Les 12 — Sabbat, 20 juni 2020
Afval bij de Jordaan
Tekst om te onthouden
“Zo dan, die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle”
1 Korintiërs 10:12
“Het is in deze laatste dagen het speciale werk van Satan om bezit te nemen van de geest van de jeugd, om de gedachten te bederven en de hartstochten te ontsteken; want hij weet, dat hij hen hierdoor tot onreine daden kan aanzetten, waardoor alle edele vermogens van de geest verlaagd worden.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 520-521.
Aanvullende studie: -Patriarchen en Profeten, blz. 410-417.
A. Wat probeerde Balak, de koning van Moab, te doen? Waarom?
2Toen Balak, de zoon van Zippor, zag al wat Israel aan de Amorieten gedaan had;
3Zo vreesde Moab zeer voor het aangezicht dezes volks, want het was veel; en Moab was beangstigd voor het aangezicht van de kinderen Israels.
5Die zond boden aan Bileam, den zoon van Beor, te Pethor, hetwelk aan de rivier is, in het land der kinderen zijns volks, om hem te roepen, zeggende: Zie, er is een volk uit Egypte getogen; zie, het heeft het gezicht des lands bedekt, en het blijft liggen recht tegenover mij.
6En nu, kom toch, vervloek mij dit volk, want het is machtiger dan ik; misschien zal ik het kunnen slaan, of het uit het land verdrijven; want ik weet, dat, wien gij zegent, die zal gezegend zijn, en wien gij vervloekt, die zal vervloekt zijn.
7Toen gingen de oudsten der Moabieten, en de oudsten der Midianieten, en hadden het loon der waarzeggingen in hun hand; alzo kwamen zij tot Bileam, en spraken tot hem de woorden van Balak.
B. Waarom kon Bileam Israël niet vervloeken?
38Toen zeide Bileam tot Balak: Zie, ik ben tot u gekomen; zal ik nu enigzins iets kunnen spreken? Het woord, hetwelk God in mijn mond leggen zal, dat zal ik spreken.
C. Welk feit over de geestelijke staat van Israël was een andere reden, waarom zij niet konden worden vervloekt? Hoe is dit zo bemoedigend voor ons?
21Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.
“Zolang ze stonden onder Gods bescherming zou geen enkele natie, al werd deze door Satan geholpen, iets tegen hen vermogen. Heel de wereld zou zich verbazen over Gods wonderen ten behoeve van Zijn volk, dat iemand, die vastbesloten een zondige weg volgde, zó geleid kon worden door God, dat hij, in plaats van vervloekingen, de rijkste en kostbaarste beloften uitte in de meest verheven taal. En Gods zorg, die toen over Israël werd geopenbaard, was een verzekering van Zijn bescherming en zorg voor Zijn gehoorzame, getrouwe kinderen in alle tijden. Als Satan boze mensen zou inblazen om Gods volk onjuist voor te stellen, hen te benauwen en te vernietigen, zou dit voorval in hun herinnering opkomen, zodat hun geloof en vertrouwen in God versterkt zouden worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 406.
A. Met welke zegeningen inspireerde God Bileam om over Israël uit te spreken? Eerste zegen: Tweede zegen: Derde zegen:
7Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uit Syrie heeft mij Balak, de koning der Moabieten, laten halen, van het gebergte tegen het oosten, zeggende: Kom, vervloek mij Jakob, en kom, scheld Israel!
8Wat zal ik vloeken, dien God niet vloekt; en wat zal ik schelden, waar de HEERE niet scheldt?
9Want van de hoogte der steenrotsen zie ik hem, en van de heuvelen aanschouw ik hem; ziet, dat volk zal alleen wonen, en het zal onder de heidenen niet gerekend worden.
10Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israel? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne!
18Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Sta op, Balak, en hoor! Neig uw oren tot mij, gij, zoon van Zippor!
19God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?
20Zie, ik heb ontvangen te zegenen; dewijl Hij zegent, zo zal ik het niet keren.
21Hij schouwt niet aan de ongerechtigheid in Jakob; ook ziet Hij niet aan de boosheid in Israel. De HEERE, zijn God, is met hem, en het geklank des Konings is bij hem.
22God heeft hen uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn.
23Want er is geen toverij tegen Jakob noch waarzeggerij tegen Israel. Te dezer tijd zal van Jakob gezegd worden, en van Israel, wat God gewrocht heeft.
24Zie, het volk zal opstaan als een oude leeuw, en het zal zich verheffen als een leeuw; het zal zich niet neerleggen, totdat het den roof gegeten, en het bloed der verslagenen gedronken zal hebben!
5Hoe goed zijn uw tenten, Jakob! uw woningen, Israel!
6Gelijk de beken breiden zij zich uit, als de hoven aan de rivieren; de HEERE heeft ze geplant, als de sandelbomen, als de cederbomen aan het water.
7Er zal water uit zijn emmeren vloeien, en zijn zaad zal in vele wateren zijn; en zijn koning zal boven Agag verheven worden, en zijn koninkrijk zal verhoogd worden.
8God heeft hem uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn; hij zal de heidenen, zijn vijanden, verteren, en hun gebeente breken, en met zijn pijlen doorschieten.
9Hij heeft zich gekromd, hij heeft zich nedergelegd, gelijk een leeuw, en als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? Zo wie u zegent, die zij gezegend, en vervloekt zij, wie u vervloekt!
B. Welke profetie sprak Bileam toen uit over Israël en de komende Messias?
15Toen hief hij zijn spreuk op, en zeide: Bileam, de zoon van Beor, spreekt, en die man, wien de ogen geopend zijn, spreekt!
16De hoorder der redenen Gods spreekt, en die de wetenschap des Allerhoogsten weet; die het gezicht des Almachtigen ziet, die verrukt wordt, en wien de ogen ontdekt worden.
17Ik zal hem zien, maar nu niet; ik aanschouw Hem, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren.
“Het licht van God schijnt steeds in de duisternis van het heidendom. Wanneer deze magiërs de sterrenhemel bestudeerden en het geheim trachtten te peilen van hun lichte paden, aanschouwden ze de heerlijkheid van de Schepper. Op zoek naar helderder kennis wendden zij zich tot de Hebreeuwse geschriften. In hun eigen land werden profetische geschriften, die de komst van een goddelijke leraar voorspelden, verzameld. Bileam behoorde tot de magiërs, hoewel hij eenmaal een profeet van God was; geleid door de Heilige Geest had hij de voorspoed van Israël en de verschijning van de Messias voorzegd; en zijn profetieën waren door de overlevering van eeuw tot eeuw bewaard gebleven. Maar in het Oude Testament werd de komst van de Heiland duidelijker geopenbaard.” –De Wens der Eeuwen, blz. 38.
C. Wat profeteerde Bileam over het lot van de volkeren, die toen in het Beloofde Land woonden?
17Ik zal hem zien, maar nu niet; ik aanschouw Hem, maar niet nabij. Er zal een ster voortkomen uit Jakob, en er zal een scepter uit Israel opkomen; die zal de palen der Moabieten verslaan, en zal al de kinderen van Seth verstoren.
18En Edom zal een erfelijke bezitting zijn; en Seir zal zijn vijanden een erfelijke bezitting zijn; doch Israel zal kracht doen.
19En er zal een uit Jakob heersen, en hij zal de overigen uit de steden ombrengen.
20Toen hij de Amalekieten zag, zo hief hij zijn spreuk op, en zeide: Amalek is de eersteling der heidenen; maar zijn uiterste is ten verderve!
21Toen hij de Kenieten zag, zo hief hij zijn spreuk op, en zeide: Uw woning is vast, en gij hebt uw nest in een steenrots gelegd.
22Evenwel zal Kain verteerd worden, totdat u Assur gevankelijk wegvoeren zal!
23Voorts hief hij zijn spreuk op, en zeide: Och, wie zal leven, als God dit doen zal!
“God geeft aan de volken een bepaalde proeftijd. Hij zendt licht en bewijzen, waardoor ze gered zullen worden, als ze er acht opslaan, maar als ze dat weigeren, zoals de Joden weerstand boden aan het licht, zullen verontwaardiging en straf hen treffen. Als de mensen weigeren te worden gezegend en de duisternis liever hebben dan het licht, zullen ze de vruchten van hun eigen keuze plukken.” –Bijbelkommentaar, blz. 229-230.
“Met onfeilbare nauwkeurigheid houdt de Oneindige een verslag bij van alle naties. Zolang Zijn genade nog wordt vertederd door de oproep tot berouw, blijft dit verslag open; wanneer echter het moment bereikt is, dat God heeft vastgesteld, gaat Hij over tot de uitstorting van Zijn toorn. Het verslag wordt afgesloten. Het goddelijk geduld eindigt. Genade pleit niet langer ten gunste van hen.
De profeet (Ezechiël), die de eeuwen overzag, zag in visioen onze tijd. De volkeren van onze tijd hebben ongekend veel genade ontvangen. De grootste hemelse zegeningen zijn hun gegeven, maar toenemende trots, begeerte, minachting van God en ondankbaarheid worden tegen hen opgetekend. Zij maakten snel een einde aan Gods geduld. ” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 171.
A. Met welk lokmiddel probeerde Satan de kinderen van Israël in de val te lokken, toen ze op het punt stonden het Beloofde Land binnen te gaan?
B. Wat deden de Moabieten om Israël nog verder van God weg te lokken?
2En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden.
3Als nu Israel zich koppelde aan Baal-Peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel.
“Op advies van Bileam werd een groot feest ter ere van hun goden voorbereid door de koning van Moab, en stilletjes werd er overlegd, dat Bileam de Israëlieten zou overhalen hier aan deel te nemen. Ze beschouwden hem als een profeet van God, en daarom was het voor hem niet moeilijk zijn plannen ten uitvoer te brengen. Velen uit het volk schaarden zich bij hem in het gadeslaan van de feestelijkheden. Ze waagden zich op verboden terrein, en raakten in Satans strikken. Bekoord door de muziek en de dansen, door de schoonheid der heidense meisjes, lieten ze hun trouw aan Jehova los. Terwijl ze deelnamen aan feestvieren en vermaak, benevelde de wijn hun zinnen en verloren ze tenslotte hun zelfbeheersing. Ze vierden hun hartstochten bot; en toen hun geweten verdorven was door hun gedrag, werden ze ertoe gebracht zich te buigen voor de afgoden. Ze brachten offerranden op de heidense altaren en namen deel aan de verlagende plechtigheden.
Spoedig had het gif zich als een dodelijke besmetting door heel het leger van Israël verbreid. Zij, die in de strijd hun vijanden zouden hebben overwonnen, vielen ten prooi aan de listen van heidense vrouwen. Het volk scheen dronken. De oversten en leiders van het volk behoorden tot de eersten, die zondigden, en zovelen van het volk waren schuldig, dat de afval algemeen werd. ‘Israël had zich gekoppeld aan Baäl-Peor’.” –Patriarchen en Profeten, blz. 411.
C. Welke snelle straf zond God de ongehoorzamen? Waarom?
4En de HEERE zeide tot Mozes: Neem alle hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israel.
5Toen zeide Mozes tot de rechters van Israel: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baal-Peor gekoppeld hebben!
“Een vreselijke pestziekte brak uit in de legerplaats, waaraan tienduizenden ten offer vielen. God gaf bevel, dat de leiders van de afval door de overheid ter dood gebracht moesten worden. Dit bevel werd onmiddellijk ten uitvoer gebracht. De schuldigen werden gedood, en hun lichamen werden ten aanschouwen van geheel Israël opgehangen, opdat de vergadering bij het zien van de zware straf voor de leiders, zich bewust zou zijn van de afschuw, die God had voor hun zonde, en zou beseffen hoe groot Zijn toorn tegen hen was.” –Patriarchen en Profeten, blz. 412.
A. Welke zonden zijn onder de werken van het zondige menselijke karakter? Hoe overheersend is wellust of losbandigheid in onze tijd?
19De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinigheid, ontuchtigheid,
“Losbandigheid is de zonde van deze tijd. Nooit stak de verdorvenheid haar mismaakt hoofd zo driest op als tegenwoordig. De mensen schijnen als verdoofd, en zij, die de deugd en ware goedheid liefhebben, worden door haar onbeschaamdheid, kracht en overheersing bijna ontmoedigd. De toenemende ongerechtigheid kan niet enkel toegeschreven worden aan de ongelovige en de spotter. Was dit maar het geval, maar het is helaas niet zo. Vele mannen en vrouwen, die de godsdienst van Christus belijden, zijn schuldig… Elke christen zal moeten leren om zijn driften te beteugelen en zich door een beginsel te moeten laten leiden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 263, 264.
B. Als wij nu aan de grens van het hemelse Kanaän staan, welke les kunnen wij dan leren van de afvalligheid van Israël bij de Jordaan?
8En laat ons niet hoereren, gelijk sommigen van hen gehoereerd hebben, en er vielen op een dag drie en twintig duizend.
“Door de eeuwen heen liggen de wrakstukken van hen, die gestrand zijn op de rotsen van zinnelijke lusten. Naarmate we het einde naderen, en Gods volk zich aan de grens van het hemelse Kanaän bevindt, zal Satan evenals vroeger zijn inspanningen verdubbelen om te verhinderen, dat ze dat goede land binnengaan. Hij zet zijn strikken voor iedere ziel. Niet alleen de onwetenden en ongeleerden moeten op hun hoede zijn; hij zal ook hen verzoeken, die een vooraanstaande plaats bekleden en het heiligste ambt vervullen; en als hij hen ertoe kan brengen hun ziel te verontreinigen, kan hij tal van anderen door hen verderven. En hij gebruikt dezelfde middelen als drieduizend jaar geleden. Door wereldse vriendschap, door bekoorlijkheid der schoonheid, door het najagen van genot, feestvieren, vrolijkheid en de beker, tracht hij hen ertoe te brengen het zevende gebod te overtreden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 414.
“Toegeven aan zingenot verzwakt de geest en verlaagt de ziel. De verstandelijke en geestelijke krachten worden afgestompt en verlamd door het toegeven aan dierlijke lusten; en de slaaf van zijn hartstocht kan niet langer de heilige verplichting ontdekken van Gods wet, niet langer het verzoeningswerk op prijs stellen of de waarden van een ziel juist schatten. Goedheid, zuiverheid en waarheid, eerbied voor God, en liefde voor heilige dingen, al deze geheiligde neigingen en edele verlangens, die de mens met de hemelse wereld verbinden, verteren door de gloed der hartstocht.” –Patriarchen en Profeten, blz. 414-415.
A. Welke waarschuwingen zijn berekend om ons te beschermen voor afvalligheid, vooral nu in onze voorbereiding op de hemel?
17Daarom gaat uit het midden van hen, en scheidt u af, zegt de Heere, en raakt niet aan hetgeen onrein is, en Ik zal ulieden aannemen.
4Overspelers en overspeleressen, weet gij niet, dat de vriendschap der wereld een vijandschap Gods is? Zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld.
“Door hun omgang met afgodendienaars en het meedoen met hun feestelijkheden werden de Hebreeën ertoe gebracht Gods wet te overtreden en Zijn oordelen over het volk uit te roepen. Zo heeft Satan ook nu het meeste succes, wanneer hij de volgelingen van Christus kan overhalen samen te gaan met de goddelozen en mee te doen aan hun vermaken, zodat ze voor de zonde bezwijken. ‘Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, spreekt de Here, ‘en houdt niet vast aan het onreine’ (2 Korinthe 6:17). God eist ook nu nog van Zijn volk hetzelfde onderscheid met de wereld in gedrag, gebruiken en beginselen, als Hij dat eiste van het oude Israël. Als ze getrouw de aanwijzingen in Zijn woord opvolgen, zal dit verschil bestaan; iets anders is onmogelijk. De waarschuwingen, die aan de Hebreeën gegeven zijn om zich niet te vermengen met de heidenen, zijn niet minder van kracht voor de christenen in deze tijd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 415.
B. Wat kunnen wij doen om losbandigheid te voorkomen?
13Daarom opschortende de lenden uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt volkomenlijk op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus.
8Voorts, broeders, al wat waarachtig is, al wat eerlijk is, al wat rechtvaardig is, al wat rein is, al wat liefelijk is, al wat wel luidt, zo er enige deugd is, en zo er enige lof is, bedenkt datzelve;
“Zij, die niet ten prooi willen vallen aan de plannen van Satan, moeten de toegangen tot de ziel bewaren. Zij moeten niet datgene lezen, zien of horen, dat onzuivere gedachten zou opwekken. De geest mag niet vrij dwalen naar elk thema, dat de vijand der zielen suggereert.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 379.
“Elke verkeerde neiging kan, door de genade van Christus, worden onderdrukt, niet op een lome, onduidelijke manier, maar met een vastberaden doel, met een sterk voornemen om Christus tot het voorbeeld te maken. Laat uw liefde uitgaan voor die dingen, die Jezus lief had, en onthoudt u van die dingen, die geen kracht zullen geven aan de juiste drijfveer.” –That I May Know Him, blz. 135.
Terugblik
1. Wat moet ons hoop en moed geven, als boosdoeners zich tegen ons verzetten?2. Hoe werd Bileam gebruikt om heidense volken te verlichten met betrekking tot Christus?3. Hoe verloor Israël Gods bescherming aan de grenzen van Kanaän?4. Waarom moet een zinnelijk vermaak nu een grote zorg voor ons zijn?5. Hoe kunnen wij onze gedachten zuiver houden?