Helderdere lichtstralen - Schatten der waarheid (II) — SABBAT, 3 juni 2023

Les 10: Wereldrijken strijden voor Overmacht

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En er klommen vier grote dieren op uit de zee, het ene van het andere onderscheiden”

Daniël 7:3

“Gewijde geschiedenis was één van de studies in de scholen van de profeten. In het verslag van Zijn handelen met de natiën werden de voetstappen van Jehova beschreven. Zo kunnen we nu nadenken over de handelingen van God met de naties van de aarde. We kunnen in de geschiedenis de vervulling van de profetie zien, de werking van de Voorzienigheid in de grote hervormingsbewegingen bestuderen, en de voortgang van de gebeurtenissen begrijpen bij het begeleiden van de volkeren voor het laatste conflict van de grote strijd.” –Testimonies for the Church, vol. 8, blz. 307.

Aanvullende studie :: –Profeten en Koningen, blz. 319-328.

ZONDAG — 28 mei

1. WIND ALS EEN SYMBOOL

A. Wat vertegenwoordigt de wind gewoonlijk in de profetie?

Jeremia 25:32-33;

Jeremia 25:32: Zo zegt de HEERE der heirscharen: Ziet, een kwaad gaat er uit van volk tot volk. en een groot onweder zal er verwekt worden van de zijden der aarde. Jeremia 25:33: En de verslagenen des HEEREN zullen te dien dage liggen van het ene einde der aarde tot aan het andere einde der aarde; zij zullen niet beklaagd, noch opgenomen, noch begraven worden; tot mest op den aardbodem zullen zij zijn.

4:13.

Jeremia 4:13: Ziet, hij komt op als wolken, en zijn wagenen zijn als een wervelwind, zijn paarden zijn sneller dan arenden; wee ons, want wij zijn verwoest!

“Winden zijn het symbool van strijd.” –De Grote Strijd, blz. 409. “(In het boek Openbaring) ziet Johannes de elementen van de natuur, aardbeving, storm en politieke strijd, voorgesteld als vastgehouden door vier engelen. Deze winden zijn onder controle, totdat God het woord geeft om ze te laten gaan. Er is de veiligheid van Gods gemeente. De engelen van God voeren Zijn bevel uit en houden de winden van de aarde tegen, zodat de winden niet over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom zullen waaien, totdat de dienaren van God aan hun voorhoofden verzegeld zijn. De machtige engel wordt gezien, opkomende uit het oosten (of zonsopgang). Deze machtigste van de engelen heeft in zijn hand het zegel van de levende God, of van Hem die alleen leven kan geven, die op het voorhoofd het merkteken of de inscriptie kan schrijven, aan wie onsterfelijkheid, eeuwig leven zal worden verleend. Het is de stem van deze hoogste engel, die het gezag had om de vier engelen te bevelen de vier winden in bedwang te houden, totdat dit werk was voltooid en totdat hij de oproep zou geven om ze los te laten.” –Testimonies to Ministers, blz. 444-445.

MAANDAG — 29 mei

2. WATER, BEESTEN EN VLEUGELS

A. We vinden vaak verschillende profetische illustraties rond een soort water of zee, vooral in verband met de wind. Wat stelt dat voor?

Openbaring 17:15.

Openbaring 17:15: En hij zeide tot mij: De wateren, die gij gezien hebt, waar de hoer zit, zijn volken, en scharen, en natien, en tongen.

“Winden zijn het symbool van strijd. De ‘vier winden des hemels’, die de grote zee in beroering brengen, zijn de bloedige veroveringen en revoluties, waardoor deze rijken aan de macht zijn gekomen.” –De Grote Strijd, blz. 409. B. Wat gebruikt God om aardse koninkrijken of rijken uit te beelden? Daniël 7:17, 23.

“Daniël kreeg een visioen van woeste beesten, die de machten op aarde voorstellen. Maar het embleem van het rijk van de Messias is een lam. Terwijl aardse rijken heersen door overmacht van fysieke krachten, bant Christus alle vleselijke wapenen, elk werktuig van dwang uit. Zijn koninkrijk zou opgericht worden om de gevallen mensheid op te heffen en te veredelen.” –Bijbelkommentaar, blz. 276-277. C. Vaak zag een profeet een beest met vleugels vliegen, totaal in strijd met het natuurlijke bestaan van het dier. Hoe symboliseren deze vleugels snelheid en kracht, zoals uitgebeeld door de arend? Habakuk 1:6-10.

“Wanneer een arend haar nest wil bereiken, wordt zij door de storm soms in een nauwe bergkloof geblazen. Zwarte, dreigende wolkenmassa’s drijven tussen haar en de zonnige hoogten, waar haar nest is. Even lijkt ze in de war, schiet nu eens deze kant uit en dan weer een andere, alsof ze de dichte bewolking wil terugdrijven… Uiteindelijk schiet ze omhoog, dwars door het donker, en laat een schrille triomfkreet horen, als ze even later boven de zonneschijn bereikt. De duisternis en de storm zijn allemaal onder haar, en het licht schijnt uit de hemel op haar neer. Ze bereikt haar nest op de hoge rots en is tevreden. Dwars door het donker bereikte ze het licht.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 94. “Er is een grote behoefte aan mannen, die de drukpers zo goed mogelijk kunnen gebruiken, opdat de waarheid vleugels gegeven kan worden om haar sneller naar elke natie, taal en volk te brengen.” –Gospel Workers, blz. 25.

DINSDAG — 30 mei

3. DE LEEUW

A. Aangezien beesten koninkrijken vertegenwoordigen, welk volk wordt dan gesymboliseerd door de leeuw van Daniël 7:4, en hoe vervulde dat volk zijn rol in de geschiedenis?

Jeremia 4:6-7;

Jeremia 4:6: Werpt de banier op naar Sion, vlucht met hopen, blijft niet staan! want Ik breng een kwaad aan van het noorden, en een grote breuk. Jeremia 4:7: De leeuw is opgekomen uit zijn haag, en de verderver der heidenen is opgetrokken, hij is uitgegaan uit zijn plaats, om uw land te stellen in verwoestingen; uw steden zullen verstoord worden, dat er niemand in wone.

50:17, 43-44.

Jeremia 50:17: Israel is een verbijsterd lam, dat de leeuwen verjaagd hebben; de eerste, die hem heeft opgegeten, was de koning van Assur, en deze de laatste, Nebukadrezar, de koning van Babel, heeft hem de beenderen verbrijzeld. Jeremia 50:43: De koning van Babel heeft hunlieder gerucht gehoord, en zijn handen zijn slap geworden; benauwdheid heeft hem aangegrepen, weedom als van een barende vrouw. Jeremia 50:44: Ziet, gelijk een leeuw van de verheffing der Jordaan, zal hij opkomen tegen de sterke woning; want Ik zal hen in een ogenblik daaruit doen lopen; en wie daartoe verkoren is, dien zal Ik tegen haar bestellen; want wie is Mij gelijk, en wie zou Mij dagvaarden? En wie is de herder, die voor Mijn aangezicht bestaan zou?

“Hij (God) openbaarde Zijn vastbeslotenheid om het volk, dat zich van Hem had afgewend om de goden der heidenen te dienen, te kastijden. Binnen de levensspan van sommigen, die in die tijd vragen stelden aangaande de toekomst, zou Hij op wonderlijke wijze de gang van zaken der heersende volken op aarde leiden, en de Babyloniërs doen opkomen. Deze Chaldeeën, ‘verschrikkelijk en vreselijk’, zouden plotseling het land van Juda binnenvallen als een door God aangewezen gesel (vers 7). De vorsten van Juda en de voornaamsten van het volk zouden gevankelijk naar Babel worden weggevoerd; de steden en dorpen van Juda en de bebouwde velden zouden verwoest worden; niets zou gespaard blijven.” –Profeten en Koningen, blz. 235-236. B. Hoe beschrijft de Heer het machtige rijk van Babylon op zijn hoogtepunt onder Nebukadnezar, en waarom? Jeremia 27:4-8.

“Hoewel Nebukadnessar was opgeklommen tot het hoogtepunt van wereldse macht, en door God zelfs ‘een koning der koningen’ (Ezechiël 26:7) was genoemd, had hij toch van tijd tot tijd de heerlijkheid van zijn koninkrijk en de pracht van zijn regering toegeschreven aan de gunst des Heeren… Hoewel hij door geboorte en opvoeding een afgodendienaar was en aan het hoofd stond van een afgodisch volk, had hij een aangeboren gevoel voor recht en gerechtigheid, en kon God hem gebruiken als werktuig om de opstandigen te straffen en Gods plannen in vervulling te doen gaan. Als ‘de gewelddadigste der volken’ (Ezechiël 28:7) zou Nebukadnessar na jaren van volhardende en vermoeiende arbeid Tyrus innemen; ook Egypte viel ten prooi aan zijn overwinnende legers; en terwijl het ene volk na het andere werd gevoegd aan het rijk van Babel, werd zijn droom als de grootste heerser uit de geschiedenis steeds groter. Het is niet te verwonderen, dat de succesvolle vorst, die zo eerzuchtig en hooghartig was, in de verleiding zou komen het pad der nederigheid, waardoor alleen ware grootheid mogelijk is, te verlaten. In de perioden, die lagen tussen zijn veldtochten, besteedde hij veel tijd en zorg aan het versterken en verfraaien van zijn hoofdstad, tot Babel de voornaamste heerlijkheid was van zijn rijk, ‘de gouden stad’, ‘de lof van heel de aarde’.” –Profeten en Koningen, blz. 314.

WOENSDAG — 31 mei

4. DE BEER

A. Terwijl de beer de leeuw volgde, welk volk kwam er na het eerste op het toneel?

Verklaar de rol ervan in de geschiedenis der volkeren. Jesaja 14:3-4;

Daniël 7:5;

Daniël 7:5: Daarna, ziet, het andere dier, het tweede, was gelijk een beer, en stelde zich aan de ene zijde, en het had drie ribben in zijn muil tussen zijn tanden; en men zeide aldus tot hetzelve: Sta op, eet veel vlees.

5:30-31.

Daniël 5:30: In dienzelfden nacht, werd Belsazar, der Chaldeen koning, gedood.

“Babel, ten slotte verstrooid en verbroken, verdween van het toneel, omdat haar heersers zich onafhankelijk van God hadden gevoeld, toen ze voorspoed hadden, en de heerlijkheid van hun rijk hadden toegeschreven aan menselijk kunnen.” –Profeten en Koningen, blz. 305. “In de onverwachte inval van het Perzische leger in het hart van de hoofdstad van Babel door de bedding van de rivier, die was omgeleid, en door de poorten in de rivier zorgeloos onbeschermd waren opengelaten, hadden de Joden overvloedig bewijs van de letterlijke vervulling van Jesaja’s profetie over de plotselinge ondergang van hun verdrukkers. Dit had voor hen een onmiskenbaar bewijs moeten zijn, dat God het gebeuren der volken te hunnen behoeve leidde.” –Profeten en Koningen, blz. 337. B. Waar werd de omverwerping van Babylon door Medo-Perzië geprofeteerd, en in hoeverre vervulde het de uitgestrektheid van zijn status als wereldrijk? Jeremia 25:12; Jesaja 44:26-28; 45:1-6, 13; Esther 1:1.

“Na zijn (Darius’) dood, omstreeks twee jaar na de inneming van Babel, volgde Kores of Cyrus hem op, en het begin van zijn regering vormde het eind van de zeventig jaren, die verstreken waren sinds de eerste Hebreeën door Nebukadnessar uit het land Juda naar Babel waren gebracht. De bevrijding van Daniël uit de leeuwenkuil was door God gebruikt om een gunstige indruk te maken op de geest van Cyrus de Grote. De degelijke eigenschappen van de Godsman als staatsman met ruime blik bracht de Perzische vorst ertoe hem te eerbiedigen en ontzag te hebben voor zijn oordeel. En nu, op het tijdstip, door God vastgesteld om de tempel in Jeruzalem te herbouwen, bewoog Hij Cyrus als Zijn werktuig om de profetieën te aanvaarden, die op hem betrekking hadden, en die Daniël zo goed kende, zodat hij het Joodse volk hun vrijheid zou schenken. Toen de koning de woorden las, die meer dan honderd jaar tevoren hadden gezegd, hoe Babel zou worden ingenomen; toen hij de boodschap las, die de Heerser van het heelal tot hem had gericht… was hij diep bewogen en nam zich voor deze goddelijke opdracht te vervullen.” –Profeten en Koningen, blz. 340.

DONDERDAG — 1 juni

5. HET LUIPAARD

A. Omdat het luipaard op de beer volgde, welke natie volgde op Medo-Perzië als het volgende grote rijk?

Daniël 7:6;

Daniël 7:6: Daarna zag ik, en ziet, er was een ander dier, gelijk een luipaard, en het had vier vleugels eens vogels op zijn rug; ook had hetzelve dier vier hoofden, en aan hetzelve werd de heerschappij gegeven.

8:5-7, 20-21.

Daniël 8:5: Toen ik dit overlegde, ziet, er kwam een geitenbok van het westen over den gansen aardbodem, en roerde de aarde niet aan; en die bok had een aanzienlijken hoorn tussen zijn ogen. Daniël 8:6: En hij kwam tot den ram, die de twee hoornen had, dien ik had zien staan voor den vloed; en hij liep op hem aan in de grimmigheid zijner kracht. Daniël 8:7: En ik zag hem, nakende aan den ram, en hij verbitterde zich tegen hem, en hij stiet den ram, en hij brak zijn beide hoornen; en in den ram was geen kracht, om voor zijn aangezicht te bestaan; en hij wierp hem ter aarde, en hij vertrad hem, en er was niemand, die den ram uit zijn hand verloste. Daniël 8:20: De ram met de twee hoornen, dien gij gezien hebt, zijn de koningen der Meden en der Perzen. Daniël 8:21: Die harige bok nu, is de koning van Griekenland; en de grote hoorn, welke tussen zijn ogen is, is de eerste koning.

“Het Medo-Perzische rijk werd door Gods toorn getroffen, omdat daar Gods wet werd overtreden. De vreze Gods was niet te vinden in de harten van de overgrote meerderheid der mensen. Goddeloosheid, godslastering en verderf hadden de overhand.” –Profeten en Koningen, blz. 305. B. Wat stellen hoornen voor en hoe zijn zij gelijk aan de vier hoofden van dit dier? Daniël 8:8, 22. Hoe had hun trotse filosofie invloed op de wereld, en hoe staat het evangelie in contrast met zulke filosofie? 1 Korinthe 1:19-25; Kolossensen 2:8.

“Is het veilig om onze jeugd toe te vertrouwen aan de leiding van die blinde leiders, die de heilige wonderen bestuderen met veel minder interesse dan ze tonen bij de klassieke schrijvers van het oude Griekenland en Rome?” –The Review and Herald, 30 oktober 1900. “De Grieken geloofden in de noodzaak van de geestelijke verbetering van het menselijk geslacht. Maar zij beschouwden de beoefening van filosofie en wetenschap als het enige middel om tot ware verheffing en eer te komen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 181. “Paulus verklaarde, dat noch de Joodse kennis, noch de Griekse welsprekendheid het belang van de hoge roeping, die in Christus Jezus is, kon bereiken. De hoogste welsprekendheid, de grootste fysieke kracht, kan de mens niet de kracht geven om zielen te overtuigen en te bekeren. Het is een oprecht ontvangst van de zuivere beginselen van het evangelie, dat een mens een eer voor God maakt.” –The Central Advance, 8 april 1903.

VRIJDAG — 2 juni

Terugblik