Helderdere lichtstralen - Schatten der waarheid (II) — SABBAT, 6 mei 2023

Les 6: De duizend jaren van verwoesting (II)

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En ik zag tronen, en zij zaten daarop; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods; en die het beest en zijn beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren”

Openbaring 20:4

“De engel zeide: ‘Het is de toorn Gods en des Lams, die de verdelging of dood van de goddelozen veroorzaakt. Op het horen van de stem van God zullen de heiligen machtig en vreselijk zijn, gelijk een legerschare met banieren; maar zij zullen dan niet het geschreven vonnis voltrekken. De uitvoering van het vonnis zal plaats hebben aan het eind van de duizend jaren’.” –Eerste Geschriften, blz. 52.

Aanvullende studie :: –Eerste Geschriften, blz. 345–350.

ZONDAG — 30 april

1. SATANS TOESTAND

A. Wat gebeurt er met Satan tijdens het millennium?

Openbaring 20:1-3.

Openbaring 20:1: En ik zag een engel afkomen uit den hemel, hebbende den sleutel des afgronds, en een grote keten in zijn hand; Openbaring 20:2: En hij greep den draak, den oude slang, welke is de duivel en satanas, en bond hem duizend jaren; Openbaring 20:3: En wierp hem in den afgrond, en sloot hem daarin, en verzegelde dien boven hem, opdat hij de volken niet meer verleiden zou, totdat de duizend jaren zouden geeindigd zijn. En daarna moet hij een kleinen tijd ontbonden worden.

“De aarde zag eruit als een woeste wildernis. Steden en dorpen, die door de aardbeving waren ingestort, lagen in puinhopen. De bergen waren uit hun plaats bewogen en hadden grote gaten achtergelaten. Ruwe rotsblokken, die door de zee opgeworpen, of van de aarde zelf losgescheurd waren, lagen overal over de oppervlakte van de aarde verspreid. Grote bomen waren ontworteld, en lagen over de grond. Hier moet duizend jaren lang de woonplaats zijn van Satan en zijn boze engelen. Hier zal hij gevangen zijn, en ronddwalen over de ongelijke oppervlakte van de aarde, om het gevolg van zijn opstand tegen Gods wet te aanschouwen. Duizend jaren lang kan hij genieten van de vruchten van de vloek, waar hij de oorzaak van geweest is. Tot de aarde alleen beperkt, zal hij het voorrecht niet hebben om naar andere planeten te gaan, om degenen, die niet gevallen zijn, te verzoeken en te hinderen.” –Eerste Geschriften, blz. 345. “Aan het einde van ‘de duizend jaren’ komt Christus nog eens naar de aarde… Wanneer Hij in Zijn ontzagwekkende majesteit neerdaalt, roept Hij de doden, die Hem niet als hun Verlosser hebben aangenomen, uit het graf om hun straf te ondergaan.” –De Grote Strijd, blz. 611.

MAANDAG — 1 mei

2. HET OORDELEN VAN DE NATIES EN ENGELEN

A. Wat zullen de heiligen doen gedurende de duizend jaar?

Openbaring 20:4;

Openbaring 20:4: En ik zag tronen, en zij zaten op dezelve; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om de getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods, en die het beest, en deszelfs beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren.

3:21;

Openbaring 3:21: Die overwint, Ik zal hem geven met Mij te zitten in Mijn troon, gelijk als Ik overwonnen heb, en ben gezeten met Mijn Vader in Zijn troon.

1 Korinthe 6:2-3.

1 Korinthe 6:2: Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen? En indien door u de wereld geoordeeld wordt, zijt gij onwaardig de minste gerechtzaken? 1 Korinthe 6:3: Weet gij niet, dat wij de engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer de zaken, die dit leven aangaan?

“Nadat de heiligen onsterfelijk gemaakt en tezamen met Jezus opgenomen zijn, nadat zij hun harpen, hun lange klederen en hun kronen ontvangen hebben en de stad zijn binnengegaan, zullen Jezus en de heiligen gericht houden. De boeken worden dan geopend, het boek des levens en het boek des doods. Het boek des levens bevat de goede daden van de heiligen; en het boek des doods bevat de boze daden van de goddelozen. Deze boeken worden vergeleken met het wetboek, de Bijbel, en volgens dat worden de mensen geoordeeld. De heiligen spreken, in overeenstemming met Jezus hun oordeel uit over de goddeloze doden. ‘Aanschouw,’ zei de engel, ‘hoe de heiligen met Jezus in het gericht zitten, en de goddelozen vergelden naar hetgeen zij in het lichaam gedaan hebben; en hetgeen zij bij de uitvoering van het vonnis ontvangen moeten, wordt tegenover hun naam geschreven’. Dit, zag ik, was het werk van de heiligen met Jezus gedurende de duizend jaren in de Heilige Stad, vóórdat die naar de aarde afdaalt.” –Eerste Geschriften, blz. 52-53. B. Wat gebeurt er met de hemelse hoofdstad, het nieuwe Jeruzalem, als dit werk is voltooid? Openbaring 21:2, 10; Galaten 4:26.

“Alsdan verlaat Jezus met de engelen en al de heiligen de heilige Stad aan het einde van de duizend jaren, en terwijl Hij met hen naar de aarde afdaalt, worden de goddeloze doden opgewekt, en dan zullen dezelfde mensen, die ‘Hem doorstoken’ hebben, nu opgewekt zijnde, Hem van verre in al Zijn heerlijkheid aanschouwen, en de engelen en de heiligen met Hem, en zullen over Hem rouw bedrijven.” –Eerste Geschriften, blz. 53. “Christus daalt neer op de Olijfberg, vanwaar Hij na Zijn opstanding ten hemel was gevaren en waar engelen de belofte, dat Hij zou terugkomen, hebben herhaald. De profeet zegt: ‘En de HERE, mijn God, zal komen, alle heiligen met Hem’. ‘Zijn voeten zullen te dien dage staan op de Olijfberg, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde; dan zal de Olijfberg middendoor splijten … tot een zeer groot dal’. ‘En de HERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de Here de enige zijn, en Zijn naam de enige’ (Zacharia 14:5, 4, 9). Wanneer het Nieuwe Jeruzalem in zijn verblindende pracht neerdaalt uit de hemel, zal het rusten op de plaats, die is gereinigd en gereed is gemaakt om het te ontvangen, en Christus zal met Zijn verlosten en met de engelen Zijn intocht maken in de Heilige Stad.”–De Grote Strijd, blz. 611.

DINSDAG — 2 mei

3. HET UITVOEREND OORDEEL

A. Hoewel Satan van plan is de hoofdstad te veroveren, hoe leidt dat tot een ander oordeel?

Openbaring 20:9, 11-12.

Openbaring 20:9: En zij zijn opgekomen op de breedte der aarde, en omringden de legerplaats der heiligen, en de geliefde stad; en er kwam vuur neder van God uit den hemel, en heeft hen verslonden. Openbaring 20:11: En ik zag een groten witten troon, en Dengene, Die daarop zat, van Wiens aangezicht de aarde en de hemel wegvloden, en geen plaats is voor die gevonden. Openbaring 20:12: En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.

“Op dat ogenblik zal Satan zich klaarmaken voor de laatste machtsgreep. Toen de vorst van het kwaad ‘gebonden’ was en niemand kon misleiden, voelde hij zich ellendig en terneergeslagen. Maar wanneer de ongelovigen opstaan en hij de grote menigte ziet, die aan zijn kant staat, vat hij weer moed. Hij is vastbesloten de grote strijd niet op te geven. Hij wil de grote groep terdoodveroordeelden onder zijn banier scharen en ze gebruiken om zijn plan te verwezenlijken. De ongelovigen zijn de gevangenen van Satan. Door hun verwerping van Christus hebben zij het bewind van de aartsrebel aanvaard. Zij zijn bereid op zijn voorstellen in te gaan en zijn bevelen op te volgen. Maar hij is nog altijd even sluw en zegt niet wie hij is. Hij beweert de vorst en rechtmatige eigenaar van de wereld te zijn, wiens bezit hem op een onwettige manier is ontnomen. Hij zegt aan zijn misleide onderdanen, dat hij hun bevrijder is en geeft hun de verzekering, dat hij ze uit het graf heeft opgewekt en dat hij op het punt staat ze van een wrede tirannie te bevrijden. Christus heeft zich teruggetrokken, en Satan verricht wonderen om zijn beweringen te bewijzen. Hij geeft de zwakken kracht en bezielt iedereen met zijn satanische geest. Hij stelt hun voor om onder zijn leiding naar het kamp van de heiligen op te trekken om de Stad Gods te veroveren. Met duivelse vreugde wijst hij op de ontelbare miljoenen, die uit het graf zijn verrezen, en hij beweert, dat hij als hun leider de stad wel zal kunnen innemen om zijn troon en heerschappij te heroveren.” –De Grote Strijd, blz. 611-612. B. Hoe wordt het vonnis uitgevoerd? Openbaring 20:9 (laatste deel) -10; Jesaja 34:810.

“God laat vuur uit de hemel neerdalen. De aarde wordt opengereten. De wapens, die in haar schoot verborgen lagen, komen naar boven: uit elke gapende afgrond schieten vlammen omhoog. Zelfs de rotsen staan in brand. De dag, die zou ‘branden als een oven’, is aangebroken. De elementen smelten weg. ‘De aarde en de werken, die daarop zijn’, verbranden. Het aardoppervlak schijnt één gesmolten massa, een uitgestrekte, kokende vuurzee. Het is de tijd van het oordeel en van de definitieve vernietiging van de ongelovigen.” –De Grote Strijd, blz. 619. C. Hoe weten wij, dat dit vuur niet voor eeuwig is? Jeremia 17:27; Judas 1:7.

WOENSDAG — 3 mei

4. DE VERNIETIGING VAN DE GODDELOZEN

A. Hoe wordt de laatste reiniging vergeleken met de zondvloed in de tijd van Noach?

2 Petrus 3:10-13.

2 Petrus 3:10: Maar de dag des Heeren zal komen als een dief in den nacht, in welken de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden. 2 Petrus 3:11: Dewijl dan deze dingen alle vergaan, hoedanigen behoort gij te zijn in heiligen wandel en godzaligheid! 2 Petrus 3:12: Verwachtende en haastende tot de toekomst van den dag Gods, in welken de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten. 2 Petrus 3:13: Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.

“Terwijl de aarde in een vuurzee is, zijn de verlosten veilig in de Heilige Stad. De tweede dood heeft geen macht over hen, die deel hadden aan de eerste opstanding. God is een verterend vuur voor de ongelovigen, maar voor Zijn kinderen is Hij een zon en een schild. (Openbaring 20:6; Psalm 84:12).” –De Grote Strijd, blz. 620. “Het vuur, dat de ongelovigen verteert, reinigt tegelijkertijd de aarde. Elk spoor van de vloek is uitgewist. Er is geen eeuwig brandende hel, die de verlosten voortdurend herinnert aan de vreselijke gevolgen van de zonde.” –De Grote Strijd, blz. 620. B. Hoe grondig is deze vernietiging? Maleáchi 4:1-3; Psalm 37:10.

“’De heiligen zullen in de Heilige Stad rusten, en als koningen en priesters duizend jaar heersen; dan zal Jezus met de heiligen op de Olijfberg neerdalen, en de berg zal in tweeën gespleten worden, zodat er een zeer grote vallei zal zijn, waar het Paradijs Gods op rusten kan. De rest van de aarde zal niet gelouterd worden tot aan het einde van de duizend jaren, wanneer de goddelozen opgewekt worden en de stad omringen. De voeten van de goddelozen zullen nimmer de nieuw-herschapen aarde verontreinigen. Vuur zal uitgaan van God uit de hemel en hen verslinden, zal hen met wortel en tak verbranden. Satan is de wortel en zijn kinderen zijn de takken. Hetzelfde vuur, dat de goddelozen verslinden zal, zal de aarde louteren’.” –Eerste Geschriften, blz. 51. “Er blijft maar één herinnering aan het verleden: de littekens van de kruisiging blijven altijd zichtbaar. Op Christus’ hoofd, in Zijn zijde en op Zijn handen en voeten zijn de enige sporen van de wreedheid van de zonde. De profeet Habakuk, die Christus in Zijn heerlijkheid zag, zei: ‘Er is een glans als van zonlicht, lichtstralen heeft Hij aan Zijn zijde en daar is het omhulsel Zijner kracht’(Habakuk 3:4). In die doorboorde zijde, waaruit het bloed stroomde, dat de mensheid met God verzoende, ligt de heerlijkheid van Christus. Daar is ‘het omhulsel Zijner kracht’. Door het offer van de verlossing is Hij ‘in staat om te bevrijden’ en kan Hij dus het vonnis voltrekken aan hen, die Gods genade hebben verworpen. De tekenen van Zijn vernedering zijn voor Hem de hoogste eer. De wonden van het kruis zullen in alle eeuwigheid Zijn lof en Zijn macht verkondigen.” –De Grote Strijd, blz. 620.

DONDERDAG — 4 mei

5. DE AARDE GEZUIVERD

A. Wat gebeurt er met het universum, zoals wij het kennen? Openbaring 21:1, 5. Waarin zal het universum dan verenigd zijn?

Openbaring 5:13.

Openbaring 5:13: En alle schepsel, dat in den hemel is, en op de aarde, en onder de aarde, en die in de zee zijn, en alles, wat in dezelve is, hoorde ik zeggen: Hem, Die op den troon zit, en het Lam, zij de dankzegging, en de eer, en de heerlijkheid, en de kracht in alle eeuwigheid.

“In de loop van de eeuwigheid zullen ze God en Christus steeds beter leren kennen. Liefde, eerbied en geluk zullen net zoals de kennis steeds groter worden. Hoe beter de mensen God leren kennen, des te meer zullen ze Zijn karakter bewonderen. Naarmate Jezus de verborgenheden van de verlossing en de hoogtepunten in de grote strijd tegen Satan voor hen ontsluiert, zullen de harten van de verlosten met nog meer toewijding worden vervuld; ze zullen de gouden citers met intensere vreugde bespelen. Duizend maal duizenden en tienduizenden maal tienduizenden zullen Gods lof zingen… De grote strijd is dan ten einde. De zonde en de zondaren zijn er niet meer. Het ganse heelal is gereinigd. Overal in de schepping is er eendracht en blijdschap. Van Hem, die alles geschapen heeft, komen stromen van leven, licht en vreugde, die alle delen van de oneindige ruimte bereiken. De kleinste atomen en de grootste werelden, alle levende wezens en alle levenloze voorwerpen verkondigen in hun oneindige schoonheid en volmaaktheid: God is liefde.” –De Grote Strijd, blz. 623-624. B. Wat moeten we ons afvragen, gezien deze realiteit? Hebreeën 3:7-8.

“Nu moeten wij wakker worden en ons vastberaden inzetten voor een evenwichtig karakter. ‘Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt uw harten niet’… Wat doet u, broeders, voor het grote werk van voorbereiding?” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 177.

VRIJDAG — 5 mei

Terugblik