, een blijvende herinnering aan Gods macht. Op duidelijke wijze moeten zij de noodzaak aantonen van gehoorzaamheid aan al Gods geboden. Gedwongen door de liefde van Christus moeten ze met Hem samenwerken in het herbouwen van de verwoeste plaatsen. Zij moeten de herstellers van de bressen, de herbouwers van de straten zijn.” –Profeten en Koningen, blz. 418. B. Noem het specifieke punt, wat bekeken moet worden bij dit herstel en verklaar het resultaat. Jesaja 58:13-14.
A. Hoe probeerde God de houding van Zijn volk ten opzichte van de Sabbat te corrigeren, en wat zou er gebeuren, als ze die zouden blijven afwijzen?
Jeremia 17:24-27.
“Bij een zekere gelegenheid nam de profeet, op Gods bevel, plaats bij een van de voornaamste poorten van de stad, en drong daar aan op het belang van het heiligen van de Sabbat. De inwoners van Jeruzalem liepen gevaar de heiligheid van de Sabbat uit het oog te verliezen, en ze werden ernstig gewaarschuwd tegen het doen van dagelijkse bezigheden op die dag… Op deze wijze kwam de profeet vastbesloten op voor de gezonde beginselen van de juiste leefwijze, die zo duidelijk in het boek der wet werden onderwezen. Maar de toestand, die in het land van Juda overheerste, was zodanig, dat een verandering ten goede alleen mogelijk was door diep ingrijpende maatregelen.” –Profeten en Koningen, blz. 248, 249. B. Hoe creëren dezelfde acties vergelijkbare gevolgen? 1 Korinthe 10:5-6. Is God veranderd? Maleáchi 3:6; Hebreeën 13:8.
“Dezelfde oorzaken hebben altijd dezelfde gevolgen. Wie zijn plichtsgevoel opzettelijk onderdrukt, omdat het niet in overeenstemming is met zijn neigingen, zal op den duur geen onderscheid meer kunnen maken tussen waarheid en dwaling. Het verstand wordt verduisterd, het geweten wordt afgestompt, het hart wordt verhard en de ziel wordt van God vervreemd. Waar de boodschap van goddelijke waarheid wordt verworpen of veracht, wordt de kerk in duisternis gehuld, verkillen geloof en liefde, en sluipen vervreemding en tweedracht binnen. De leden van de gemeente wijden hun belangstelling en krachten aan het najagen van wereldse zaken en de zondaars worden verhard in hun onboetvaardigheid.” -De Grote Strijd, blz. 354. “Heden ten dage gebruikt Satan dezelfde bedenksels om hetzelfde kwaad te introduceren, en zijn inspanningen worden gevolgd door dezelfde gevolgen, die in de tijd van Israël zovelen in hun graven legden.” –The Review and Herald, 4 februari 1909. Hetzelfde gevaar bestaat nu onder dat volk, dat zegt de vertrouweling van Gods wet te zijn Zij zijn erg geneigd zich te vleien, dat de aandacht, waarmee zij de geboden houden, hen bewaren voor de kracht van het goddelijke gerecht. Zij weigeren berispt te worden van kwaad, en beschuldigen Gods dienaren te ijverig te zijn in het weg doen van de zonde uit het kamp.” –The Signs of the Times, 12 februari 1880, Art. B.
A. Hoe weten we, dat de Sabbat bestond voor de Berg Sinaï? Exodus 20:8; 16:4-5. Hoe toonden de Hebreeën wrok tegen diezelfde wet?
Exodus 16:17-30.
“Elke week gedurende hun langdurige omwandeling in de woestijn waren de Israëlieten getuigen van een drievoudig wonder, bedoeld om hen van de heiligheid van de Sabbat te doordringen: een dubbele hoeveelheid manna viel op de zesde dag, op de zevende dag viel niets, en de hoeveelheid, nodig voor de Sabbat, bleef zoet en onbedorven, terwijl alles, wat in de loop van de week werd bewaard, bedierf. In de omstandigheden, verbonden met het geven van het manna, hebben we een duidelijk bewijs, dat niet, zoals velen beweren, de Sabbat werd ingesteld bij de wetgeving op de Sinaï. Eer de Israëlieten aankwamen bij de Sinaï, begrepen ze, dat de Sabbat voor hen een verplichting was. Door de verplichting om elke vrijdag een dubbele hoeveelheid manna te verzamelen om dit klaar te maken voor de Sabbat, waarop geen manna zou vallen, werd de heiligheid van de rustdag hun voortdurend voor ogen gehouden. En toen sommigen van het volk op Sabbat uitgingen om manna te verzamelen, vroeg de Heere: ‘Hoelang weigert gij Mijn geboden en wetten te onderhouden?’” –Patriarchen en Profeten, blz. 259. B. Was dit een afgezonderd probleem in de woestijn met het Sabbat onderwerp? Verklaar het. Ezechiël 20:10-13.
“Gedurende hun verblijf van veertig jaren in de woestijn werd het volk wekelijks herinnerd aan de heiligheid van de Sabbat door het wonder van het manna. Toch bracht zelfs dit hen er niet toe om gehoorzaam te zijn. Hoewel ze niet openlijk durfden overtreden uit vrees voor straf, was er grote onverschilligheid bij het waarnemen van het vierde gebod. God zegt door de mond van Zijn profeet: ‘Mijn Sabbatten ontheiligden zij ten zeerste’ (Ezechiël 20:13-24). En dit wordt een van de redenen genoemd, waarom het eerste geslacht het beloofde land niet mocht binnengaan. Toch hadden hun kinderen de les ook niet geleerd. Gedurende hun omwandeling van veertig jaren hebben ze de Sabbat dermate veronachtzaamd, dat God hen wel het land Kanaän liet binnengaan, maar tevens zei, dat ze na hun komst in het land der belofte onder de heidenen verstrooid zouden worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 372.
A. Hoe laat het Sabbatgebod zien, dat het geen nieuw gebod is?
Exodus 20:8-11.
“De Sabbat wordt niet ingeleid als een nieuwe instelling, maar als een dag, die bij de schepping is geheiligd. Die dag moet herdacht en waargenomen worden als het gedenkteken van het werk van de Schepper, door te wijzen op God als de Schepper van hemel en aarde, onderscheidt hij de ware God van alle goden. Allen, die de zevende dag houden, geven door deze daad te kennen, dat ze aanbidders zijn van Jehova. Zo is de Sabbat het teken van ’s mensen trouw aan God.” –Patriarchen en Profeten, blz. 272. B. Waar kunnen wij het oorspronkelijk gebod vinden en welke betekenis heeft de Sabbatinstelling voor Gods ware volk? Genesis 2:1-3; Ezechiël 20:20.
“Evenals de Sabbat is de week bij de schepping ontstaan, en door de eeuwen heen is deze bewaard en tot ons gekomen. God zelf stelde de eerste als een voorbeeld voor alle daarop volgende weken, tot aan het einde van de tijd. Evenals elke andere week bestond de scheppingsweek uit zeven letterlijke dagen. Zes dagen werden gebruikt voor het scheppingswerk; op de zevende dag rustte God, en Hij zegende deze dag en zonderde deze af als een rustdag voor de mens.” –Patriarchen en Profeten, blz. 83. “Omdat Hij op de Sabbat rustte, ‘zegende God de zevende dag en heiligde die’, zonderde die dag af voor een heilig doel. Hij gaf de Sabbat aan Adam als een dag van rust. Het was een gedenktreken van het scheppingswerk en daardoor een teken van Gods macht en van Zijn liefde.” –De Wens der Eeuwen, blz. 234.