Helderdere lichtstralen - Schatten der waarheid (II) — SABBAT, 1 april 2023

Les 1: Communicatie met God

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat, zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons hoort. En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de bede verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben”

1 Johannes 5:14-15

“In ons gebed openen wij ons hart voor God, zoals wij dat zouden doen voor een vriend. Dat wil niet zeggen, dat bidden nodig is om aan God bekend te maken wat wij zijn, maar dat we daardoor in staat worden gesteld om Hem te ontvangen. Het gebed doet God niet afdalen naar ons toe, maar voert ons omhoog tot Hem.” –Schreden naar Christus, blz. 111.

Aanvullende studie :: –Schreden naar Christus, blz. 111-126.

ZONDAG — 26 maart

1. EEN MODELGEBED

A. Waarom is het zo belangrijk om in contact te blijven met onze Heiland?

Johannes 15:4-7;

Johannes 15:4: Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in den wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft. Johannes 15:5: Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen. Johannes 15:6: Zo iemand in Mij niet blijft, die is buiten geworpen, gelijkerwijs de rank, en is verdord; en men vergadert dezelve, en men werpt ze in het vuur, en zij worden verbrand. Johannes 15:7: Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.

Spreuken 18:24.

Spreuken 18:24: Een man, die vrienden heeft, heeft zich vriendelijk te houden; want er is een liefhebber, die meer aankleeft dan een broeder.

“Via de natuur en door middel van Zijn openbaring, en Zijn voorzienigheid en door de invloed van Zijn Geest, spreekt God tot ons. Maar dat is niet genoeg. Wij moeten zelf ook onze harten voor Hem uitstorten. Als wij over geestelijk leven en energie willen beschikken, moeten we een daadwerkelijk contact onderhouden met onze hemelse Vader. Het kan zijn, dat onze gedachten op Hem gericht zijn, dat we mediteren over Zijn werken, Zijn genade en Zijn zegeningen. Maar dat is nog geen gemeenschap met Hem, in volle zin van het woord. Als we gemeenschap met God willen hebben, moeten we iets tot Hem te zeggen hebben over ons dagelijks leven.” –Schreden naar Christus, blz. 111. B. Wat vroegen zij Jezus, omdat de discipelen Hem vaak in ernstig gebed zagen, om hen te onderwijzen en welk voorbeeld gaf Hij? Lukas 11:1; Matthéüs 6:9-13.

C. Was dit modelgebed bedoeld om alleen maar uit het hoofd te leren en keer op keer te herhalen? Welke andere lessen kunnen we uit dit onderricht leren?

Matthéüs 6:7.

Mattheüs 6:7: En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden.

MAANDAG — 27 maart

2. AANSPREKEN EN AANBIDDEN

A. Wat begrijpen wij door de woorden aan het begin van dit modelgebed “Onze Vader”?

Romeinen 8:15-17;

Romeinen 8:15: Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader! Romeinen 8:16: Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn. Romeinen 8:17: En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Johannes 20:17.

Johannes 20:17: Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.

“Zij, die Christus aanvaarden als hun persoonlijke Heiland, blijven niet als wezen achter om de beproevingen van het leven alleen te dragen. Hij neemt hen aan als leden van het hemels gezin; Hij zegt hun, Zijn Vader hun Vader te noemen. Zij zijn Zijn ’kleinen’, kostbaar voor God, met Hem verbonden door de meest tedere en blijvende banden. Hij heeft jegens hen een overvloeiende tederheid, die datgene wat onze vader en moeder voor ons gevoelden in onze hulpeloosheid, zoveel te boven gaat, als het goddelijke het menselijke te boven gaat.” –De Wens der Eeuwen, blz. 276. B. Welke andere belangrijke rol heeft God naast de vriendelijke term “Onze Vader”? Psalm 5:1-4.

C. Welk belangrijk punt moeten we volgens het volgende gedeelte van dit gebed, voordat we God om hulp vragen, eerst uitspreken?

Psalm 140:14;

[Ps.140.14]

92:1-2.

Psalmen 92:1: Een psalm, een lied, op den sabbatdag. Psalmen 92:2: Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!

“’Dankt onder alles, want dat is de wil Gods in Jezus Christus ten opzichte van u’ (1 Thessalonicensen 5:18). Dit gebod is een verzekering, dat zelfs dingen, die tegen ons schijnen te zijn, zullen uitwerken tot ons bestwil. God zegt ons niet om dankbaar te zijn voor dingen, die ons schade zouden doen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 215. D. Hoe wordt in het voorbeeld van Josafat het belang van lofprijzing en dankzegging geopenbaard, zelfs midden in de strijd? 2 Kronieken 20:1-30 (6-12, 21-22).

“We moeten ons verzamelen rond het kruis. Christus, en Die gekruisigd, behoort het onderwerp te zijn van onze overdenking, van onze gesprekken, van onze gevoelens en van onze grootste vreugde. We moeten elke zegen, die we van God ontvangen, in gedachten houden, en als we beseffen, hoe groot Zijn liefde is, moeten we bereid zijn alles over te laten in de hand, die voor ons aan het kruis gespijkerd werd. Op vleugels van lofprijzing kunnen wij opstijgen naar de hemel. Hierboven wordt God geëerd door zang en muziek. Wanneer wij onze dank uiten, benaderen wij de eredienst van de hemelse legerscharen. ‘Wie lof offert, eert Mij’ (Psalm 50:23). Laat ons met eerbiedige vreugde tot onze Schepper gaan, met ‘loflied en geklank van gezang’.” –Schreden naar Christus, blz. 125-126.

DINSDAG — 28 maart

3. SMEEKBEDE EN AFSLUITING

A. Ook al hebben we onze tijdelijke behoeften, zoals ons dagelijks brood, welke geestelijke toepassing moet altijd onze eerste zorg zijn, zelfs boven onze tijdelijke behoeften?

1 Koningen 17:12-14;

1 Koningen 17:12: Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een hand vol meels in de kruik, en een weinig olie in de fles! En zie ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen, en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten, en sterven. 1 Koningen 17:13: En Elia zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan, en breng mij dien hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken. 1 Koningen 17:14: Want zo zegt de HEERE, de God Israels: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag, dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal.

Johannes 6:48;

Johannes 6:48: Ik ben het Brood des levens.

14:13-14;

Johannes 14:13: En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde. Johannes 14:14: Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

15:7.

Johannes 15:7: Indien gij in Mij blijft, en Mijn woorden in u blijven, zo wat gij wilt, zult gij begeren, en het zal u geschieden.

“Door het leven aan te nemen, dat voor ons aan het kruis van Golgotha werd uitgestort, kunnen wij een geheiligd leven leiden. En dit leven hebben wij aangenomen door Zijn Woord aan te nemen, door die dingen te doen die Hij heeft geboden. Op deze wijze worden wij één met Hem.” –De Wens der Eeuwen, blz. 579. “Maar bidden in de naam van Jezus houdt meer in dan alleen Zijn naam noemen aan het begin en aan het einde van het gebed. Het houdt in, dat men bidt in de geest van Jezus, dat men gelooft in Zijn beloften, vertrouwt op Zijn genade en dat men hetzelfde werk doet als Hij.” –Schreden naar Christus, blz. 121. B. Omdat het hoofddoel van bidden geestelijk van aard is, welk specifiek verzoek mag nooit worden vergeten? Lukas 11:4; Matthéüs 26:41.

“Omdat zij door de slaap overmand waren, hoorden de discipelen slechts weinig over, wat gesproken werd tussen Jezus en de boodschappers van de hemel. Daar zij niet hadden gewaakt en gebeden, hadden ze niet datgene ontvangen, wat God wilde geven, kennis van het lijden van Christus, en de heerlijkheid, die daarop zou volgen. Zij misten de zegen, die hun deel had kunnen zijn door in Zijn zelfopoffering te delen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 368. “God heeft de mensen altijd gewaarschuwd voor komende oordelen. Zij, die geloof hadden in Zijn boodschap voor hun tijd, en die hun geloof in daden omzetten, in gehoorzaamheid aan Zijn geboden, ontkwamen aan de oordelen, die over de ongehoorzamen en ongelovigen kwamen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 554. “Toen Jezus hem geboden had te waken en te bidden, had Petrus door te slapen de weg bereid voor zijn grote zonde. Al de discipelen leden een groot verlies, doordat zij in dat kritieke uur sliepen. Christus kende de hevige beproeving, die zij zouden moeten doormaken. Hij wist, hoe Satan zou werken om hun zintuigen te verlammen, zodat zij niet bereid zouden zijn voor de beproeving. Daarom gaf Hij hun deze waarschuwing. Indien die uren in de hof met waken en bidden waren doorgebracht, dan was Petrus niet van zijn eigen zwakke kracht afhankelijk geweest. Hij zou zijn Here niet hebben verloochend. Indien de discipelen met Christus in Zijn zielenstrijd hadden gewaakt, zouden zij erop zijn voorbereid Zijn lijden aan het kruis te aanschouwen. Zij zouden enigermate de aard hebben begrepen van Zijn overweldigende zielenstrijd.” –De Wens der Eeuwen, blz. 621.

WOENSDAG — 29 maart

4. ANTWOORDEN OP GEBED

A. Wat zijn enkele van de belangrijkste redenen, waarom gebeden niet altijd beantwoord worden, zoals we hopen?

Jakobus 4:3;

Jakobus 4:3: Gij bidt, en gij ontvangt niet, omdat gij kwalijk bidt, opdat gij het in uw wellusten doorbrengen zoudt.

Psalm 66:18;

Psalmen 66:18: Had ik naar ongerechtigheid met mijn hart gezien, de Heere zou niet gehoord hebben.

Spreuken 28:9.

Spreuken 28:9: Die zijn oor afwendt van de wet te horen, diens gebed zelfs zal een gruwel zijn.

“Als ons hart verkeerde bedoelingen heeft, of als we bewust aan een bepaalde zonde vasthouden, zal de Heer ons niet verhoren. Maar het gebed van iemand, die berouw heeft, wordt altijd aanvaard. Als wij al het verkeerde, dat wij ons kunnen herinneren, in orde hebben gemaakt, mogen we erop vertrouwen, dat God onze gebeden zal beantwoorden. Onze eigen verdiensten kunnen ons niet bij God in de gunst brengen. Het zijn de verdiensten van Christus, waardoor we gered worden; het is Zijn bloed, dat ons reinigt. Toch moeten we er voor zorgen, dat we voldoen aan de voorwaarden om aanvaard te kunnen worden.” –Schreden naar Christus, blz. 114-115. “O, hoe velen verspelen de rijke zegeningen, die God voor hen in petto heeft in gezondheid en in geestelijke gaven. Er zijn veel zielen, die worstelen voor speciale overwinningen en speciale zegeningen, opdat zij iets groots tot stand mogen brengen. Voor dit doel vinden zij, dat zij steeds een smartelijke worsteling in gebed en onder tranen moeten doormaken. Wanneer deze mensen biddend de Schrift zouden onderzoeken om de uitgesproken wil van God te leren verstaan, en dan van harte zonder enige terughoudendheid of genotzucht Zijn wil zouden doen, zouden zij rust vinden. Alle zielsangst, alle tranen en strijd zullen hun de zegen, waar zij zo naar verlangen, niet brengen. Het eigen ik moet volledig overgegeven worden. Zij moeten het werk doen, wat zich voordoet, en zich de overvloedige genade van God toe-eigenen, die beloofd is aan allen, die daar in geloof om vragen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 159. B. Wat is nodig om gebeden te verhoren, en waarom? Jakobus 1:6-7.

“Als wij niet precies die dingen ontvangen, waarom we op een bepaald moment hebben gevraagd, moeten we toch blijven geloven, dat de Heer ons hoort, en dat Hij onze gebeden zal verhoren. Wij zijn vaak zo dom en kortzichtig, dat we om dingen vragen, die geen zegen voor ons zouden betekenen. Onze hemelse Vader beantwoordt vol liefde onze gebeden door ons te geven, wat voor ons bestwil is: dat wat we zouden hebben gevraagd, als wij met goddelijk verlichting de dingen zouden zien, zoals ze in werkelijkheid zijn. Als het lijkt, dat onze gebeden onbeantwoord blijven, moeten we toch vasthouden aan de belofte. Want de tijd van verhoring komt, en op het moment, dat we het het meeste nodig hebben, geeft God Zijn zegeningen. Het is arrogant om te denken, dat een gebed altijd precies zo wordt verhoord, als wij graag zouden willen. God is te wijs om Zich te kunnen vergissen, en Hij is te goed, dat Hij enig goed ding zou onthouden aan hen, die in oprechtheid wandelen. Wees dan niet bang om op Hem te vertrouwen, zelfs als u geen onmiddellijk antwoord krijgt op uw gebeden.” – Schreden naar Christus, blz. 115.

DONDERDAG — 30 maart

5. BID ZONDER TE STOPPEN

A. Welk belangrijk punt moeten we in alle gebeden altijd erkennen en bereid zijn ons eraan over te geven?

1 Johannes 5:14-15.

1 Johannes 5:14: En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zo wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons verhoort. 1 Johannes 5:15: En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.

“Hij maakt ons duidelijk, dat ons vragen in overeenstemming met Gods wil moet zijn; wij moeten datgene vragen, wat Hij heeft beloofd, en wat we ook ontvangen, moet gebruikt worden om Zijn wil te doen. Wordt aan de voorwaarden voldaan, dan is de vervulling van de belofte een zekerheid. We mogen vragen om vergeving van zonden, om de Heilige Geest, om een karakter gelijk aan dat van Christus; om wijsheid en kracht voor Zijn werk, om elke gave die Hij heeft beloofd; dan moeten we echter ook geloven, dat we ontvangen en God dank brengen, dat we hebben ontvangen.” –Karaktervorming, blz. 259-260. B. Hoe vaak moeten we bidden? Daniël 6:10; 1 Thessalonicensen 5:17.

“Het is niet Gods bedoeling, dat we kluizenaars worden of in het klooster gaan en ons uit de wereld terugtrekken, om ons helemaal aan gebed en meditatie te kunnen wijden. Ons leven moet lijken op dat van Christus: er moet sprake zijn van de eenzaamheid van de berg en van het verkeren onder de menigte. Wie niets anders doet als bidden, zal binnen korte tijd ophouden te bidden, of zal ervaren, dat zijn gebeden worden tot vormelijke routine. Als men zich buiten het sociale leven stelt, buiten de sfeer waarin men zijn plicht als christen kan vervullen en zijn kruis kan dragen, als men niet langer zijn best wil doen voor de Meester, die Zijn best voor de mens deed, heeft men niet langer stof tot bidden en voelt men geen aandrang meer tot meditatie. Het gebed wordt gericht op de eigen persoon en wordt zelfzuchtig. Men kan niet langer bidden voor de noden van de mensheid of voor de opbouw van het koninkrijk van Christus, en om kracht vragen voor het werk, dat men te doen heeft.” –Schreden naar Christus, blz. 122. C. Zijn er speciale omstandigheden, die vragen, dat het communicatiekanaal altijd open is en wat moet onze houding zijn als we voor onze Maker komen? Nehemia 2:4-5; Hebreeën 4:16.

VRIJDAG — 31 maart

Terugblik