De duizend jaren van verwoesting (II)
Tekst om te onthouden: “En ik zag tronen, en zij zaten daarop; en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen dergenen, die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus, en om het Woord Gods; en die het beest en zijn beeld niet aangebeden hadden, en die het merkteken niet ontvangen hadden aan hun voorhoofd en aan hun hand; en zij leefden en heersten als koningen met Christus, de duizend jaren”
Openbaring 20:4
“De engel zeide: ‘Het is de toorn Gods en des Lams, die de verdelging of dood van de goddelozen veroorzaakt. Op het horen van de stem van God zullen de heiligen machtig en vreselijk zijn, gelijk een legerschare met banieren; maar zij zullen dan niet het geschreven vonnis voltrekken. De uitvoering van het vonnis zal plaats hebben aan het eind van de duizend jaren’.” –Eerste Geschriften, blz. 52.
“De aarde zag eruit als een woeste wildernis. Steden en dorpen, die door de aardbeving waren ingestort, lagen in puinhopen. De bergen waren uit hun plaats bewogen en hadden grote gaten achtergelaten. Ruwe rotsblokken, die door de zee opgeworpen, of van de aarde zelf losgescheurd waren, lagen overal over de oppervlakte van de aarde verspreid. Grote bomen waren ontworteld, en lagen over de grond. Hier moet duizend jaren lang de woonplaats zijn van Satan en zijn boze engelen. Hier zal hij gevangen zijn, en ronddwalen over de ongelijke oppervlakte van de aarde, om het gevolg van zijn opstand tegen Gods wet te aanschouwen. Duizend jaren lang kan hij genieten van de vruchten van de vloek, waar hij de oorzaak van geweest is. Tot de aarde alleen beperkt, zal hij het voorrecht niet hebben om naar andere planeten te gaan, om degenen, die niet gevallen zijn, te verzoeken en te hinderen.” –Eerste Geschriften, blz. 345. “Aan het einde van ‘de duizend jaren’ komt Christus nog eens naar de aarde… Wanneer Hij in Zijn ontzagwekkende majesteit neerdaalt, roept Hij de doden, die Hem niet als hun Verlosser hebben aangenomen, uit het graf om hun straf te ondergaan.” –De Grote Strijd, blz. 611.